Voetnoot 103

Weyerman en Hongarije

dinsdag 26 maart 2019 – In Voetnoot 102 kwam de beschrijving ter sprake die Weyerman van Polen gaf. Eerder had hij Hongarije al onder de loep genomen: in nummer 48 van de tweede jaargang van De Amsterdamsche Hermes (24 augustus 1723) kreeg een Hongaarse edelman het woord:1

Ongaryen is een Koningryk, Bym douzant Sakr***! her Broeder (sprak die vrome Deibel) dat meer gebult en gebocghelt is dan Don Bernardo Bochelio, die gelyk als een Scarron op schildwacht zit in een Kakstoel, en welkers lucht al ommers zo gezont is, als de lucht van Sluis in Vlaenderen, of van ’t Fort van St. Donaes.2Het Water is’er doodelyk (uitgezondert dat van den Donauw) en de Fontynen zyn ‘er gevaarlyker als deszelfs Inboorlingen, en dat is een Stout woordt.

Na enkele opmerkingen over het giftige water, de adel en de boeren pauzeert de Hongaar voor een stevige borrel. Daarna komen de vechtlust en het karakter van de Hongaren aan de orde, en de taalvaardigheid en muzikaliteit. Er zijn stieren en ossen in overvloed, en vrouwelijke dienstverlening is er goedkoop.

Wanneer hij koningen opsomt, onderbreekt een ongeduldige heer hem. Daarop gaat de Hongaar verder met een overzicht van de godsdiensten in Hongarije, maar dan wordt hij definitief van zijn verhaallijn afgeleid: zijn gehoor vraagt of hij het verhaal van de (Poolse!) bruiloft van Leech wil vertellen, en dat doet hij graag ….

Inmiddels hebben we al snel een vermoeden waar we kunnen zoeken voor een bron voor zo’n passage: het lemma Hongrie in de Grand Dictionaire Historique van Moréri levert frappante gelijkenissen op.

Weyerman heeft weer zijn eigen selectie uit de zinnen van het lemma gemaakt en er zijn eigen draai aan gegeven, zoals de vergelijking met Sluis toont. Hij slaat materiaal zoals de afleiding van de naam ditmaal over, en zelfs de ook niet al te gezonde lucht noemt hij niet, maar dus wel het water. Bij Moréri: 

Les eaux, si on excepte celles du Danube, ne sont pas bonnes; & l’Auteur de mirabilibus Hungariae, remarque, qui’il s’y trouve des fontaines, dont l’eau est mortelle.

Ook ‘Les Hongrois sont guerriers, mais cruels, superbes, vindicatifs, & si peu unis entr’eux, qu’il ne faut pas s’étonner, s’ ils ont été la proye des barbares’ vond Weyerman een bruikbaar gegeven.

Uit het hoofdstukje over bestuur en religie en de opsomming van Hongaarse koningen haalde de Hongaar zijn namen van koningen. Weyermans zin over religie komt van:

La Religion y est aussi differente, que les moeurs des peuples sont bizarres. On y trouvoit des Catholiques Romains, avec des Lutheriens, des Calvinistes, des Ariens, des Anti-Trinitaires ou Sociniens, des Anabaptistes, & d’autres Héretiques, sans parler des Juifs & des Mahometans.

De namen van schrijvers in de voetnoot op p. 380 komen uit het stukje ‘Auteurs qui parlent de la Hongrie’. 

Zo duidelijk als het gebruik van Moréri is, zo onduidelijk is nog hoe het zit met het verhaal dat de Hongaar daarna vertelt. Het ziet er zó fantasievol uit dat ik er nog niets mee aan kon.  – Jac Fuchs

Noten
1. Dank aan Jan Bruggeman, die mij op deze passage attendeerde.
2. Sint Donaes was een fort vlakbij Sluis. 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.