‘Nijmeegsch Rondgezicht’ (1806)

Derk Anthony van de Warts panorama van Nijmegen 

donderdag 25 juli 2019 – In het Nijmeegs museum De Bastei, voorheen De Stratemakerstoren maar onherkenbaar vernieuwd, is tot 1 september het Nijmeegs panorama van Derk Anthony van de Wart (1767-1824) te zien.

Ik zag het al wel eerder, ik meen in 2013 in Museum Het Valkhof, bij de tentoonstelling ‘Uit de plooi’. Een jaar later wijdde Het Valkhof zelfs een kleine expositie aan het panorama, dat van 1806 dateerde. Bij die gelegenheid zag ik nog een ander Nijmeegs rondgezicht, anoniem, uit 1790.

In 2013 (of was het 2014?) moest je goed je best doen om het panorama niet te missen. Nu is dat anders: je moet heel wat trappen lopen om op de hoogste verdieping – met het mooiste uitzicht – het ‘Rondgezicht’ te zien. Het Nijmeegs panorama mag dan ‘het oudste’ van Nederland zijn, het is niet zo indrukwekkend als Panorama Mesdag (Den Haag) of het Bourbaki Panorama (Luzern). Van het panorama in Waterloo staat me bij dat het zo’n twintig jaar geleden om restauratie vroeg. Of die vraag gehonoreerd is, weet ik niet. Die drie panorama’s zijn alle van later datum, maar ze sluiten op elkaar aan en wekken de illusie van echtheid. Het panorama van Van de Wart wekt die illusie alleen als je erg je best doet.

In 1818 kon je het ‘Rondgezicht’, waarvoor geadverteerd werd als ‘Geldersch Panorama’, in ‘het Belvédère’ zien. Naast de ramen, die uitzicht boden op het veranderend landschap, hingen Van de Warts ‘schilderijen van de gezigten’ van het flankerend landschap. Je zag dus alles twee keer, 1806 en 1818 (en later) naast elkaar. 

Uitgeverij Immerzeel bood de acht ‘in plaat’ gebrachte schilderijen, in een mapje, aan voor 10 gulden. Een flink bedrag.

In de tentoonstelling zijn de schilderijen ‘gerevitaliseerd en 100 x vergroot’. Wat dat ‘revitaliseren’ precies mag betekenen, is onduidelijk. Het is een alleraardigste tentoonstelling, samengesteld door kunstenaar Kees Moerbeek en geograaf Billy Gunterman. Het bijbehorend boekje ziet er fraai uit, de teksten zijn interessant. Tentoonstelling en boekje roepen echter veel vragen op.

In 1806 kreeg Van de Wart volgens Moerbeek en Gunterman opdracht van Hendrik Hoogers, magistraat van Nijmegen, leerlooier en schilder, om dit panorama te maken. Beiden waren lid van Felix Meritis. Dat Hoogers de opdracht gaf, geloof ik wel, maar of dat gedocumenteerd is? Dat beiden lid waren van Felix, wat betekent dat? Felix hield hof in Amsterdam en was Hoogers’ lidmaatschap niet een soort ere-lidmaatschap. Waarom maakte Hoogers het panorama niet zelf? Waarom wilde de Nijmeegse overheid zo’n panorama? Als pleister op de wonde van het Valkhof?

In het boek van J.A.B.M. de Jong over Hoogers lezen we heel wat anders. Behalve dat bij raadsbesluit twee zilveren schenkborden werden vervaardigd, bestemd voor Van de Wart en oud-burgemeester Hoogers. Van Hoogers als opdrachtgever geen spoor. De dank kwam Hoogers toe omdat hij ‘memorieprenten van het Valkhof’ gemaakt had. Het werk van Hoogers en Van de Wart lijkt daarmee, zeker ook gezien de gezamenlijke beloning,  verband te houden met ‘het verdriet van Nijmegen’. 

Hoogers was niet de enige verbinding tussen Van de Wart en Nijmegen, als hij de verbindende schakel al was. In Nijmegen woonden in de achttiende eeuw bijvoorbeeld Van de Warts – familie? – en zijn vriend Schonck, rector van de Latijnse school, woonde er. Van de Wart en Schonck waren beiden lid van de vriendenkring ‘Kunst door Vrindschap Volmaakter’ en die kring bood heel wat meer kans op vriendschap dan Felix Meritis. In die kring ook zong A.L. Barbaz in het Frans de lof van het panorama dat medelid Van de Wart gemaakt had. In de genootschapsbundel is het gedicht van Barbaz opgenomen, ernaast de vertaling van Hendrik de Flines. 

Schonck en Hoogers waren in politiek opzicht tegenpolen, maar zij vonden elkaar in hun liefde voor de stad en hun verdriet en woede over de afbraak van het Valkhof. Beraamden zij samen een plannetje om de geschonden stad weer ‘op de kaart te zetten’? Of maakte Van de Wart het panorama op eigen initiatief?

De Nijmeegse overheid dankte de kunstenaar met een zilveren schenkbord, zoals gezien, maar kreeg Van de Wart niet ‘gewoon’ betaald? Of was het geen opdracht? In 1815 verhuisde hij van Amsterdam naar Nijmegen, maar waarom? Dergelijke vragen worden bij de expositie en in het begeleidend boekje jammer genoeg niet gesteld en deze bezoeker kon na bezoek en lectuur een zucht van teleurstelling moeilijk onderdrukken. Wel een prachtig museum en de expositie is de moeite van een bezoek meer dan waard, maar maar … – Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.