Focquenbroch in de klas?

Herinnering aan een oude Min

dinsdag 29 januari 2019 – We lazen lang geleden in de zesde klas De Min in het Lazarushuys hélemaal en – in kopie – enkele van de gedichten van ‘Meester Fok’. Ik was zeventien en bezong de reine berk.

Van de toneelvoorstelling, die op 25 september 1973 in de Nijmeegse Stadsschouwburg in première ging, herinner ik me niet veel. Het was de uit Arnhem afkomstige toneelgroep Theater die voor de opvoering zorgde. Het podium was gevuld met een enorm staketsel. Dat het een gekkenhuis was, dat was wel duidelijk. Het was een gespring van jewelste.

De tekstuitgave van De Min heb ik bewaard. Er was een los bijvoegsel waarin ‘drs Martha Terstegge’ – in die jaren stelden doctorandi zich nog voor als doctorandus – de tekst inleidde en waarin verklarende aantekeningen te vinden waren. In de kantlijn tref ik allerlei wijsneuzigheden in potlood geschreven, ongetwijfeld van horen zeggen van de leraar. Die leraar was Jan de Vet. 

Zo staat er bij Cupido’s ‘Voor-Reeden’ dat het origineel is, ‘niet bij Lope de Vega’. Ook dat het ‘in alexandrijnen’ is gedicht en een ‘burleske toon’ kende: ‘De mythologie (Cupido) wordt hier voor aap gezet: burlesk tegenwicht’. Mijn leraar was kennelijk dol op metrische observaties: bij een aantal clausen staat ‘jambische 4-voeter’. 

Verder zijn er verwijzingen naar Petrarca, Cervantes, Erasmus, Couperus. Vergeefs probeer ik me voor te stellen en te herinneren hoe de Focquenbrochlessen verliepen. Lazen we samen? Of kregen we het als huiswerk, om bijvoorbeeld het eerste en tweede bedrijf te lezen? Ik geloof niet dat we het in de klas moesten naspelen. Als ik de aantekeningen bekijk, krijg ik de indruk dat onze leraar ons door de tekst loodste en geregeld geleerde kanttekeningen maakte. Ik geloof niet dat Jan ons aantekeningen dicteerde. Zo was hij niet. Nee, hij vertelde en wie verstandig was, noteerde het belangrijkste: ‘jambische 4-voeten’. Ik had nauwelijks een idee wat dat was, maar de oogopslag en stemverheffing van de leraar verrieden dat het wel wat was.

Wat me goed heugt, is dat ik meer van Focquenbroch wilde lezen. In de boekhandel naast het stadhuis bestelde ik de bloemlezing die Bert Decorte samenstelde. In de inleiding heb ik heel wat onderstreept. De gedichten heb ik dan weer niet van kanttekeningen voorzien, geen woord dus over de metra van Focquenbroch.

Begon de voorliefde voor schrijvers die niet deugen willen in die jaren? Richtte ik als ‘bedeesde jongeling’ toen al mijn blik voorbij de ‘bescheiden bladerpracht’ van de ooit bezongen berk? –Peter Altena

¶ Op de afbeelding is het interieur van de Amsterdamse Schouwburg te zien, met het decor van ‘De moderne straat’. De acteurs zijn bezig met het vijfde toneel van het eerste bedrijf van De Min in ’t Lazarushuis (collectie Stadsarchief Amsterdam).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.