Een ode aan Staring

donderdag 12 juli 2018 – Op 28 juni jl. was de feestelijke opening van het nieuwe Staringmuseum in Almen, ofwel museum STAAL. Het vrolijke en ongedwongen evenement vond plaats in het Almense kerkje tegenover het museum.

Het museum is bedoeld als een ode aan de dichter en landbouwkundige A.C.W. Staring (1767-1840). Hij woonde op het landgoed De Wildenborch dicht bij Almen. Zijn beroemdste gedicht gaat over de koppige boer Stuggink die vernieuwingen afwees. Deze vertelling begint met de bekende dichtregels

Elk weet, waar ’t Almensche kerkje staat,
En kent de laan die derwaart gaat.

Het jaar 2017 was voor de Achterhoek als Staringjaar uitgeroepen. Als sluitstuk had in december het Staringmuseum moeten worden geopend. Na een zeer deprimerende gebeurtenis, een brandstichting twee dagen voor de opening, moest het festijn worden afgelast. Initiatiefneemster Pien Pon, inwoonster van Almen, heeft echter doorgezet.

Na een half jaar van schoonmaak en herstel smaakte ze het grote genoegen, dat het festijn alsnog doorging, met zang, gedichten en sketches. Tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk, eveneens inwoner van Almen, luisterde het festijn op met een gesproken bijdrage. Het modern ingerichte museum geeft in kort bestek een mooi beeld van de dichter, de landbouwkundige, de streek en de onderlinge relaties tussen de verschillende facetten. Bovendien is het de bedoeling dat het museum in de toekomst gaat fungeren als cultureel centrum voor Almen en omgeving.

Het museum heeft nu al tot literair historische uitingen geïnspireerd. In december jl. werd de aanstaande komst van het museum begeleid door een boekje van Peter van Zonneveld en Adriaan van Dis, getiteld De verliefde dichter, A.C.W. Staring 1767-2017. Het is op deze site besproken door Peter Altena en mijzelf op 2 januari, resp. 26 december jl. Het werd uitgegeven door de kleine uitgeverij Het Huis met de Drie Gedichten in Lochem, ook al weer in de Achterhoek.

De opening werd nu opgeluisterd door het verschijnen van een boekje bij dezelfde uitgever, geschreven door de literaire onderzoeker August Hans den Boef, die op een flinke steenworp afstand van De Wildenborch woont. Hij is een bewonderaar van Staring en vooral van zijn gedicht ‘De Hoofdige Boer’, waarin vele elementen van Starings leven en werk samenkomen.

Staring ontleende veel aan andere dichters of liet zich door hen inspireren, zoals gebruikelijk in zijn tijd. Den Boef raadpleegde drie manuscriptversies van het gedicht, de eerste twee door Staring gedateerd op 1801. De dichter vertelde in een aantekening dat hij hiervoor geïnspireerd was door ‘het Engelsch vertelsel “The Miry Way”’. Na enig speurwerk , vond Den Boef ‘The Miry Way; or the obstinate Farmer’ in een bundel, samengesteld door Ph. Pepin, The Strains of the British Muses, gedrukt in Göttingen in 1779. Acht jaar later ging Staring in die stad studeren, en schafte hij zich deze bloemlezing aan. Het gedicht was van de hand van een anonymus.

Den Boef voegt de Engelse tekst bij, en ook een Nederlandse vertaling daarvan. Hij laat ook zien hoe Staring veel lokale details aan zijn bewerkingen toevoegde en gaat uitvoerig in op de achtergronden. Pas de derde manuscriptversie leidde tot de gepubliceerde tekst van ‘De Hoofdige Boer’ in Starings bundel Gedichten uit 1820. —Jan Postma

¶ August Hans den Boef, Starings koppige boer. Navorsing naar een verhaal in poëzie (Lochem, Uitgeverij Het Huis met de Drie Gedichten 2018), 32 pp., geïllustreerd, ISBN/EAN 978-94—92348-06-7.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.