Perscensuur in Holland 1749-1800

Het Hof van Holland en de Staten van Holland

dinsdag 17 december 2019 – In het Tijdschrift voor Geschiedenis 132 (2019), p. 181-201 is een artikel te lezen van Ruben Schalk, getiteld ‘Perscensuur en het Hof van Holland, 1749-1800’. Daarin geeft hij eerst een overzicht van de diverse opvattingen over de effectiviteit van de perscensuur in de Republiek.

Ruben Schalk neemt afstand van de mythe van de tolerantie. Er was wel degelijk censuur en dat leidde dan weer tot zelfcensuur. Boekverboden en vervolgingen zorgden in de zeventiende eeuw voor een soort consensus: binnen de alom bekende grenzen bestond er ‘relatief veel vrijheid’. De tolerantie-gedachte was van ondergeschikt belang in vergelijking met de staatsstructuur die een effectief censuurbeleid compliceerde.

Schalk zegt dat de achttiende eeuw een ‘relatief onontgonnen terrein’ is als het gaat om de bestudering van perscensuur. Hij wil in zijn verkennend artikel vooral aandacht schenken aan de samenhang tussen wetgeving en de naleving ervan. Daartoe heeft hij zich gericht op persdelicten en wetgeving, zoals die naar voren komt bij het Hof en de Staten.

Het Hof gaat zich in de tweede helft van de achttiende eeuw meer op preventie dan op repressie toeleggen. Daarbij verloopt de samenwerking met de Staten verre van vlekkeloos. Voor de Staten was de censuurpolitiek geen prioriteit en zo bleven de voornemens van het Hof veelal zonder gevolg. Gebrek aan samenwerking tussen Hof en Staten beperkte de censuurpraktijk. – Peter Altena

¶ Hierboven afgebeeld: ‘Een boekje te Haarlem door beulshanden verbrand’, uit: Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen der Vereenigde Nederlanden, deel 47 (Amsterdam 1802, 3e druk).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.