Guus Kuijer en ‘de twee Robinsons’

Expeditie Robinson Crusoe (1719-2019) – 24

donderdag 27 juni 2019 – Vele jaren was Guus Kuijer in de Nederlandse kinderboekenwereld de ideale schoonzoon. Hij nam de opvoeders in zijn romans op de hak, maar – zoals wel vaker – vonden juist de op de korrel genomen volwassenen dat fantastisch. Was het omdat al die Kuijer-fans meenden dat de schrijver het vooral op andere volwassenen had gemunt? In 1979 ontving hij voor Krassen in het tafelblad een Gouden Griffel en voor zijn oeuvre de Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur. 

In 1980 was veel van de Kuijerliefde voorbij. In zijn essaybundel Het geminachte kind zette Kuijer een tandje bij. Veel van het pedagogisch optimisme vond in hem een onbarmhartig criticus. Heilige huisjes moesten het ontgelden.

De lievelingsroman van veel volwassen mannen, Kees de Jongen van Theo Thijssen, wordt er bitter terzijde geschoven. Sarcastisch heette het over deze roman: ‘O wat heerlijk, het is genuancéérd’. Kuijers enthousiasme over Het grijze kind maakt veel goed.

Het hoofdstuk in Het geminachte kind dat over Theo Thijssen gaat, gaat óók over Robinson Crusoe. Het heet ‘De twee Robinsons’ (en is via DBNL te raadplegen). Kuijer haalt om te beginnen de schrijver-bioloog Dick Hillenius aan, die in De vreemde eilandbewoner beweerde:

Robinson Crusoe is een kinderboek geworden omdat volwassenen te goed beseffen hoe weinig idyllisch het is om eenzaam op een eilandje te moeten leven. 

Bij deze observatie plaatst Kuijer een aantal vraagtekens, de laatste besluit een retorische vraag: ‘Of hebben we te maken met een alleraardigste voorbarige conclusie?’

Zijn ontmanteling van Hillenius’ bewering begint bij een nauwkeurig verwoorde jeugdherinnering:

Ik vond het als kind nu juist zo hinderlijk dat Robinson voortdurend van zijn eiland àf wilde, ik vond het onbegrijpelijk grotemenserig dat hij niet tevreden was met zijn lot. Je kunt gerust stellen dat ik tevredener was over het eiland dan Robinson. 

Maar dan komt de ‘spoiler’: Vrijdag!

Voor mij was de lol er pas af toen Vrijdag op het toneel verscheen. Robinson verandert op slag in een opvoeder en dat is voor een eiland niet lollig om te zien. Robinson voelt zich vanaf Vrijdag ‘bijna gelukkig’, maar zijn soort geluk is in kinderogen verraad.

Als Robinson alleen is, maakt hij fouten, raakt hij in vertwijfeling en boekt hij overwinningen (op zichzelf). In een volstrekt onbekende omgeving gedraagt de volwassen Robinson zich ‘kinderlijk onwetend’ en dat maakt hem tot een geliefd ‘identificatie-object voor kinderlijke mensen’.

Als Robinson zijn Vrijdag vindt, verandert hij in een onverdraaglijk soort volwassene, iemand die denkt te wéten en godbetert aan het opvoeden slaat. Het is de tweede Robinson die in de ogen van Kuijer het slechtste van de jeugd- en kinderboekenliteratuur representeert.

Met zijn verheerlijking van de eerste Robinson pleit Kuijer voor de onwetendheid en het vrijwillig afzien van ‘opvoeden’:

Ik stel daarom voor op te houden met opvoeden want wij leven allemaal voor het eerst en wij weten niet hoe dat moet.

Een verrukkelijke zin. Het categorisch karakter ervan is een geweldige provocatie. Het is niet moeilijk het grotendeels met Kuijer eens te zijn – zeker met dat deel dat begint met ‘want’- en toch stug door te gaan met de permanente opvoeding van jezelf en anderen. – Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelt berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het dient ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.