Expeditie Robinson Crusoe (1719-2020) – 36 (extra)

Nieuw Urk van J.F. Nuyens en Frans Kellendonk

vrijdag 12 juni 2020 – In de roman Mystiek lichaam van Frans Kellendonk oordeelt vader Gijselhart vernietigend over zijn zoon Leendert, overtuigd homoseksueel en kunsthandelaar in New York. Om zijn afkeer van zijn zoon en diens wereld te uiten noemt hij New York ‘Nieuw Urk’. 

Nieuw Urk bestond al wel langer, in de satirische dystopie van J.F. Nuijens: De Historie van Nieuw-Urk. Kijkjes in den socialistischen heilstaat. Jaren geleden las ik het werk in fotokopie en zocht een verband met de satirische roman De Knorrepot en de Menschenvriend van Gerrit Paape. In de roman van Paape lijkt het beloofde land op Urk te vinden. Het boekje van Nuijens verscheen in 1904, de tekst van Paape in 1797. Voor wie beide teksten – onder het mom: ‘Urkomanie en utopie’ – met elkaar in verband gebracht wil zien, verwijs ik naar het artikeltje dat ik twintig jaar geleden bijdroeg aan het tijdschrift Optima (17) 2000 nr 6, p. 60-66. 

Vrij recent kon ik een exemplaar van het boekje van Nuijens kopen – op de titelpagina een stempel van de bibliotheek van ‘Groot-Seminarie Hoeven’ – , keek er nog eens goed naar en kwam erachter dat over het boekje en de auteur in 1997 al een en ander geschreven is door Nop Maas, in het ‘Katern voor boekverkopers en boekenkopers’, Uitgelezen boeken.

Bij dat ‘Katern’, gewijd aan ‘de archeologie van het Nederlandse stripverhaal’, is als bijlage een verkleinde editie gevoegd van De Toekomststaat. Een Nachtmerrie Fin de siècle, een stripverhaal van de hand van ‘Korporaal Achilles’, dat al in december 1891 verscheen. Maas maakt duidelijk dat Korporaal Achilles het pseudoniem is van Nuijens, een katholieke schoolmeester uit Haarlem. Nuijens leefde van 1866 tot maart 1945. In zijn stripverhaal laat hij over de toekomststaat – ook al Nieuw-Urk, hoofdstad van Walhalla – het bewind voeren door Nieuwela Domenhuis en burgeres Mejuffr. Druckem, wat flauwe verschrijvingen van Domela Nieuwenhuis en Wilhelmina Drucker. De nieuwe staat wordt een mislukking.

Dat lot treft Nieuw-Urk ook in de ‘remake’ van 1904. Nu geen stripverhaal, maar een doorlopend verhaal in twaalf kleine hoofdstukjes. De geschiedenis begint in het eerste hoofdstuk in maart 1913 en in de latere hoofdstukken wordt het 1914. In het tweede hoofdstuk is er een verwijzing naar ‘de vermaarde staking van 1903’, dat jaar is ontegenzeglijk het schrijversheden. Nuijens heeft zich dus een tijdreisje van tien jaar veroorloofd. In het eerste hoofdstuk spreekt hij over het drinkwater van Haarlem, ontegenzeglijk de schrijverslocatie.

De geschiedenis van Nieuw-Urk begint met een natuurramp: na een aardbeving en een zeebeving verdwijnen Marken, Urk en Schokland, maar de Zuiderzee ziet een nieuwe eiland verschijnen, ‘dat ruim vier uur gaans breed en acht uur lang was’. Dat eiland wordt Nederlands ‘twaalfde provincie’. Over de schade en slachtoffers van de drie verdwenen eilandjes geen woord.

Het nieuwe eiland wordt geïnspecteerd en door nieuwsgierigen bezocht. Het eiland krijgt een bijzondere bestemming, na een bijeenkomst onder leiding van burger Nieuwelomenhuis en in aanwezigheid van burger Brulstra. Het eiland moet een ‘heilstaat’ worden. Daartoe staat de regering het bezit van ‘dit schoone eiland’ N.-Urk af aan de socialisten, ‘teneinde daar hun lang begeerden toekomststaat te stichten’.

Wilhelmina Drucker is in 1904 uit het verhaal geschreven, Domela heet nu ‘Niewelomenhuis’ en hij heeft nu gezelschap van Troelstra, ja ‘Brulstra’. Al tijdens de voorbereidende besprekingen blijkt dat socialisten als Domela en Troelstra hypocriet zijn: zij houden hun eigen kapitaaltje voor zich en verlangen vooral bijdragen van anderen. De zaden van de mislukking zijn al gezaaid.

De belangstelling voor de heilstaat valt bij nader inzien lelijk tegen. Van de 5000 die zich met stoomboten naar Nieuw-Urk en de hoofdstad Vulkania laten brengen, zijn de meesten gelukzoekers. In het vierde hoofdstuk arriveren ‘de nieuwe heilburgers op hun eiland’:

Het prachtigste weer begunstigde hun werkzaamheden in den eersten tijd. Allen hadden zoo iets of wat het gevoel van een Robinson Crusoë! Het was alsof zij landverhuizertje of schipbreukelingetje speelden, en als dit spelletje gedaan kan worden met alle mogeljike hulpmiddelen en in aangenaam gezelschap, valt het volkomen in den smaak, niet alleen van kinderen, maar ook van groote menschen!

De drie verkleinwoorden laten niet raden naar de zin van de parallel met Robinson: het is kinderwerk; als het weer meewerkt, gaat het wel, maar bij tegenslag valt de nieuwe wereld in duigen. In het laatste hoofdstuk gaat Nieuw-Urk dan ook ‘geheel op de flesch’.

In zijn bespreking van de dystopische satiren van Nuijens laat Maas weinig misverstand bestaan over het conservatisme van de maker en van diens afkeer van het socialisme. Meer dan eens hekelt Nuijens het atheïsme van de socialisten, voor de seminaristen in Hoeven geschikte lectuur. De goede staat van mijn exemplaar doet vrezen dat het niet stuk gelezen is.

Vader Gijselhart in Mystiek lichaam is ook conservatief, maar in zijn kolossale baatzucht is hij ook een parodie. Van de Nieuwe Wereld, waarin nieuwe mores bestaan, moet hij niets hebben. Dat hij New York Nieuw Urk noemt, zegt iets over zijn gevoel voor humor, flauwe woordspeligheid.

Gijselhart en Kellendonk kenden het werk van Nuijens vermoedelijk niet, maar Gijselhart en Nuijens hadden wel het nodige gemeen. – Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelde berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het diende ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe. Nu nog enkele nagekomen berichten.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.