Robinson Crusoe in het werk van Weyerman

Expeditie Robinson Crusoe (1719-2018) – 4

woensdag 5 december 2018 – Het Jaarboek De Achttiende Eeuw staat volgend jaar in het teken van de roman Robinson Crusoe (25 april 1719) van Daniel Defoe (1660-1731). Ongetwijfeld zal er ook aandacht besteed worden aan de receptie-esthetica. Hoe is het boek in 1719 in Nederland ontvangen en wat waren de reacties toen in 1720 de vertaling in het Nederlands uitkwam?

Ik heb onderzocht of Weyerman het boek kende, of hij het boek als bron gebruikt heeft en wat hij ervan vond.

In het werk van Weyerman heb ik vier passages gevonden, waarin Weyerman Robinson Crusoe noemt. Twee daarvan staan al in zijn eerste tijdschrift De Rotterdamsche Hermes (1720-1721).

De Rotterdamsche Hermes, afl. 33, 6 maart 1721, p. 204
Te Hamburg vriest het zeer sterk, en de Rivier d’Elf is zoo vol Ys, dat die niet meer kan bevaren worden. Dat is een kout subject, zal Argus mogelyk zeggen? Fiat, het is zoo heet niet als zyn brant van Rennes, of zyne Pest-bouffonneryen; en echter zal Hermes zien of hy eenig leven in dat doode ligchaam kan verwekken. Indien men niet van de goede trou der Reizigers verzekert ja overtuigt was, zou men somtyts aan de voorvallen van De Bruin, Robinson Crusoe, Tavernier, Ferdinand Mendez, Pinto, Le Blanc, Constantin van de Renetappelen, en de Filozofale koude van den Ridder Jan Mandeville mogen twyffelen, te meer, wanneer de laatste verhaalt, hoe de gestrengheit van de Vorst op Nova Zembla zoo vehement was, dat aanstonts de gesprokene woorden coaguleerden, ja zoo styf bevroren, dat zy malkanderen met open lippen, als Goutsche Aktionisten, admireerden.

In de laatste aflevering van het tijdschrift gebruikt Weyerman de avonturen van Robinson Crusoe in een als-vergelijking.

De Rotterdamsche Hermes, afl. 59, 4 september 1721, p. 414
O hoe wonderlyk zyn de Bastillegevallen! ja zoo wonderlyk als die van Robinson Crusoe; zoo geloofwaerdig als die van Pinto; en zoo wel gerangeert als Tallarts Armée in ’t hartje van de deroute.

Weyerman heeft het steeds over ‘Robinson Crusoe’, maar besefte hij dat dit de naam is van een romanpersonage en kende hij de naam van de eigenlijke auteur wel? Op de titelpagina van het Engelse origineel staat onder de zeer lange titel ‘Written by Himself’. Ook op de titelpagina van de Nederlandse vertaling staat ‘Alles door hem zelfs beschreven’. Veel lezers geloofden dat Robinson Crusoe een reëel persoon was en dat het boek een reisbeschrijving was van waargebeurde incidenten.

In alle edities uit de achttiende eeuw die ik gezien heb, staat nooit de naam van Daniel Defoe. Pas in de negentiende eeuw verschijnt de naam van Defoe op de titelpagina.1 Weyerman plaatst Robinson Crusoe in een rijtje namen van auteurs van reisbeschrijvingen die hij niet erg betrouwbaar vindt. Van een van hen maakt hij zelfs een eigen uitdrukking ‘liegen als een Pinto’.2

In 1725 gebruikt Weyerman Robinson Crusoe weer in een vergelijking.

De Historie des Pausdoms, deel 2, 1725, p. 336
Die Jan [= paus Johannes VIII] was een aardig Kaerel die by na zo veel Avontuuren heeft gehad als Robbinson Crusoe, zynde hy den eerste Paus die Aflaaten verleende aan de Dooden, mids dat de Leevenden die bekostigden; maar die Aflaaten vergunde hy alleenlyk aan die Mannen, Hoeren, of Trosboeven, die zouden komen te sneuvelen in den Heylige Oorlog tegens de Ongeloovigen, gelyk als wy leezen in zyn hondert en vier en veertigste Missive.

De vierde passage trof ik aan in De Doorzigtige Heremyt. Hier zet Weyerman de merkwaardige compositie van de schilderijen van Jeroen Bosch tegenover de ongeloofwaardige schipbreuk van Robinson Crusoe.

De Doorzigtige Heremyt, afl. 9, 22 november 1728, p. 65-66
De Antwerpsche Sinjoors zouden hun scharlaken mantels, goudlakensche vesten, en fluuweele broeken verpanden, om een stukje van den dronken van den Bosch te bemachtigen, en niettegenstaande dat dessels [= deszelfs] ordonnantien zo onnatuurlyk zyn als de schipbreuk van Robin Crusoe, dat zyn koloriet zo vaats is als een fles verschaalde Nymeegsche Mol, en dat zyn beelden alommers zo verdraait zyn als Engelsche postuurmaakers, echter wort hy by die Spanjaards aterlingen met lantarens opgezogt, en ten duursten opgekogt.

De conclusie moge duidelijk zijn. Weyerman kende het boek Robinson Crusoe, heeft het waarschijnlijk ook gelezen en noemt het enkele malen in zijn werk. Hij vindt het verhaal echter zeer onwaarschijnlijk en kan er geen waardering voor opbrengen.

Blijft er nog één vraag over: Was Weyerman de eerste Nederlandse literator die Robinson Crusoe in zijn werk noemde? —Jan Bruggeman

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelt berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het dient ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe.

Noten
1. Ik zag een uitgave van het derde deel uit 1803 en een eerste deel uit 1805.
2. Den Ontleeder der Gebreeken, deel 1, afl. 2, 18 oktober 1723, p. 12. ‘Jupyn was Staatsman, en Merkuur, / Loog, zo geweldig, op den duur, / Gelyk een Pinto, die gants China heeft doorwandelt’.
Fernão Mendes Pinto (circa 1510/14–1583) was een Portugese ontdekkingsreiziger. Twintig jaar na zijn dood verscheen zijn werk Peregrinação. Historici twijfelen aan het waarheidsgehalte van delen van dit werk.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.