Voetnoot 104

Weyerman citeert Jean Ogier de Gombaud

dinsdag 2 april 2019 – Weyerman maakt in nummer 23 van de eerste jaargang van Den Ontleeder der Gebreeken (13 maart 1724, p. 177) wat opmerkingen over heren die op leeftijd zijn. Aanleiding is een bal dat Pinon, president van de rekenkamer, in Parijs gegeven heeft. Op zijn tachtigste stal hij de show op de dansvloer.

Weyerman uit wat tegendraadse gedachten bij dit bericht en haalt ten slotte drie regels van een Frans gedicht aan:

Les Femmes sont bien vos Idoles,
Mais a grand tort vous les aiméz,
Vous qui n’avez que des paroles.

Ook geeft hij er keurig de dichter bij aan: Gombaud.

Het nieuws van het bal stond in de Amsterdamsche Courant van 26 februari 1724. Het zal vast andere kranten gestaan hebben, ook al kwam ik in Delpher niet verder dan deze ene vermelding. Maar hoe kwam Weyerman aan die regels van Gombaud?

In het Supplément op de Grand Dictionaire Historique van Moréri (1716) wordt het verhaal bij het gedicht verteld. Madame des Loges (1585-1641) had een schotschrift op haar koffietafel liggen. Honorat de Bueil, heer van Racan, (1589-1670) schreef er een tienregelig vers over, dat bij deze dame niet in goede aarde viel. Zij liet Jean Ogier de Gombaud (1576-1666) erop reageren met een eveneens tienregelig gedicht, waarvan de geciteerde regels de laatste drie zijn. In vroege bronnen werd het eerste gedicht wel aan François de Malherbe toegeschreven, en de reactie aan Madame des Loges zelf.1

Apart is, dat deze regels niet alleen in het Supplément, maar ook in veel andere bronnen nét iets anders aangehaald worden dan Weyerman ze weergaf:

Les Femmes y sont vos idoles,
Mais á grand tort vous les aimez,
Vous qui n’avez que des paroles.
2

Een werk waar Weyerman zijn citaat aan ontleend heeft, heb ik niet aan kunnen wijzen. Zou Weyerman slordig uit zijn hoofd geciteerd hebben? Of verbeterde hij het citaat juist bewust? Voorlopig moet ik die vragen onbeantwoord laten. – Jac Fuchs 

¶ Hierboven is afgebeeld de titelplaat van Jean Louis Guez de Balzac, Les Entretiens du feu Monsieur de Balzac (Parijs 1663).

Noten
1. De eerste publicatie van deze gedichten lijkt te zijn: Jean Louis Guez de Balzac, Les Entretiens du feu Monsieur de Balzac (Parijs 1657).
2. De enige hiervan afwijkende versie vond ik in een druk van Antoine Furetière (herzien door Basnage de Bauval), Dictionnaire Universel (Den Haag 1702), op p. 450 van het tweede deel, onder een kopje ‘Paroles’. De eerste zeven regels werden daar weggelaten:

Oui les femmes sont vos idoles,
Mais à grand tort vous les aimez,
Vous qui n’avez ue des paroles.

Maar ook dat is niet de versie van Weyerman. Bovendien zet Furetiere de regels op naam van Madame des Loges. 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.