Expeditie Robinson Crusoe (1719-2020) – 34 (extra)

Robinson achterna in Quarantaine (2015) van Wytske Versteeg

dinsdag 12 mei 2020 – Er zijn weinig moderne romans die zo sterk de nieuwe Coronale benardheid reflecteren en voorspeld hebben als Quarantaine (2015) van Wytske Versteeg en Alles wat er was (2013) van Hanna Bervoets. Ja, en natuurlijk De Pest (1947) van Albert Camus, maar dat is slechts een moderne roman voor wie nog veel ouder is of voor wie de hele twintigste eeuw aan nieuwerwetse kant is.

In deze weken heb ik eindelijk De Pest gelezen en het viel me niet mee. Wat wordt er onophoudelijk geredeneerd! Het begin van de roman is natuurlijk geweldig: de ratten kondigen het onheil aan, maar het p-woord wordt gemeden als … ja als … en maatregelen sneuvelen als gevolg van bureaucratisch gedraai. 

Over de roman van Hanna Bervoets heeft Marita Mathijsen onlangs de loftrompet gestoken en ook mijn jongste zoon (23) is razend enthousiast. Wat ik van hen hoorde, bracht me tot de ferme openingszin van dit stukje. Gelezen heb ik het boek nog niet, het ligt ongeduldig op mijn bureau. Enkele eindexamenleerlingen hebben de roman van Bervoets op hun lijst staan, over een paar weken moet ik een paar vragen over Alles wat er was gereed hebben.

Ook de roman van Wytske Versteeg komt op enkele lijsten voor. Afgelopen dagen heb ik die roman gelezen. Met instemming en verwondering over de overeenkomsten met de pandemische actualiteit. Hoofdpersoon is de plastisch chirurg Tomas Augustus en hij is ook de verteller en ‘binnenboekse’ schrijver. Deze Tomas is een beschadigd man. 

Hij schrijft over zichzelf dat hij in zijn jeugd een vreemde jongen was, over de gezichtsbeschadiging die hij bij de viering van zijn elfde verjaardag opliep en over zijn slechte huwelijk met overbuurmeisje Leanne en zijn doldwaze verliefdheid op de veel jongere Maria. De gezichtsbeschadiging vindt een pendant in emotionele ongevoeligheid. Dat juist de beschadigde Tomas carrière maakt als de cosmetische chirurg van de sterren – de namen van Sylvie en Victoria (Meis en Koblenko?) vallen – is een bizarre speling van het lot. Heeft wie beschadigd is een bijzonder talent om ‘heel’ te maken? Wie hier bevestigend op antwoordt, heeft het slot van de roman nog niet gelezen.

Tomas is een van de weinige overlevenden van een pandemie, die eerst op afstand in Afrika woedt (en dan nog voor weinig ophef zorgt), maar dan plotseling een ravage aanricht op dit continent. Er is ook nog een oude vrouw die een winkelkarretje voortduwt in het nieuwe dodenrijk. Het lijkt erop dat de hier beschreven pandemie inspiratie putte uit de ebola.

Tot twee keer toe herinnert Tomas aan het lot van ‘Robinson Crusoë’. Als hij zich bewust is van zijn eenzaamheid in de vernietigde wereld zegt hij te willen leren van Robinson:

Ik had gehoopt de tijd bij te houden, een streep te zetten voor elke dag die verstreek, zoals Robinson Crusoë. Naïef, natuurlijk. Binnen de kortste keren interesseerde het me niets meer welke dag het was, of welke datum; (…). (p. 11)

De orde, voor Robinson zo belangrijk, verliest voor Tomas alle belang. Chaos, dat is de onloochenbare waarheid.

Iets van de eilandervaring van Robinson doorleeft Tomas wanneer de gemakken van de beschaving – kraanwater en electriciteit –  wegvallen. Later ziet hij zich ‘als een man op een onbewoond eiland die voor het eerst van zijn leven een zeilschip zag’ (p. 111).

Aan het slot van het verhaal, wanneer hij samen met de oude vrouw aan zijn zijde een nieuwe samenleving lijkt te beginnen, vliegt er ineens een vliegtuig over. Tomas begint dan wild te zwaaien, hij hoopt op redding, maar ziet dan in:

Nu ben ik Robinson Crusoë, de oude vrouw mijn gerimpelde Vrijdag. (p. 176)

Het is verleidelijk om Quarantaine te beschouwen als een moderne robinsonade, waarin het eiland in de nabije toekomst ligt en de geschiedenis kenmerken van de dystopie heeft. Nabij is de toekomst omdat de herinnering aan Sylvie en Victoria (en ook Jan Vayne) nog niet gesleten is. De betekenis van de roman van Defoe voor de roman van Wytske Versteeg lijkt met het voorafgaande zeker niet uitputtend bepaald. – Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelde berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het diende ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht is besteed aan de roman van Daniel Defoe. Op 13 november 2019 verscheen blogje 33 extra. Nu nog enkele nagekomen berichten.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.