Voetnoot 126

Weyerman bewerkt Horatius

donderdag 19 september 2019 – Weyerman opent de achtste aflevering van Den Vrolyke Tuchtheer (22 augustus 1729) met een motto dat hij aan Horatius ontleende.[1] Na een korte inleiding geeft hij een vertaling van de Ode van Horatius waaruit het motto afkomstig is.

Vertaling is eigenlijk niet het juiste woord: het is een knappe bewerking. Horatius spoort Chloris, een vrouw van middelbare leeftijd, aan om eindelijk te stoppen met het ‘partyen’ en flirten met de jongens. Als dat gedrag al bij iemand past, dan is het wel bij haar dochter. Zelf zou ze beter eens wol kunnen gaan spinnen – wij zouden zeggen dat ze haar plaats achter het aanrecht maar eens moest innemen.

Weyerman zet het bij zijn aloude mevrouw Pruymtonade nog wat steviger aan, met adviezen als ‘Loop, word een zwarte Kloosternon;’. Bij hem luiden de laatste drie strofen:

Snor liever naar de Gentsche kust;
Na ’t Spaans Antwerpen, daar de Nonnen graag in lust
Spierwitte troosters zien, nooit moedê of mat gekust
            Op koude kollen.

Geev’ aan uw Mie die redery;
Dat wollig lam haakt na het steevig man-gety; 
Dus zette Charlequint zyn zoon den rykstaf by
            Der Spaansche ryken.

Helaas! Verwerp dê ontstelde luyt;
’t Is ommers op den duur genoeg gebellebruyt;
Kruyp in een steene cel, laat de afgekeurde schuyt
            In asche pryken.

Het moge duidelijk zijn: het is een taalvaardige bewerking, waarbij Weyerman strooit met nieuwe beelden. Op het sterke taalgebruik wil ik niets afdingen, maar ik wil wel opperen dat die nieuwe ideeën niet allemaal van Weyerman afkomstig zijn.

Thomas Brown, de Engelse satirische auteur van wiens teksten we al vaker sporen in Weyermans werk terugvonden, heeft dezelfde Ode van Horatius onderhanden genomen, en er zijn treffende overeenkomsten tussen zijn bewerking en die van Weyerman.[2] Ook Brown geeft vrijwel direct het advies ‘For shame in your old age turn nun’.[3] Ter vergelijking zijn hier de laatste strofen van zijn versie:

To Ghent and Brussels strait adjourn,
The Lewdness of your former Life to mourn.
There brawny Priests in Plenty you may hire,
If Whip and wholesom Sackcloth cannot quench the fire.

Your Daughter’s for the Business made,
To her in Conscience quit your Trade.
Thus, when his conquering Days were done,
Victorious Charles resign’d his Kingdom to his Son.

Alas! ne’er thrum your long disus’d Guittar,
Nor with Pulvilio’s scent your hair,
But in some lonely Cell abide, 
With Rosary and Psalter dangling at your side.

Wie zich niet laat overtuigen door het reisadvies voor de Zuidelijke Nederlanden, de verwijzing naar de troonsafstand van Karel V en het advies om in een klooster in te treden en daar een cel te betrekken, wil ik in overweging geven dat Weyerman bij het schrijven van de Tuchtheer vaker naar de werken van Thomas Brown greep. Ik zal daar in komende voetnoten voorbeelden van geven. – Jac Fuchs 


[1] ‘Uxor Pauperis Ibici, Tandem nequitiae fige modum tuae, Famosisque laboribus, &c.’ Het is het begin van de vijftiende Ode uit het derde boek van Horatius.

[2] Jan Bruggeman gaf een voorlopig, maar zeker niet definitief, overzicht in Voetnoot 121.

[3] ‘The XV Ode in Horace Lib. 3.Imitated’ werd al – zonder titel – gepubliceerd als onderdeel van ‘Dialogue II Will’s Coffee-house in Covent Garden’ in A Collection of all the dialogues written by Mr. Thomas Brown (Londen 1704). Het verscheen ook in die vorm in deel 4 van eerste editie van de werken (1709). Vanaf 1711 werd het als zelfstandig werkje afgedrukt in de edities van de werken van Thomas Brown, waarbij op het woord af hetzelfde Horatius-citaat aan de bewerking vooraf ging; in ‘Dialogue II’ luidt de verwijzing nog ‘Uxor pauperis Ibici, tandem Nequitiae pone modum tuae’.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.