Neim-weg, Reis-weg en Ausser-Recht

Pollnitz over Amsterdam, Nijmegen en de vredes van Nijmegen, Rijswijk en Utrecht

Vrede van Utrecht, 1713 (19e-eeuwse litho)

dinsdag 17 juli 2018 – Charles-Louis Baron de Pollnitz reisde rond 1730 door Europa en hij deed daar briefsgewijze verslag van in zijn Mémoires.

Die Mémoires verschenen volgens de titelpagina in Amsterdam, maar in Londen kon je ze kopen bij boekhandelaar Hoguel. Ze werden ook vertaald in het Nederlands, maar ik zag slechts vier delen, terwijl de bespreking in de Maandelykse Uittreksels nu juist zo benieuwd maakten naar de latere delen, waarin de baron zijn avonturen in de Republiek beschreef. De Franse editie is via google beschikbaar en zo kon ik en kan iedereen lezen wat Pollnitz schreef.

Over Nijmegen, ‘au bord du Vahal’, was hij niet erg te spreken: ‘Elle n’a aucun édifice remarquable.’ Dan te bedenken dat het Valkhof nog niet eens afgebroken was. Over het uitzicht dat Nijmegen bood, was hij wel enthousiast: een ‘plus belle vue’.

Wat ik in de Nederlandse brieven het opmerkelijkst vond, was zijn mopje over de in Nederland gesloten vredes. Een zekere bekendheid geniet het vonnis dat de Franse onderhandelaar Melchior de Polignac velde over de Nederlandse rol bij het Utrechtse vredescongres in 1713: ‘Nous traiterons sur vous, chez vous, sans vous’. Pollnitz citeerde in zijn Mémoires een ander grapje over de vredes van Nijmegen, Rijswijk en Utrecht, vermoedelijk van Duitse makelij:

Nimégue, disoient ils, signifioit NEIM-WEG (Pren-tout,), Reyswyck, REIS-WEG, (Arrache-tout,); Utrecht AUSSER-RECHT (Hors de Droit).

Blijkbaar hadden de drie in Nederland gesloten vredes de Republiek niet veel goeds gebracht en de hoon van omliggende naties gewekt. Wie de geestelijke vader is van deze kritische opsomming weet ik niet.

Amsterdam bezag hij met gemengde gevoelens. Voor iemand die niet geïnteresseerd was in de handel bood de stad naar zijn idee niet veel: ‘je m’ennuye beaucoup dans cette Ville’. Schaatsers op de Amstel doorbraken zijn verveling. Hij noteerde in Amsterdam de aanwezigheid van een leesbibliotheek en keek zijn ogen uit in het koffiehuis.

Bijna verontwaardigd stelde Pollnitz vast dat de Nederlandse burgerij zonder terughoudendheid sprak over gekroonde hoofden (allemaal ‘Tyrans’) en de adel. Dat ging de baron veel te ver. —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.