Oponthoud in Nijmegen

Hugenoten en andere vluchtelingen in Nijmegen, 1685 tot nu

dinsdag 22 januari 2019 – Een aantal jaar geleden liet de Nijmeegse burgemeester Bruls zich kennen als een geestverwant van Angela Merkel toen hij op Heumensoord 3000 vluchtelingen een tijdelijk onderdak bood. Die recente geschiedenis van gastvrijheid verloor ogenschijnlijk haar glans, omdat voor de moeilijkheden die de vluchtelingen in hun ransel meenamen niet onmiddellijk oplossingen werden gevonden. In de omgeving van het tentenkamp en in het tentenkamp zelf klonk meer dan eens gemor over overlast of gebrekkige voorzieningen, maar – zeker achteraf – overheerst de bewondering voor wat er door gemeente, vrijwilligers gepresteerd is.

Het onlangs verschenen Jaarboek Numaga 2018 schenkt overvloedig en gevarieerd aandacht aan de ‘vluchtelingen in de stad’, van 1685 tot zeer onlangs. Veruit het aangrijpendst is het artikel van Jan Brauer over de opvang van Joodse vluchtelingen in Nijmegen, in de periode 1933-1940. In het bijzonder de kindertransporten wekken verbijstering. Een centrale rol was in die jaren weggelegd voor de Nijmeegse rabbijn Alexander Salomons, die er op een foto dan mag uitzien als George (uit de serie ‘George and Mildred’), maar in zijn daadkracht kan gelden als een heilige van onze tijd.

De eerste bijdrage aan het Jaarboek betreft de kleine stroom Hugenoten die in en na 1685 Nijmegen bereikte. Els Peters, de schrijfster van dat artikel, laat zien dat de Hugenoten Nijmegen vooral als een doorgangsplaats, als een tussenstop beschouwden. De bronnen die Els Peters voor haar geschiedverhaal heeft aangeboord, zijn rijk en staan toe om de Hugenoten wat langer dan in hun Nijmeegse dagen alleen te volgen. Zo ontstaan bijzondere verhalen, zoals die over de in Campo’s werk gehekelde François Michel Janiçon. Voordat hij zich wendde tot de journalistiek en in twee delen de Republiek de maat nam (État présent de la République des Provinces-Unies, 1729-1730), sleet hij tevreden jaren op het landgoed Overhage bij Cuijk. 

Bijzonder zijn ook de lotgevallen van de cavalerieofficier Daniël Collot d’Escury, voor wie na zijn vertrek uit Frankrijk niet meteen een positie in het Staatse leger beschikbaar was. Pogingen om in Bremen commandant van de stadstroepen te worden, mislukten en Collot d’Escury keerde terug naar Den Haag, waar op dat moment voor hem wel een plaats in het leger van Willem III beschikbaar was. Na enige jaren van relatieve rust in Nijmegen brak hij in 1688 zijn Nijmeegse verblijf op toen Willem III hem als kapitein opnam in de Garde Blauwe Dragonders, een elite-eenheid. Met Willem stak hij over naar Engeland, waarna de familie herenigde in Londen. In 1697 zorgde Willem III voor overplaatsing van de gepensioneerde hugenootse officieren naar Ierland, daar overleed Collot d’Escury. Voor officieren als Collot d’Escury was er nauwelijks een thuis, als pionnen zwierven zij over het slagveld Europa.

Opmerking verdient voorts de bijdrage van Hans Bots, de welbekende Nijmeegse emeritus, over zijn ervaringen als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk op Heumensoord, van 2015 tot nu. Dat zijn artikel, zo dicht op de actualiteit, nu al een plaats krijgt in een aan de geschiedenis van de stad gewijd Jaarboek, mag op het eerste gezicht bevreemden, maar wie zich realiseert dat dergelijke, op de huid van de tijd geschreven verslagen voor de opvang van Hugenoten en Joodse kinderen nu node gemist worden, kan erop rekenen dat Bots’ genuanceerde en zakelijke verslag een grote documentaire betekenis heeft voor aanstaande geschiedschrijvers van de Nederlandse omgang met vluchtelingen. -Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.