Josepha Mendels over ‘een knal-boek’ voor jongens

Expeditie Robinson Crusoe (1719-2019) – 21

vrijdag 7 juni 2019 – Een Nederlandse dame wandelt naar de ‘grote Bibliothèque Nationale te Parijs’ om er naar eigen zeggen ‘wel honderd boeken’ over Daniel Defoe te lezen. Die Nederlandse dame is Josepha Mendels (1902-1995), een foto van haar op de achterzijde van het boek De vader van Robinson Crusoë (1954).

Op de flaptekst van het ‘jeugdboek van de maand’ vertelt zij over het ontstaan van haar boek. Aan het levensbericht dat Frida Balk voor de Maatschappij over haar schreef, ontleen ik dat Josepha Mendels decennia lang een vaste schrijftafel in de Bibliothèque Nationale had.

Het boek begint op twee manieren: met een prijsvraag en een lezende jongen. Die prijsvraag is uitgeschreven door het Provinciaal Utrechts Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen, kortweg het PUG. Iedereen mocht meedoen: ‘Het ging er om wie het beste kinderboek over een kunstenaar (dood of levend) schrijven kon’. Het zou de moeite lonen om nog eens te neuzen in de rijke archieven van het Utrechts Genootschap. Die heb ik jaren geleden al eens doorvlooid, toen ging het om de correspondentie over de Wolff-biografie van Hendrika Ghijsen, maar me heugt niet er Josepha Mendels gezien te hebben.

De lezende jongen zat in Parijs in een park. Die nam op een bankje plaats naast de schrijfster en hij haalde een boek uit zijn schooltas, waarin hij onmiddellijk begon te lezen: ‘Ik zag dat het hem boeide, want hij keek niet op of om’. Mendels liet expres iets op de grond vallen, ‘om op het kaft de titel te kunnen zien’. Robinson Crusoë! Volgens de jongen desgevraagd: ‘een knal-boek’. Over de schrijver wist de jongen niets: ‘leeft die nog?’

Misschien is er nog wel een derde aanleiding: Bram! Het boek is opgedragen aan de elfjarige Bram die het boek al las toen het nog niet gedrukt was. Wie die Bram is, is onduidelijk. Mendels had een zoon, Eric, en diens zoon heette niet Bram. In 1954 schreef Mendels in De Gids het verhaal ‘Bram slaat een roffel’. Andermaal Bram!

Het jeugdboek van Josepha Mendels gaat voornamelijk over Defoe, die zij ziet als ‘de vader van Robinson’. In de eerste drie hoofdstukken schrijft zij dan nog wel over de beroemde roman, vooral in het eerste hoofdstuk. Eigenlijk is dat overbodig, volgens de inleiding hebben ‘alle jongens en sommige meisjes van negen jaar en ouder natuurlijk wel eens over Robinson Crusoë gehoord’. 

Robinson Crusoe heeft ‘een moedig karakter’: ‘Hij is ervan overtuigd dat klagen niet, maar aanpakken wel helpt.’ De verhouding met Vrijdag is haast een vader-zoon-relatie. In het tweede hoofdstuk gaat het over de relatie met de werkelijkheid, in het derde over de robinsonades, waar zij een lage dunk van heeft.

Op bladzijde 41 begint de biografie van Robinsons vader, Daniël Defoe, met het categorische: ‘EN NU genoeg over Robinson Crusoë’. Nu weten we dat er na dat ‘genoeg’ nog heel veel volgde. – Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelt berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het dient ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.