Voetnoot 153

Sympathie en antipathie

donderdag 5 maart 2020 – Aflevering 53 van De Rotterdamsche Hermes (14 juli 1721) heeft als motto een vierregelige Franse tekst. Weyerman vermeldt hierbij niet de naam van de dichter. Vroeger was het een onmogelijke opgave om de herkomst van zo’n vers te achterhalen, maar nu is dat dankzij Google Books in een oogwenk gebeurd.

Het motto blijkt geen kwatrijn te zijn, maar enkele versregels van een claus uit de tragedie Rodogune (1647) van Pierre Corneille (1606-1684).[1]

Il est des Noeuds Secrets, il est des Sympathies
Dont par le doux accord les ames assorties
S’aiment & l’une & l’autre, & se laissent piquer
Par un je ne scai quoi, qu’on ne peut expliquer.

Weyerman citeert niet helemaal correct. In de derde regel bijvoorbeeld staat in het origineel ‘s’attachent’ (zich hechten aan, zich binden, “liefhebben”) en niet ‘s’aiment’ (van elkaar houden).

De vertaling van de vier regels uit het toneelstuk, ontleend aan een achttiende-eeuwse publicatie, is als volgt:

Daar ’s een geheime Knoop, daar is een Sympathy,
Welks lieflyk verband de Ziel, hoe los, hoe vry,
Weet tot een andre Ziel te neigen, saam te paaren
Door iets, ik weet niet wat, onmooglyk te verklaaren.[2]

Het motto vormt de opmaat naar een kort vertoog van drie pagina’s over de sympathie en antipathie, door Weyerman ‘medeneiging’ en ‘afkeer’ genoemd.[3] Weyerman komt met diverse voorbeelden, ontleend aan onder andere Kardaan en Porta. Als ik zulke verwijzingen lees, ben ik tegenwoordig direct op mijn hoede en vermoed ik dat Weyerman een andere, niet met name genoemde bron heeft gebruikt.

In ‘Aanmerkingen over de sympathie of medeneiging, en de antipathie, of afkeer; met voorbeelden’ in De Letter-Historie-Konst- en Boek-Beschouwer uit 1764 lezen we:

De oude Naturalisten eigenden alle de natuurlyke Uitwerkzelen, die zy niet verstaan konden, aan de Sympathie en Antipathie toe. Zo schryft J.B. Porta het aan de Sympathie toe, dat een Olyphant tam word op het gezicht van een’ Ram; en aan de Antipathie dat een Wyngaard de Kool schuwt, en de Scheerling de Wynruit, waarom ook ’t Sap der laatste tegen ’t Vergiftig vocht der eerste een Tegengift verstrekken zoude.[4]

Weyerman komt ook met dergelijke voorbeelden van sympathie en antipathie, maar hij ridiculiseert deze en erotiseert. Zo schrijft hij dat de sympathie van de haan voor de dageraad te verklaren is omdat Weyerman, verwijzend naar de zielsverhuizing van Pythagoras, gelooft ‘dat de ziel van een’ Klapwaker in ’t gepluimde ligchaam van dien gespoorden Schermmeester is verhuist’. Op pagina 363 lezen we dat sommige mensen flauwvallen bij het zien van een kat, terwijl andere niet kunnen rusten voordat zij een ‘tamme Huiskat tusschen de bouten hebben’.

Toen ik zocht op het afwijkende tekstfragment ‘S’aiment & l’une & l’autre’, kwam ik uit bij twee bronnen: Pierre Le Lorrain de Vallemont, La physique occulte, ou traité de la baguette divinatoire (Amsterdam 1693, p. 57) en Jacques Ozanam, Récréations mathématiques et physiques (Parijs 1694, dl. 2, p. 257).

In beide werken staan de vier dichtregels, die deel uitmaken van een verhandeling over de sympathie en antipathie. Ook hier wordt de naam van Corneille niet vermeld. Het is dus heel goed mogelijk dat Weyerman niet geweten heeft, wie de schrijver was van het motto.

Ik heb de tekst van de twee Franse bronnen vergeleken met die van De Rotterdamsche Hermes en kom tot de conclusie dat Weyerman het werk van Jacques Ozanam (zie illustratie links) heeft gebruikt.  Ozanam geeft voorbeelden die ook bij Weyerman te vinden zijn en die Le Lorrain de Vallemont niet heeft. Ook een citaat van Vergilius lees ik alleen bij Ozanam en Weyerman. Verder zijn er bepaalde formuleringen die Weyerman alleen overgenomen kan hebben uit het werk van Ozanam.

Tot slot een voorbeeld van hoe Weyerman speelt met zijn brontekst. In de Récréations mathématiques et physiques (p. 262) is het volgende te lezen:

Je ne parle pas de l’Antipathie que l’on remarque entre le Chat & la Souris, & entre le Loup & la Brebis, mais de celle qui est entre le Crapaut & la Belette, entre le Corbeau & le Hibou, entre l’Elephant & le Pourceau, entre le Cocq & le Lion, & entre le Scorpion & le Crocodile, qui cherchent reciproquement à se tuer, selon Agrippa, qui dit dans sa Physique qu’il y a une grande Sympathie entre le Palmier mâle & le Palmier femelle, entre la Vigne & l’Olivier, & entre le Figuier & le Myrthe.

Deze passage heeft Weyerman voor De Rotterdamsche Hermes (p. 363) als volgt bewerkt:

Den Afkeer tusschen Kat en Muis, Wolf en Schaap, Raven en Uil, Zwyn en Olifant, Haan en Leeu, Scorpioen en Padt, Slang en Hagedis, Aktionist en Koopman, Man en Wyf, zal Anubis in de Dootbus van Willem den Zwyger verbergen; ook zal hy op de Medeneiging tusschen den Wyngaart en Olyf, Myrtus en Vygenboom, Galant en Maitres, Geneesheer en Doot, Apotheker en Vergif, Paap en Zonden, geene pint Raap-Oly in zyne Studeerlamp verspillen, maar liever de sommige, die als Tovenaars in het duister schuilen, nu eens met een Dievelantarentje lichten, en de gefabriceerde oogen, brillen genoemt, ordentelyk aanhalen

– Jan Bruggeman


[1] [P. Corneille], Rodogune princesse des Parthes (Parijs 1647), acte 1, scène 5, p. 22. Het toneelstuk werd in 1644 opgevoerd en in 1647 voor het eerst gepubliceerd.

[2] De Letter-Historie-Konst- en Boek-Beschouwer, nr. 20 (Amsterdam, oktober 1764), p. 282.

[3] Weyermans tekst begint met: ‘Sympathie, de Godes van den Ridder Digby, zal Hermes eens ter loops bezoeken’. Elly Groenenboom-Draai besteedt in haar proefschrift De Rotterdamse Woelreus (1994) uitvoerig aandacht aan aflevering 53, Kenelm Digby (1603-1665) en diens Theatrum sympateticum (p. 362-366).

[4] De Letter-Historie-Konst- en Boek-Beschouwer, p. 280-281.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.