Kees van Bruggen en ‘het oude verhaal’ herinnerd

Expeditie Robinson Crusoe (1719-2019) – 20

vrijdag 3 mei 2019 – In 1916 fantaseerde Kees (C.J.A.) van Bruggen over een andere wereld en een andere geschiedenis in zijn roman Het verstoorde mierennest. Het boek kende een fenomenaal succes: het werd in het Duits vertaald en beleefde heel wat herdrukken, dook op in de dankbare lezersherinneringen van Henk (H.J.A.) Hofland en Max Pam. Het boek komt ook in Voskuils Bureau even ter tafel.

Over de roman en de schrijver is merkwaardig genoeg niet heel veel bekend. Kees van Bruggen is ‘de man van’ Carry van Bruggen en de schaduw is al decennia zijn verblijfplaats.

De kranten stonden in het oorlogsjaar 1916 vol van rampen, maar Van Bruggen schonk de wereld nog ander, definitiever onheil. Het einde van de mensheid! Bijna dan. En hij noemde zijn roman op de titelpagina ‘Een fantasie’ en in het eerste hoofdstukje zelfs een sprookje. Mooi sprookje dan!

Hoofdpersoon is de mijnwerker Jonathan Strong, die ondergronds merkt dat plotseling ieder geluid verstomt. Bij zijn gang naar buiten, op de tast, vindt hij slechts dode lichamen van mensen en dieren. Iedereen is dood, Jonathan Strong is de enige overlevende. In hoofdstuk 9 blijkt ‘Het einde der aarde’ door een enkele wetenschapper is voorzien: de komeet van Jesson stevent op de aarde af. Die komeet voert een giftige staart cyaankali met zich mee, die leidt ‘tot een plotselingen, gelijktijdigen dood’ van al wat ademt. Zelfgenoegzame heren dreven overigens de spot met deze dodelijke voorspelling.

Jonathan Strong en de aarde ontsnappen aan een voortijdig einde. Blijkbaar zat Jonathan in een deel van de mijn, waar de cyaankali niet doordrong. Het gif sorteert intussen een opmerkelijk effect: de lijken ontbinden niet, maar verschrompelen. Het verdriet over zijn dode vrouw en kinderen is hevig, maar vooral erg kort: Staverman wees er in zijn Robinson Crusoe in Nederland al op dat Robinson een ontluisterend gebrek aan belangstelling voor zijn gezin aan de dag legt. 

De aarde is met al die doden Strongs onbewoonde eiland geworden. In zijn eenzaamheid verlangt Jonathan naar reismakkers, kameraden, maar eerst gaat de mijnwerker op verkenning uit. Zoals Robinson het eiland verkende, doorwandelt Jonathan de mensenwereld. Overal doden, voertuigen die tegen elkaar op gekropen zijn en bergen metaal vormen. Hij beklimt de berg, waar hij het paleis van de rijke man betreedt en zich allengs toe-eigent. Het lijkt op de gewaarwording die Robinson op het eiland  overviel: hij was er de nieuwe koning van.

In het grote huis vindt hij machines, die hij aan de praat krijgt door de leerboeken van de zoon des huizes te bestuderen; meer boeken nog, waarvan slechts De negerhut van oom Tom bij naam genoemd wordt, en uiteindelijk ook de door hem gewenste kameraad: een muisje, dat hij Piepert noemt. De eieren die hij vindt, laat hij uitkomen: een van de kuikens krijgt de naam Pippel.

Jonathan vergelijkt zich in de roman enkele keren met Robinson: ‘het oude verhaal kwam hem in de herinnering van Robinson Crusoe en zijn leven op het eenzame eiland’. ‘In die eenzaamheid waren zij gelijken’. 

De parallellen met Robinson Crusoe liggen voor de hand: de naam Jonathan lijkt qua Britsheid op Robinson, de door het noodlot bewerkstelligde eenzaamheid, de gevoelde verplichting verder te leven en wat er van de wereld over is in ogenschouw te nemen, de koningsfantasie, de zoektocht van een kameraad. Toch zou ik Het verstoorde mierennest niet slechts als imitatie willen afdoen: het is in veel opzichten een 1916-antwoord op de roman van 1719.

Eén van de interessantste aspecten van de roman van Kees van Bruggen is de manier waarop hij ‘slavernij’ thematiseert. Dat het thema meezingt in de roman blijkt al uit de verwijzing naar het boek van Harriet Beecher Stowe. Het gaat bij Van Bruggen niet om de slavernij, waarbij koloniserend Europa en Amerika het werelddeel Afrika in de greep nemen en houden, maar om de slavernij in Europa. Jonathan beschouwt zich als een slaaf en soms als een ‘sleurslaaf’ en daarbij ziet hij hoe de kapitalistische ‘slavenhoudende’ baas afhankelijk is van de slavernij, zoals de slaaf dat voor zijn loon is van de baas. De eenzaamheid bevrijdt Strong van zijn ketenen.

De roman van Kees van Bruggen beleeft na bladzijde 200 een merkwaardige wending, maar daarover misschien een andere keer. –Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelt berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het dient ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.