Voetnoot 150

Een kwakzalver met een succesvolle praktijk

donderdag 6 februari 2020 – In Den Ontleeder der Gebreeken van 9 juli 1725 beschrijft Weyerman hoe hij om elf uur ’s avonds op het punt stond op huis aan te gaan, maar een kennis tegen kwam die hem overhaalde om nog even een Kasteleny te bezoeken.[i] Dat gebeurde waarschijnlijk in Amsterdam, want hij noemt terloops de Nes en suggereert verderop dat de herberg in kwestie Malta was.

Na een korte vermelding van drie kasteleins die vaker in zijn werk voor komen, volgt de schets van het herbergbezoek. Weyerman introduceert daarbij termen als Kievitje en Blokje voor een kwart resp. een half pint, en Kievitaris voor herbergklant.

Onder die Kievitarissen bevindt zich een man die maagklachten heeft. Een daar toevallig ook aanwezige geneesheer geeft hem ‘Een Pilletje […], iets grooter als een gebraade Frikkadel […] Die Pil wort in ’t Grieks genoemt …. Ik zal ’t slegts verduytschen, den Toetsteen [sic] der Natuur […]’, maar, voegt de medicus daaraan toe, als de man een afkeer van pillen heeft, kan hij ook een poeder krijgen. ‘Dat Poeder is en blyft zeven en zeven Jaar goed, en als je het al gebruikt hebt konje ‘er nog een kranke Vriend mee gerieven; […]’.

Dat brengt Weyermans vriend op een idee. Die staat op, richt zich tot het gezelschap en begint allerhande denkbeeldige middeltjes aan te prijzen. Dat blijkt een doorslaand succes:

Zo ras als die Heeren hoorden, dat ‘er een Hulpmiddel in de Kamer was om de Slykspooren des Appetyts te scherpen, vloogen de Beurzen open, gelyk als de Deuren en Vensters der Joden open vliegen tot de Receptie des Onweers, en zy verdrongen malkanderen zo onmanierlyk, dat de Tinne Kievitten vleugels kreegen […]
Die zoort van Onbeschaamdheit kittelde zodanig de Hangooren der Kievitarissen, dat zy toedrongen als of de Tafelklok begon te kleppen om dat Medicament te koopen […]
Aldus zag ik (aldus den Ontleeder der Feylen) dat ‘er Zotten zyn van alle Saisoenen, van de Sestig tot de Sestien, en Gekken zonder tanden, tot Narren met  tanden; […]

Nadat de vriend van Weyerman zijn rijke inkomsten gedeeltelijk in bokalen wijn heeft omgezet, zet hij een Airtje in, waarin hij nogal wat sneren uitdeelt aan het adres van onze Oosterburen. De woorden Malta, Moffen en Poepen vallen, en alle clichés – variërend van eikels en zwijnen tot en met Zauer Kraus [=Kraut?] – komen voorbij. Het schiet de waard, die een Duitse herkomst heeft, in het verkeerde keelgat, maar omdat hij al ‘Sestien Kievitseyeren’ achter de kiezen heeft, komt het niet tot een handgemeen. Een klant stelt voor om de knecht te betalen. Nadat dat gebeurd is, gaan Weyerman en zijn vriend vreedzaam op huis aan.

Zo’n levendige herbergscène, daarvan hebben we er meer gezien. Ik vroeg me af of Weyerman weer bij Ned Ward te rade gegaan was. Voor de schets van het interieur en de woorden over de waard en zijn klanten heb ik dat niet kunnen aantonen, maar met de geneesmiddelenverkoop ligt dat anders. In aflevering zes van The London Spy loopt Ward over een markt, waar een kwakzalver aankomt en zijn middeltjes aanprijst. Ook die welbespraakte verkoper brengt zijn publiek in vervoering:[ii]

This piece of Impudence so tickled the Ears of the Brainless Multitude, that they began with as much Eagerness to untye their Purses, and the Corners of their Handkerchiefs, and to be as free of their Pence, as they usually are to buy Apples by the Pound, or to purchase the Sight of a Puppet-show; […]
Thus they continued flinging away their Money, showing there were Fools of all Ages, from Sixty to Sixteen; […] till at last, either the Doctor broke the Crowd of their Money, or the Crowd broke the Doctor of his Physick, I know not whether; […]

Die ‘zoort van Onbeschaamdheit’, en ‘Zotten van de Sestig tot de Sestien’: dat kan geen toeval zijn. En inderdaad, ook in de medicamenten klinken de overeenkomsten door. Hoewel het assortiment van de Engelse kwakzalver behoorlijk afwijkt van wat de Amsterdamse dokter bij zich heeft en van wat Weyermans vriend bedenkt, herken ik wel een en ander van zijn koopwaar:

[…] a little inconsiderable Pill to look at, you see not much bigger than a Corn of Pepper, […] Pillula Tondobula, which signifies in the Greek, The Touch-stone of Nature […]
A Plaister […] as useful seven Years hence, as at this present Moment, […] and when it has perform’d Forty Cures, ‘twill be ne’er the worse, but still retain its Integrity; 

Weyerman liet zich veel vaker door passages van Ned Ward inspireren. In Voetnoot 111 gaf Jan Bruggeman een voorlopig overzicht van de Ward-vondsten, maar in de Voetnoot 138, Voetnoot 141, Voetnoot 142, Voetnoot 143, Voetnoot 144 en Voetnoot 145 is daar een reeks nieuwe vondsten aan toegevoegd.

Ik roep hier graag in herinnering dat Ton Broos in 1986 als eerste een handvol bewerkingen van Ward-passages publiceerde in de Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman.[iii] Eén van zijn vondsten was een marktscène waar een korte beschrijving van het optreden van een kwakzalver op volgde, waarna Weyerman zijn ongenoegen uitsprak over de activiteiten van kwakzalvers. Die passage trof Broos aan in de Doorzigtige Heremyt.[iv]

Het optreden van de kwakzalver dat Weyerman voor Den Ontleeder bewerkte, staat in The London Spy tussen de marktscène en het negatieve commentaar op het opereren van kwakzalvers waar Weyerman in de Doorzigtige Heremyt gebruik van maakte. Maar Weyerman herhaalde zich geenszins. In Den Ontleeder is de kwakzalversscène vrij uitgebreid nagevolgd, terwijl in de Doorzigtige Heremyt het optreden van de kwakzalver juist in een paar zinnen is samengevat.

Ten slotte: door de verkoop van de nepmiddeltjes niet door een kwakzalver te laten uitvoeren, maar door iemand die een kwakzalver spéélt, maakt Weyerman er een toneelstukje van. Er was een traditie van het spelen van kwakzalvers op het toneel. De afbeelding bij deze voetnoot getuigt daarvan: voorgesteld is iemand die een kwakzalver uitbeeldt, mogelijk Sir John Hill (1714-1775), die niet alleen apotheker en plantkundige was, maar ook regelmatig op de planken stond. – Jac Fuchs


[i] Den Ontleeder der Gebreeken II, nummer 39 (9 juli 1725), p. 305. 

[ii] Ned Ward, The London Spy (Londen 1698-1700), nummer VI, p. 131-135.

[iii] Ton Broos, The London Spy in Holland, of een Nederlandse spion in London: Jacob Campo Weyerman en zijn vertaling van Ned Ward’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 9 (1986), p. 63-73.

[iv] De Doorzigtige Heremyt nummer 4 (18 oktober 1728), p. 30-32.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.