Expeditie Robinson Crusoe (1719-2020) – 40 (extra)

Carel Willink als keukenprins à la Robinson

dinsdag 25 augustus 2020 – In de bundel waarin Sjef van Oekel aan het woord kwam over Robinson Crusoe (zie mijn vorige blogtekst), wordt ook A.C. (Carel) Willink gevraagd naar de boeken van zijn jonge jaren. Ook hij kwam uit bij de roman van Defoe.

In die jaren overigens was Willink niet alleen de fameuze schilder van het magisch-realisme, maar dankzij zijn theatrale echtgenote Mathilde ook een geziene gast in de roddelbladen en –rubrieken. Maar goed, Willink over Robinson, ‘de wereldberoemde éénling’, in wie hij zich herkende.

Willinks eerste woorden golden ‘het plaatje waarop Robinson Crusoë, gekleed in een geitevacht met een bonthoedje op, van boven af over de zee uitkijkt’. Dat verleidde de schilder tot de verzuchting: ‘Er is toch niets mooiers dan leven op een onbewoond eiland’.

Willink vervolgde – en nu zal ik hem niet onderbreken:

Het is een figuur waarom ik me op vele manieren ben gaan herkennen in de looop van de tijd. Als kind bijvoorbeeld voelde ik me al een beetje Robinson Crusoë als we ergens buiten in de natuur gingen picknikken, hoewel we dan met de auto waren, ha ha. In de oorlog heb ik me ook wel Robinson Crusoë gevoeld. Je was de hele dag bezig om eten te krijgen en dan was je weer de hele dag bezig om het te bereiden op een noodkacheltje. Nog steeds bereid ik mijn maaltijden, want mijn vrouwtje is geen ster in koken. Maar ook figuurlijk gesproken heb ik me kunnen vinden in het beeld van Robinson Crusoë. Ik ben altijd een eenling geweest. Een selfmade man, selfsupporting, niet bereid om concessies te doen.

Na een aantal zinnen over Jules Verne komt Willink even terug op Robinson: ‘in Robinson heb ik me zelf herkend als een man, die het liefste alleen op zichzelf staat en zich misschien soms wel te weinig bezig houdt met anderen’.

Zo vormt de herkenning niet alleen zelfrechtvaardiging, maar ook het begin van zelfkritiek. Die zelfkritiek betrof dan niet het verkleinwoord waarmee hij zijn echtgenote aanduidde (‘vrouwtje’). Dat zou ook anachronistisch zijn. Pas later, toen Dries van Agt zijn echtgenote aanduidde als het ‘vrouwtje’, klonk er kritiek.

Onlangs las ik Schoolidyllen (1900) van Top Naeff en daar is het ‘vrouwtje’ voor en na, onophoudelijk verkleinwoorden. Het is de wereld van 1900 die doorklonk in de woorden van Willink en Van Agt. – Peter Altena

¶ ‘Expeditie Robinson Crusoe’ verzamelde berichten over Robinson Crusoe, om de zin in het tricentennial 1719-2019 te vergroten. Het diende ook als smaakmaker voor het Jaarboek De Achttiende Eeuw 2019, waarin aandacht wordt besteed aan de roman van Daniel Defoe. Nu nog enkele nagekomen berichten.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.