Voetnoot 76

Den Lof der Dronkenschap

dinsdag 23 oktober 2018 – In 1718 verscheen De Lof der Jeneever, geschreven door Robert Hennebo (1686-1737), een schertsode die ook in de twintigste eeuw nog is herdrukt. Weyerman komt in 1727 met ‘Den Lof der Dronkenschap’ in zijn tijdschrift Den Echo des Weerelds.1

Beide werken zijn voorbeelden van paradoxale lofdichten. Het paradoxaal encomium is een genre dat stamt uit de Klassieke Oudheid. Het werd toen meer als een retorische oefening beschouwd. Beoefenaars wilden in de eerste plaats hun spitsvondigheid demonstreren. Erasmus blies het genre nieuw leven in met zijn Lof der Zotheid (1511) en daarna volgden meer van dergelijke werken. Zo zijn er paradoxale encomia op de luis, vlieg, kaalheid, voetjicht, gevangenschap enz.

Ook het paradoxale drank-encomium kende enkele beoefenaars. Pierre de Ronsard schreef Hymne de Bacus (1555) en Daniël Heinsius dichtte Hymnus oft lof-sanck van Bacchus (1616). Jonker Jan vander Noot kwam met een burlesk bier-encomium, Hymne van Gambrinus, vinder van d’Mout te maken, en Bier te brouwen (1584-1585).2

In 1714 publiceerde Albert Henri de Sallengre jr. (1694-1723) zijn L’éloge de l’yvresse (De lof van de dronkenschap). Het werk beleefde verschillende herdrukken. In 1715 verscheen het in een Nederlandse vertaling onder de titel Bagchus op zijn’ troon, of, de nuttigheid des wijns in zijn’ aart en eygenschap.3

In 1723 kwam er ook een Engelse vertaling, Ebrietatis encomium: or, The praise of drunkenness, en weer een jaar later verscheen het werk in het Duits, getiteld Bacchus auf seinen Thron, das ist: des Herrn von Sallengre Lob der Trunckenheit.

Weyerman maakte voor ‘Den Lof der Dronkenschap’ geen gebruik van het Franse werk van De Sallengre, maar van een ouder Engels werk, An Oration in Praise of Drunkenness van Thomas Brown (1662-1704).4

An Oration in Praise of Drunkenness is een op zichzelf staand werk; ‘Den Lof der Dronkenschap’ van Weyerman maakt deel uit van een veel groter verhaal, ‘De Pelgrimasie van het Vermaak met de Wysheit’. In deze allegorische vertelling trekken Vermaak en Wysheit er samen op uit en beleven allerlei avonturen. Op een avond komen ze bij een buitenplaats van een drost. Waarheyt wordt binnengelaten, maar Vermaak niet. Hij moet zijn toevlucht zoeken in een herberg. Daar bestelt hij een fles moezelwijn. De kastelein raakt met hem in gesprek en houdt zijn oratie ‘Den Lof der Dronkenschap’.

Wat mij opvalt bij het vergelijken van de twee teksten is dat Weyerman de Bijbelse voorbeelden achterwege laat. Als Thomas Brown schrijft dat Eva beslist dronken moet zijn geweest voordat zij lust kreeg in de appel, en dat de Babylonische spraakverwarring veroorzaakt is door een groep dronkaards, neemt Weyerman deze passages niet over, vermoedelijk om niet in conflict te komen met de kerk en de overheid. In de eerste aflevering van Den Echo des Weerelds schreef Weyerman:

De Kerk en de Overigheyt zal ik behandelen met die Achting die ik tot nog toe betuygt heb voor die beyde Zuylen.
[…]
De G**sdienst zo der Roomschgezinden, Jooden, als Anderen, zal ik in ’t geheel niet aanraaken, in myn toekoomende Papieren, als my dat gevergt wort, zal myn Echo des Weerelds het houden met de Schilderkonst, die stomme Poëzy; en die Grondregel ben ik verschuldigt aan de Ervaarendheyt, Hoe Ouder hoe Voorzichtiger.5

Natuurlijk heeft Weyerman ook een enkele keer een andere vergelijking of opsomming, die beter past bij het Nederlandse leespubliek.

Thomas Brown, An Oration in Praise of Drunkenness
Spain, France and Italy, have their Carnavals; the drunken Mahometan his Days of Excess before the Biram; the Protestants and Lutherans their Holy-days; and this Reverend City, what the Learned call their Act.

Weyerman maakt hier in ‘Den Lof der Dronkenschap’ het volgende van:

Spaanje, Vrankryk, en Italien, hebben haare Vastenavonden; den dronken Mahometaan heeft zyn dagen van overdaat voor zyn Biram; de Vlamingen en Brabanders hebben hun Kermissen, en de Barneveltjesvliegen hun Ochtend-vermaaken, van primo Louwmaand, tot ultimo Wintermaand, en ook niet langer.

—Jan Bruggeman

1. Den Echo des Weerelds, deel 2, afl. 31, 19 mei 1727, p. 244-248 en afl. 32, 26 mei 1727, p. 253-256.
2. De informatie over het paradoxaal encomium ontleen ik aan het gedegen artikel van Karel Bostoen, ‘Robert Hennebo’s lof van de jenever. Een Nederlandse eigenaardigheid?’
Herziene versie op de website van de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.
3. Waller 192. In mei 2017 kwam een exemplaar van dit zeldzame werkje onder de hamer bij veilinghuis Zwiggelaar.
4. An Oration in Praise of Drunkenness is opgenomen in de eerste druk van The Works of Mr. Thomas Brown (London, 1707), deel 1, 47-55.
5. Den Echo des Weerelds, deel 1, afl. 1, 29 oktober 1725, p. 5.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.