Robinsons regenscherm en de neo-wetenschap van Atte Jongstra

Expeditie Robinson Crusoe (1719-2018) – 6

donderdag 20 december 2018 – Atte Jongstra schrijft over alles en iedereen, hij is de neo-encylopedist van verleden, heden en toekomst en dus schrijft hij ook over Robinson Crusoe, Jacob Campo Weyerman (twee keer) en Mario Balotelli. In zijn recente essaybundel De ontgroende mens, uitgegeven door AFdH en overvloedig geïllustreerd met adembenemende foto’s en prenten, geeft hij de lezer inzicht in de methode-Jongstra, in het hoofdstukje ‘Werkdag van een letterknecht’: na de koffie in zijn Osdorpse residentie begint het dwalen op het web. Dat dwalen, dat hem in de wereld van Knickerbocker brengt, wordt onderbroken door een telefoontje van Paleis Noordeinde. De laureaat van de Huygensprijs wordt aan het hof verwacht, op visite bij de koning en koningin.

Dat bezoek biedt de lezer een dun draadje dat de essays met elkaar verbindt. Jongstra droomt van de visite en houdt zijn kaken ongemakkelijk op elkaar als het op eten en spreken aankomt. Bij die fragmentjes over het bezoek aan het hof moest ik onwillekeurig aan de ontmoetingen van volksschrijver Reve met koningin Juliana, zoals de eerstgenoemde die versloeg.

Wat de essays nog meer doet samenhangen, is de Crusoe-ervaring. Die komt in diverse essays aan de orde, bijvoorbeeld in de beschrijving van het verblijf op onbewoond waddeneiland Senneroog. De eenzaamheid is nauwelijks voorstelbaar. De nieuwe orde van richtingaanwijzers en een gepote aardappel, die de schrijver er schiep, was van tijdelijke aard: Gerbrand Bakker, die Jongstra opvolgde op Senneroog, vernietigde Jongstra’s orde. Misschien schiep Bakker vooral een nieuwe orde.

Dramatisch is het lot van moderne Robinsons in het hoofdstuk ‘Eén met de natuur’. Chris McCandless en berenactivist Timothy Treadwell betaalden hun romantische vergissing met hun leven. Over McCandless schrijft Jongstra: ‘Hij stierf door de romantiek van terug naar de natuur, terwijl hij diezelfde natuur niet kende.’

In één hoofdstuk gaat het expliciet over Robinson Crusoe, over het door hem geclaimde eigendomsrecht van het onbewoond eiland. Vreemde claim omdat niemand hem dat eigendom betwist. Het omheinen van de van de leefwereld als ‘tuin’ dient ook om een onderscheid te maken tussen beschaving en wildernis. Op aanstekelijke wijze overdenkt Jongstra de paraplu van Defoe, als rudiment van de verlaten beschaving. Bij die paraplu dacht ik aan de Britse oud-premier Harold Wilson die liet weten dat hij een optimist was met een regenscherm. Vertrouwen is goed, maar met een paraplu bij de hand is beter.

Na lezing van Jongstra’s nieuwe, een nieuwe bekentenis tot de patafysica en de neo-wetenschap, vroeg ik me wel af wat Jongstra’s paraplu is bij zijn trektochten als schrijver door zijn eenzame Osdorpse eiland, waar bezoek als snel een bezoeking wordt. Kopje koffie? Google? —Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelt berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het dient ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.