Vanwege sodomie ‘afgezet op de kust van het eiland Ascension’- de lotgevallen van het journaal van Leendert Hasenbosch, een ‘Hollandse Robinson Crusoë’

Expeditie Robinson Crusoe (1719-2019) – 15

donderdag 14 maart 2019 – Alles past, bijna alles past in het indrukwekkende boek dat Michiel Koolbergen schreef over een boekje dat hij vond in het Amsterdams Scheepvaartmuseum. Het gaat om An Authentick Relation of the many Hardships and Sufferings of a Dutch Sailor, in 1728 in Londen uitgegeven door J. Roberts. 

Het verhaal van de Nederlandse zeeman heeft de vorm van een dagboek. De zeeman vertelt dat hij op Ascension, een verlaten eiland, is afgezet, op last van de commandeur van de vloot, waar het schip van de zeeman deel van uitmaakte.

In dat dagboek vertelt de anonieme held hoe hij zich in leven houdt, hoe hij gekweld wordt dorst en kwade geesten – en door spijt over zijn lustbevrediging aan boord. Van die lust was een medemens het slachtoffer geweest. Het lijdt weinig twijfel of sodomie was de door de zeeman begane zonde.

In de presentatie van An Authentick Relation wordt de indruk gewekt dat het dagboek in januari 1726 door de bemanningsleden van een Brits schip is aangetroffen in een verlaten tent op het eiland Ascension. Brief in een fles gevonden! Manuscriptfictie!

Michiel Koolbergen las dit dagboek en ging al lezend en speurend op avontuur uit. Hij trotseerde de angst in een verzinsel waarheid te zien. Van dat avontuur deed hij verslag in Een Hollandse Robinson Crusoë, in 2002 uitgegeven door de Leidse uitgeverij Menken Kasander & Wigman Uitgevers. Avontuur en boek wedijveren met elkaar: wat een avontuur, wat een boek!

Carl Friedrich Berhrens, die in zijn Reise durch die Süd-Länder (1738) berichtte dat plegers van schanddaden wel eens werden afgezet op het eiland Ascension – zoals ‘iemand uit Holland – boekhouder op een schip – wegens het plegen van sodomie overkwam’, bracht Koolbergen tot het vermoeden dat wat in An Authentick Relation beschreven was authentieker was dan daarvoor gedacht.

Onderzoek in V.O.C.-archieven bevestigde de juistheid van dat vermoeden: de door Behrens bedoelde boekhouder is Leendert Hasenbosch, Hagenaar. Volgens een scheepssoldijboek was hij op 17 april 1725 ‘gecondemneert om op het Eyland Asschentioen dan wel elders voor schelm aan de wal gejaagt te werden met confiscatie syner te goed hebbende gagie’. Op 5 mei werd hij met een vat water, een Bijbel en een gebedenboek, in een sloep naar het eiland geroeid.

In januari 1726 legde de Oostindiëvaarder Compton aan bij het eiland. Men vond er een tentje, met daarin allerlei gebruiksvoorwerpen en ‘some writing papers’. Uit die papieren bleek dat de bewoner van de tent door de Nederlandse vloot was afgezet, als straf ‘for some crime’. In de aantekeningen zou hij het gered hebben tot november 1725. Van de man geen spoor, een paar maanden voor de komst van Compton was hij vertrokken. In het scheepsjournaal staat over de ‘writing papers’ te lezen dat ‘we have not Dutch enough amonst us to read them’. 

Koolbergen maakt aannemelijk dat het Nederlandse dagboek van Hasenbosch de basis vormde van An Authentick Relation. Heel voorzichtig legt hij zelfs een relatie met Defoe. Die beheerste het Nederlands misschien niet perfect, maar genoeg om het Nederlands van Hasenbosch te kunnen begrijpen. In een van zijn werken, An Essay on the History of Apparitions, dat in 1727 (een jaar voor de uitgave van An Authentick Relation) bij dezelfde John Roberts uitkwam, bespreekt Defoe het fenomeen van de geestverschijningen. Hij beschouwt de verschijning van duivels als een product van door schuldgevoel gekwelde gewetens. Koolbergen speelt met de gedachte dat Defoe in zijn boek al kennis had van de passage waarin de ‘Dutch Sailor’ door kwade geesten gekweld wordt. Zou Defoe zelfs de vertaler en bewerker zijn van An Authentick Relation?

Op vaster gronden rust de beschrijving van het succes van An Authentick Relation, herdruk op herdruk, ook onder andere titel.

Wie nu het dagboek van de Nederlandse zeeman leest – het is in vertaling opgenomen in het boek van Koolbergen -, wordt getroffen door de overeenkomsten met Robinson Crusoe. In beide boeken komen de zeelieden in hun wanhoop nader tot God, raken zij zelfs in gesprek met God. Ik geloof niet dat Leendert Hasenbosch bekend was met Robinson Crusoe en hem imiteerde, maar hun noodlot kwam wel overeen, hun vertwijfeling was dezelfde en hun reactie daarop ook. Robinson Crusoe wist het eiland te overleven, Leendert Hasenbosch niet.

Blijkens het nawoord heeft Michiel Koolbergen de uitgave van zijn boek niet meer meegemaakt. Hij overleed op 1 juni 2002. Vermoedelijk heeft hij in zijn laatste levensdagen enkele keren aan Robinson Crusoe gedacht en aan die Haagse boekhouder, Leendert Hasenbosch. En aan de fabelachtige reconstructie waaraan hij jaren gewerkt moet hebben. – Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelt berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het dient ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.