Achttiende-eeuwse neusboekjes

vrijdag 21 februari 2020 – De heer A., inwoner van de mooiste stad tussen Limburg en Waal, wees Herkauwer geheel terecht op een artikel over twee achttiende-eeuwse ‘neusboekjes’. Mijn dank!

Het artikel, door A.J. Schuur, is getiteld: ‘Wat moet ik voor mijn neus betalen? Over twee achttiende-eeuwse ‘neusboekjes’’, en is te vinden in Spektator 8 (1978-1979) nr. 3-4, p. 104-118.

Dit artikel heeft waarde voor de in deze materie geïnteresseerden. Schuur maakt opmerkingen over door hem gevonden neusteksten, vanaf 1586. Het schijnt, afgezien van neus-prenten, vooral een fenomeen in almanakken te zijn. Schuur geeft in twee bijlagen de tekst van twee achttiende-eeuwse neuziana, te weten de ‘Ordonnantie van den tax op de neuzen’, en het uit 1718 daterende ‘Placaet, of ordonnantie van het neusengelt’.

In die laatste tekst vindt men opgave van de belasting op een honderdtal neuzen. Ik vind hier dat een Rotterdamse neus betrekkelijk weinig ‘doet’, namelijk 3 stuivers en een halve blank. Daarentegen moet een Zeeuwse neus, ‘voor ront en opgeset, met Pok-putten’, zes stuivers opbrengen.

Een apart geval zijn sommige Utrechtse neuzen. Want:

Ook sullen de Neusen van de Vrouw-luy die t’Uytregt van de Franse gesnooten zijn, betalen twaalf stuyvers.

Schuur merkt over die passage op (p. 109):

Hiermee wordt zeker gedoeld op vrouwens die tijdens de bezetting van Utrecht in 1672 door Franse troepen intiem omgang met de vijand hadden.

Het komt mij voor dat er eh… vruchtbaar onderzoek mogelijk is naar de verbanden tussen neuzen, en erotische geneigdheid of potentie. – overgenomen van Herkauwer’s blog 23-3-2007

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.