Voetnoot 101

Jacob Campo Weyerman en Sir John Rake (3)

zaterdag 9 maart 2019 – In Voetnoot 99 en Voetnoot 100 vertelde ik over de avonturen van Sir John Rake, waarmee Weyerman in mei 1723 maar liefst drie afleveringen van de Amsterdamsche Hermes vulde.

Nadat ik de locaties heb besproken die Weyerman noemde, komen nu de personages aan de beurt. Weyerman verwees vóór hij een begin maakte met de avonturen, naar een anonieme criticaster. 

Volgens die man zou Sally Salisbury model gestaan hebben voor Joseppina. Daar heb ik mijn vraagtekens bij. Sally ging om met heren in hoge kringen en zou zich niet in St. James’s Park door een onbekende burger hebben laten meetronen. Ik vermoed dat Weyerman haar naam laat vallen omdat de Authenticque memorien van het leeven en wonderlyke avantuuren der beruchte Sally Salisbury (Amsterdam 1723) in de vertaling van Robert Hennebo op het punt van verschijnen stond: twee van de drie afleveringen met de avonturen van Sir John Rake eindigen met reclame voor dat boek.

Een juffrouw Goodman, de andere naam die de mopperende anonymus laat vallen, heb ik niet kunnen plaatsen. Ook een associatieve naam als Besoar geeft niet prijs over welke apothekersvrouw het hier kan gaan. De Franse Chevalier heb ik al evenmin kunnen ontmaskeren. Ik vond hem niet in de spaarzame literatuur over James Butler, hertog van Ormonde, en ook over Mistris Vere, hun betwiste maîtresse, heb ik niets te melden.

Meer houvast bieden de overige mannen. Amberes is de Spaanse naam voor Antwerpen. Dom Pedro de Amberes moet daarom volgens mij de Antwerpse schilder Peeters zijn die bij Weyerman vaker in Londen rondloopt.1Ook Karel Cortvrient is in het Londen van Weyerman geen onbekende. Weyerman beschreef uitgebreid hoe deze de weduwe Simonis en haar dochter een kunstverzameling ontfutseld had, die hij in Londen te gelde wilde maken.2

Met Peters en Cortvrient om zich heen gaat Sir John Rake verdacht veel op Weyerman lijken. Weyerman schrijft vergelijkbare verhalen over zichzelf. Hij maakte bootreizen van Rotterdam naar Londen, noemt zichzelf een halve Brit, heeft aandacht voor vrouwelijk schoon, loopt vol bravoure met een degen rond, heeft geen ontzag voor constables, en het nachtelijke damesbezoek zou hem zelf overkomen zijn.3Over zijn levensstijl in Engeland schrijft Weyerman:

Zoodra had ik mijn voet niet gezet op Engelands bodem […] of ik wiert fluks gezeegent met de vier adelijke hartstochten des Britschen adels: met eene ongemeene zucht voor de vrouwen, met een delikate tong om lekkerlijk te eeten en te drinken, met een hevige treck om te dobbelen en te speelen, en met geen gemeene lust om paarden te berijden.4

In John Rake zie ik, door alle literaire vertekening heen, een zelfportret van Weyerman. In grote lijnen kenden we dat zelfportret al, maar het levert toch een nieuw biografisch detail over Weyerman op: Weyerman, die een overduidelijke hekel aan Karel Cortvrient had, vertelt ons hier dat hij ook in Londen speelschulden gemaakt heeft en dat Cortvrient hem uit die problemen gered heeft.5

Meerdere details in het verhaal – Sir John lijkt de overtocht van Rotterdam naar Londen niet in gezelschap te maken en zijn ontmoetingen met Dom Pedro d’Amberes en Karel Cortvrient lijken toevallig – suggereren dat dit voorval geplaatst moet worden vóór de reis die Weyerman, Peters en Cortvrient samen maakten om de collectie Simonis in Londen aan de man te brengen. 

Eerder heb ik geopperd dat Weyerman ruzie met Cortvrient heeft gehad over de verdeling van de opbrengst van de verkoop van de collectie Simonis, en dat Weyerman mogelijk zelfs heeft geprobeerd delen van die collectie te gelde te maken buiten de afspraken met Cortvrient om. In de avonturen van Sir John Rake lees ik dat Weyerman bij Cortvrient in het krijt stond. Die ereschuld zal ongetwijfeld een rol gespeeld hebben bij hun conflict rond de verkoop van de verzameling Simonis. – Jac Fuchs 

Noten
1.
Zie bijvoorbeeld deel 4 van De levensbeschryvingen der Nederlandsche konst-schilders en konst-schilderessen (Dordrecht, 1769), p. 461 en verder, en de autobiografie van Weyerman in het Brusselse handschrift, gepubliceerd in: Karel Bostoen en André Hanou, Geconfineert voor altoos  Het proces Jacob Campo Weyerman (1739) (Leiden 1997), p. 194-218, aldaar p. 195.
2. Jac Fuchs, ‘De heerlijke konstverzâmeling van den Heere Simonis. Weyermans laatste bezoek aan Londen?’ in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 39 (2016), p. 149-156.
3. Over Weyerman als halve Brit: zie nummer 14 van de Rotterdamsche Hermes.
4. Zie de autobiografie in het Brusselse handschrift: Bostoen en Hanou, Geconfineert voor altoos, p. 200.
5. In zijn autobiografie in deel 4 van de Konst-schilders schreef hij al dat hij tweemaal, namelijk in Bath en in Livorno, al zijn geld verspeelde.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.