Transformatie van het gerechtszwaard

Frans Greenwood en de herinnering aan de executie van Oldenbarnevelt

dinsdag 4 december 2018 – Na 1740 verwierf Frans Greenwood (1680-1763) het zwaard dat herinnerde aan een van de zwartste dagen uit de geschiedenis van de Republiek: de gerechtelijke moord op landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt op 13 mei 1619.

Het zwaard behoort met het stokske en Hugo de Groots boekenkist tot de ‘vaderlandse relieken’, waarover Wim Vroom in 1997 al schreef. Diens boekje Het wonderlid van Jan de Witt heb ik destijds wel gelezen, met veel genoegen, maar toch niet goed genoeg.

Een maandje geleden zag ik dat zwaard in het Rijksmuseum, waar een fantastische tentoonstelling over de Tachtigjarige oorlog loopt. Bij die gelegenheid kocht ik de nieuwe aflevering van The Rijksmuseum Bulletin, waarin een artikel te vinden was van Lieke van Deinsen en Jan de Hond, onder meer over het zwaard en Frans Greenwood. Het artikel is in het Engels geschreven en getiteld: ‘The Sword and the Album. Material Memories and an Eighteenth-Century Poetic Account of the Execution of Johan van Oldenbarnevelt (1619)’.  Al toen ik over het artikel hoorde, en zeker na lezing ervan, bekroop me jaloezie: oh wat had ik dat artikel graag geschreven en als ik het boekje van Wim Vroom destijds aandachtiger gelezen had, wie weet!

Van Deinsen en De Hond schreven een prachtig artikel over de ‘dingen van herinnering’, de ‘objets de mémoire’, in het bijzonder over het gerechtszwaard en de transformatie van betekenisgeving in de loop van de eeuwen.

Centraal in hun stuk staat Frans Greenwood, dichter van Rotterdam en Dordt, en present in het adressenlijstje van Weyerman. Weyerman heeft zo heel veel over Fransje Groenewoud niet te melden, maar hij kende hem van de tijd dat hij vanuit Kralingen met zijn Rotterdamsche Hermes Rotterdam en vervolgens de hele Republiek veroverde. Greenwood, een generatiegenoot van Weyerman en net als hij goed thuis in Engeland en de Engelse literatuur, behoorde tot de kring van Arnold Willis, Hubert Corneliszoon Poot, Cornelis van der Pot. Hij was er een vastere waarde dan de luidruchtige passant Weyerman.

Greenwood verwierf het memoriestuk voor zijn kabinet, dat hij openstelde voor gelijkgezinde vrienden. Hij liet het daar niet bij. Hij vroeg bevriende dichters om aan het zwaard een gedicht te wijden: het daartoe bestemde album maakte een Hollands rondje, van Dordt via Vlaardingen, Rotterdam, Amsterdam en Den Haag retour afzender. De rondgang van het album liep van 1743 tot 1745. Het is bewaard gebleven en geschonken, net als het zwaard uiteindelijk, aan het Rijksmuseum. Wim Vroom signaleerde dat album al in 1997.

Van Deinsen en De Hond geven een mooie, intelligente, maar ook (naar mijn smaak) wat al te bondige analyse van de bijdragen. Er zit méér in! Wat bij al die gedichten vooral treft, is de veelheid van perspectieven die gekozen worden door de dichters, de belangrijke dichters van hun tijd. Het zwaard wordt sprekend opgevoerd, maar ook Oldenbarnevelt mag in een van de gedichten zijn zegje doen. De gestorven landsadvocaat meent na de beschouwing van alle aan hem gewijde gedichten dat het zwaard en zijn dood ‘nuttig’ waren: de vergankelijke reputatie van een raadspensionaris was veranderd in een embleem van eeuwige toewijding aan de vrijheid. Zo was er nut te vinden in tegenspoed!

De dichters die in Greenwoods koor meezongen, bekenden zich door hun deelname tot de staatsgezinde partij, die van de ‘ware vrijheid’. Weyerman zong niet mee: hij zat in de Gevangenpoort en voor dichters als Frans Greenwood bestond hij al niet meer; hij zou als legerzoon trouwens helemaal niet hebben willen meezingen.

In hun analyse van de verering laten Van Deinsen en De Hond zien dat de staatsgezinde en republikeinse betekenis die Greenwood c.s. aan het zwaard gaven, in de negentiende eeuw werd ingeruild voor een nationale betekenis. Het zwaard was een deel van de moeizame geschiedenis van het héle land geworden. En dan nu een ‘objet de mémoire’!

Wat helemaal mooi is, is dat het door Greenwood verworven en nadien in het Rijksmuseum geëxposeerde zwaard naar grote waarschijnlijkheid niet hét zwaard is. Een in Dresden bewaard exemplaar heeft betere papieren.

Curieus is nog wel dat in het artikel van Van Deinsen en De Hond Greenwoods jaar van overlijden varieert van 1761 tot 1763. Vrooms Greenwood vertoonde hetzelfde euvel. —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.