Voetnoot 117

Het huwelijk op de korrel genomen

dinsdag 18 juni 2019 – In aflevering 23 van de tweede jaargang van Den Echo des Weerelds (24 maart 1727), ontmoet Weyerman ‘een jong Heer op de Keyzers Gragt’, die ‘wiert gemainteneert by een Dame die gevloekt was met een oude kromme Podagrist’.

Weyerman vraagt hem voor de grap of hij al getrouwd is. De jongeman antwoordt ontkennend, en voegt daar een reeks aforismen over het huwelijk aan toe:

Het Huuwelyk en de hooge Jaaren begeert men beyden, en zo dra zyn wy in die tweevoudige bezitting niet geraakt, of het Leedweezen volgt de Possessie. Als een Vrouw van daag den Man op den Teen treed, zal zy hem morgen op het Hoofd poogen te trappen. Den rondste Cirkel heeft zyn Middelyn, het gonstigste Stargezigt heeft zyn Tegenstreeving, en het beste Huuwelyk heeft zyn Rampen. Een gelukkig Huuwelyk is het Paradys des Weerelds, en een kwaade Keus is het Vagevuur des Leevens; het laatste is zo gemeen als een berooit Chymist, en het eerste is zo zeldzaam als den Steen der Wyzen.

Zoekend naar een mogelijk bron vond ik de volgende zinnen in één en hetzelfde werk:

¶ ‘Old age and Marriage are alike: For we desire them both; and once possessed, then we repent.
¶ Give thy Wife no power over thee: For if thou suffer her to day to tread upon thy foot, she will not stick to morrow to tread upon thy head.
¶ The roundest Circle hath its Diameter, the favourest Aspects their incident oppositions; and Marriage is qualified with many trifling griefs and troubles.
¶ Marriage with peace, is this world’s Paradise; wit strife, this life’s purgatory.

De combinatie van deze zinnen lijkt alleen maar voor te komen in Politeuphuia. Wit’s Commonwealth, geschreven door N.L. (=Nicholas Ling).1 Hoewel er allerlei andere zinnen tussen staan die Weyerman niet gebruikt heeft, zal dit het werk zijn dat zijn voorbeeld was, want ook het motto van deze Echo-aflevering staat erin, in hetzelfde hoofdstukje over het huwelijk.2

Weyerman slaat terug met een reeks uitspraken over lust. De voorbeelden daarvoor zijn te vinden in het hoofdstukje ‘Of Concupiscence’ in Wit’s Commonwealth.3 Daarop reageert de jongeman weer met een reeks beweringen over het valse karakter van vrouwen, maar die heb ik niet in Wit’s Commonwealth teruggevonden. Daarna gaat Weyerman nog wel verder over huwelijkse zaken, maar de vorm die hij daarbij gebruikt is een andere. Dit suggereert dat we voor dat deel van de aflevering naar een andere bron moeten zoeken. – Jac Fuchs

Noten
1. Van Wit’s Commonwealth is al een editie uit 1598 bekend. Het werd meermalen herdrukt. Ik heb gekozen voor een link naar een editie uit 1722, omdat de spelling in die druk moderner oogt. Het boek heeft een opdracht van N.L. aan John Bodenham; Bodenham wordt ook wel als auteur genoemd.
2. In Wit’s Commonwealth worden de versregels aan Horatius toegeschreven, maar ik ben er, merkwaardig genoeg, nog niet in geslaagd ze in diens werk terug te vinden.
3. Dit staat in de editie van 1722 op op p. 257 en verder.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.