Een historische boekencollectie

Willem Ockerse (coll. Rijksmuseum)

dinsdag 3 juli 2018 – Kamervoorzitter Khadija Arib is erg trots op de historische boekencollectie van de Tweede Kamer. Dat liet ze onlangs duidelijk blijken bij een presentatie over de 800 meter oude boeken die zich in de Handelingenkamer en op een boekenzolder boven in het kamergebouw bevinden. Met de verhuizing van de Tweede Kamer in zicht, is er een begin gemaakt met een systematische inventarisatie van deze historische boekencollectie.

In de afgelopen tijd zijn de boeken tot 1830 geïnventariseerd. Er vindt nu een restauratie plaats, boeken worden schoongemaakt en hersteld. De komende tijd gaat het onderzoek door met recentere boeken. Bij de presentatie zei Kamervoorzitter Arib ervoor te willen zorgen dat voor de Kamer relevante boeken beschikbaar blijven voor historisch onderzoek, terwijl in overleg boeken aan de Koninklijke Bibliotheek zullen worden afgestaan.

De boekhistoricus Alex Alsemgeest die het eerste onderzoek had verricht, vertelde over enkele bijzondere vondsten. Alle aandacht ging bij de presentatie uit naar de tweedelige eerste druk van de Wealth of Nations van de politiek-econoom Adam Smith van 1776, een nogal kostbare uitgave die nu in de kluis is opgeborgen. De relatie met het parlement is dat het boek van deze wegbereider van het klassieke liberalisme in de negentiende eeuw erg vaak werd aangehaald in de kamerdebatten.

Kamervoorzitter Arib kenschetste de boeken en pamfletten als een spiegel van de wordingsgeschiedenis van het moderne Nederland. De historische collectie biedt ‘een kijkje in de kraamkamer van de Tweede Kamer’. Vanuit dat specifieke oogpunt vond ik vooral een vitrine met geschriften uit de Bataafse tijd interessant, immers de periode dat een parlement in de moderne zin van het woord tot stand kwam. Er lagen presentielijsten uit 1796 van de eerste Nationale Vergadering, de directe voorloper van de huidige volksvertegenwoordiging.

Belangwekkend was vooral de Staatsregeling van 1798, de eerste Nederlandse grondwet, die vanuit ideologisch perspectief ook wel de meest interessante is genoemd. Ze werd opgesteld door een parlementaire constitutiecommissie onder leiding van de gereformeerde predikant Willem Ockerse. Hij werkte vooral samen met de remonstrantse dominee Jan Konijnenburg. Beide afgevaardigden waren in 1797 verkozen in de Nationale Vergadering.

Goed toegerust zetten zij zich aan hun taak. Ze kenden natuurlijk het tweedelige patriotse werk van de Grondwettige Herstelling (1784-1786), dat ook in de collectie van de Kamer aanwezig is. Zij lieten echter de gedachte los van een staatsgebouw met zeven autonome provincies die daarin besloten lag. Voor hun streven naar een eenheidsstaat was vooral van belang dat ze eerder als redacteur van de toonaangevende politieke tijdschriften De Democraten resp. De Republikein tal van artikelen van hoog niveau over de wenselijke inhoud van een staatsregeling hadden geschreven.

Politieke twisten brachten de totstandkoming van de grondwet in gevaar. Een staatsgreep waaraan Ockerse en Konijnenburg actief deelnamen, doorbrak de politieke patstelling. Het werk aan unitarisch-democratische staatsregeling kon daarna snel worden afgerond. Deze eerste grondwet werd vervolgens in april 1798 bij referendum aanvaard. De hoop was geweest dat een grondwet een einde zou maken aan de tweedracht. De teleurstelling was groot toen bleek dat de conflicten bleven bestaan. Ockerse en Konijnenburg waren toen al van het politieke toneel verdwenen. In 1801 maakte een federalistische staatsgreep ook een einde aan hun  ambitieuze grondwet. Pas een halve eeuw later zou Thorbecke – geboren in 1798 – met zijn Grondwet de draad weer oppakken. —Jan Postma

 

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.