Voetnoot 102

Weyerman en Polen

dinsdag 19 juni 2019 – Weyerman verwijst meermalen naar Poolse starosten en hun landdagen. Ook nummer 33 van de eerste jaargang van Den Ontleeder der Gebreeken (22 mei 1724) begint hij met een commentaar op een aanstaande Poolse rijksdag:

Koningsbergen. De Poolschen Adel insisteert sterk om een Ryksdag te paerd te houden, doch zonder succes, waar over de Roermaakers, de Zwaardveegers, en de Chirurgyns, maar taamelyk vergenoegt zyn, want daar worden meer Pistolen; Sabels, en Armen en Beenen gesleeten, op een Ryksdag te Paard, dan ‘er zoete koek verhakt wort op een Bredasche Kermis.

Op welk bericht Weyerman precies reageert, is mij niet duidelijk geworden. Maar in zowel de ’s Gravenhaegse Courant als de Leydse Courant van 3 mei 1724 was te lezen geweest dat er een rijksdag op handen was, al was de datum ervan nog niet bekend. Het houden van een rijksdag te paard was geen grapje van Weyerman, want één dag ná Weyerman heeft ook de Amsterdamse Courant het over een ‘Ryksdag te paerd’.  

Voor Weyerman is de op handen zijnde rijksdag een aanleiding om flink uit te pakken met kennis over Polen. Hij wijdt achtereenvolgens enkele zinnen aan de herkomst van de naam Polen, de gezonde lucht, de gewassen en dieren die er in overvloed voorkomen, de oorlogen met buurvolkeren, de reislust van Polen, hun devotie, het lijfeigenschap, drank, Poolse juffers, en de godsdienst. Na ruim twee pagina’s gaat hij abrupt over op een van zijn Anakreon-vertalingen.

Wat Weyerman over Polen schrijft is bijkans een encyclopedische verhandeling. Dat geeft aanleiding om het te vergelijken met het lemma ‘Pologne’ in de Grand Dictionaire Historique van Moréri.

Weyerman lijkt inderdaad een aantal zinnen uit dit lemma overgenomen te hebben om ze met zijn eigen uitweidingen in te kleuren. Bij het geloof heeft hij zaken herschikt. De zin ‘On y trouve aussi des Schismatiques Grecs, & beaucoup de Juifs qui sont en quelque credit à cause de leurs richesses’ heeft hij naar voren gehaald. Faustus blijkt Faustus Socinus te zijn (bij Moréri: Fauste-Socini), en bij Moréri werd deze Sociniaan pas ná George Blandrata genoemd. Crellius wordt in het lemma van Moréri niet genoemd, maar wél in het lemma ‘Polonois: Frères polonois’, dat direct op het stuk over religie in Polen volgt. Op dat lemma lijkt ook de voetnoot van Weyerman over de Fratres polonici gebaseerd te zijn: ‘Fratres polonici hebben 8 Volumina in Octavo laaten drukken, met de toestemming der Boekverkoopers’. Bij Moréri was dat: ‘Ils ont fait imprimer huit volumes in folio de leurs Auteurs, en Hollande l’an 1656’.

Waarom Weyerman hier ‘Octavo’ heeft staan kan ik niet verklaren. Bij mijn weten gaat het inderdaad om boeken op folioformaat. Zou Weyerman toch een ánder naslagwerk gebruikt hebben waarin vrijwel dezelfde informatie stond? Zo’n werk met ‘octavo’ erin heb ik niet kunnen vinden. – Jac Fuchs

¶ De afbeelding is gemaakt door Stefano della Bella en maakt deel uit van de serie Mannen te paard, collectie Rijksmuseum. In de databank staat erbij vermeld: ‘Een Poolse man te paard op de rug gezien, uitkijkend over een vlakte. Op zijn rug hangen pijlen en een boog. Rechts een ruiter te paard en links twee ruiters te paard. Op de achtergrond lopen troepen over de vlakte’.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.