Kohlbrugge en een ‘heel, heel belangwekkend boek

Expeditie Robinson Crusoe (1719-2019) – 17

donderdag 11 april 2019 – Hermann Friedrich Kohlbrugge (1803-1879) maakte met zijn preken weinig vrienden. Gelovigen waren in Gods ogen, naar hij meende, ‘niets’. Dat is heel weinig. De mens had volgens Kohlbrugge niets ‘om voor God aangenaam te zijn’.

Kohlbrugge behoorde tot het Reveil en correspondeerde met Isaac da Costa. 

Het leven lachte Kohlbrugge bepaald niet toe. Op jonge leeftijd weduwnaar en langdurig door medemensen gemeden. Gedurende heel zijn leven vervreemdde hij mensen van zich door zijn radicalisme. Zoals: ‘wij zullen allen wel erkennen, dat wij onze ouders in veel dingen ongehoorzaam zijn geweest, maar wie beseft dat hij met zijn ongehoorzaamheid tegen zijn ouders de dood verdiend heeft en de vloek?’ De Nederlands Hervormde Kerk wees hem af als predikant. En dan had hij ook nog last van zijn ogen. Bijna twee jaar lang zag hij vrijwel niets, het bleef ook daarna tobben. 

Weinig vrienden, maar desondanks grote aanhang. In het bijzonder in Duitsland, waar hij sedert 1834 als predikant werkzaam was. In Elberfeld, waar hij in 1875 stierf. Zijn graf bevindt zich in Wuppertal. In Duitsland genoot Kohlbrugge grote faam. Volgens Wikipedia – en dan is het waar – plaatste Karl Barth hem op één lijn met Luther en Calvijn. In 1935 schreef Hermann Klugkist Hesse uit Elberfeld een monografie over Kohlbrugge, in het Duits. J. van der Haar vertaalde dat boek in het Nederlands. De Stichting Gihonbron uit Middelburg verzorgde in 2017 voor een heruitgave van die vertaling.

Kohlbrugge hield van Robinson Crusoe. Naast de Bijbel was het boek van Defoe hem het liefst, volgens Klugkist Hesse, ‘omdat het aan zijn neiging om te fantaseren en zich op het terrein van het geheimzinnige te bewegen, wonderlijk tegemoet kwam’. Het boek dat hem in zijn jonge jaren had getroffen, bleef hem dierbaar: ‘Als zijn geest naar ontspanning verlangde, dan greep hij ernaar’.

In het tweede hoofdstuk van de Kohlbrugge-monografie lezen we:

Toen (in het jaar 1842) zijn ogen dermate ziek werden, dat hij slechts anderhalf uur per dag werken mocht, moest zijn vrouw hem veel helpen. “Het is daarbij voor mij erg opwekkend, dat mijn beste vrouw mij de gehele avond iets voorleest. En uit welk werk? Ja, dat moet ge eens raden! Uit een heel, heel belangwekkend boek, uit … de Robinson, die ge voor ons achterliet. Het komt buitengewoon goed uit, dat deze reisbeschrijving mij zo opvrolijkt…’

De echtgenote die hem het boek voorlas, was zijn tweede echtgenote. Later schrijft Klugkist Hesse dat Kohlbrugge zijn ‘levendige nieuwsgierigheid’ dankte aan de lectuur van Defoe.

Het zegt natuurlijk wel iets over de ‘standing’ van de roman van Defoe – in gereformeerde kringen – dat het boek volgens Kohlbrugge een eervolle plaats verdiende naast de Bijbel. – Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelt berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het dient ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.