De les van Bourtange

Maria van Antwerpen op de hielen

donderdag 10 september 2020 – Ooit verbleef Maria van Antwerpen enige maanden in ‘de Schans Bretang’. Het regiment, waarin zij onder mom van mannelijkheid verbleef, verkaste naar het ‘Groninger vaderland’, na het smadelijk verlies van Bergen op Zoom in september 1747 en de Franse verovering van de ‘Forten aan de Schelde’. Zij marcheerde van het Zeeuwse Krabbendijke naar de oostelijke grens van het land en lag tot er tot het ‘Najaar 1748’ in garnizoen, in de vesting Bourtange. 

Maria van Antwerpen dankt haar faam aan haar travestie en aan de centrale rol die zij speelde in de publicaties van Rudolf Dekker en Lotte van de Pol. Vanaf 1981 al trad zij op in boeken en artikelen van Dekker en Van de Pol. In 1988 las ik De Bredasche Heldinne van F.L. Kersteman, in een editie van Dekker, Van de Pol en Gert-Jan Johannes. Die ‘documentaire’ roman was misschien wel de belangrijkste bron voor de kennis van Maria van Antwerpen.

Dat de drie editeurs de roman van Kersteman presenteerden als een ‘ego-document’ was begrijpelijk – omdat zij op de authenticiteit van het verhaal liever niet wilden afdingen: zij hadden Maria voor hun travestiegeschiedschrijving broodnodig – maar ook onterecht en onverstandig. Kritische kanttekeningen van lang geleden zijn in verkorte vorm te vinden in Nederlandse literatuur, een geschiedenis. Kersteman, de Maria-biograaf, vertekende het levensverhaal van de ‘Bredasche Heldinne’ zodat het hém, de biograaf en de bepaald niet belangeloze pro-deo-advocaat, goed van pas kwam.

Toch gaat het me daar nu niet om: het gaat me nu om de ‘Schans Bretang’. Bourtange behoorde in de 17e en 18e eeuw tot de ‘frontieren van de Staat’ Net als Breda, Heusden, ’s-Hertogenbosch, Grave en Nijmegen, plaatsen die ik wel eens bezocht of kende. Vele jaren geleden fietste ik langs Hulst en Sluis en constateerde dat de geschiedenis van de landsverdediging er nog goed zichtbaar was. Maar Bourtange, nee, dat lag op de een of andere manier nooit op mijn weg. Tot de afgelopen zomer.

Het is zo’n vijftig kilometer fietsen van Groningen naar Bourtange, via Hoogezand, Veendam, Nieuwe Pekela (geen horeca) en Vlagtwedde (groet aan Nescio en zijn ‘Vlachtwedder Grensbode’!) en vanaf Veendam in de regen. Windje halfhartig mee. 

De vesting Bourtange is de omreis meer dan waard, al is het raadzaam om op beter weer te wachten. In 1742 pas bereikte de vesting haar voltooiing. Bij de pogingen het verval in later eeuwen te keren, en in reclamefolders, wordt dan ook steeds weer het jaar 1742 genoemd. Helemaal hersteld in de staat van 1742 is de vesting niet: op veel plaatsen rood-witte linten en afgesloten bruggetjes en het dwingend advies aan fietsers om te voet verder te gaan.

Toen ik de vesting betrad, stond de winkel die Groninger bier verkocht op punt van sluiten en boden slechts café en restaurant een droge plaats. Tijd om even na te denken over Maria van Antwerpen en haar belevenissen.

Kersteman laat Maria in Bourtange het meisje Catootje ontmoeten. Catootje was ‘een meysje van vermaak’ dat belaagd werd door twee ‘grovenarissen’, maar ontzet door Maria. Catootje had uiteraard niet door dat Maria Maria was. Uit dankbaarheid vertelde Catootje over haar droevig leven: hoe zij zich door nood en wanhoop gedwongen tot de hoererij had gewend. Maria vergeleek het lot van Catootje met het eigen lot: toen Maria in Wageningen de wanhoop nabij was, koos zij voor travestie – misschien ook niet helemaal goed, maar beter dan wat Catootje koos. 

Kersteman weet te vertellen dat Catootje voortging met de prostitutie, tot een droeve staat verviel en ellendig overleed. Zo biedt de ontmoeting in Bourtange een verlossend inzicht: je kunt zoals Maria fout zijn, maar het kan erger en beroerder.

Het verhaal van Catootje maakt overigens een ‘verzonnen’ indruk: de bedoeling van het verhaal om de zonden van Maria vergelijkenderwijs te minimaliseren is te opvallend.

De volgende ochtend verliet ik Bourtange en zag net buiten de poort de hangende secreten (zie foto hiernaast). Toen ik eenmaal de Eems naderde, hield het op met zachtjes regenen. Het kon nog erger dan de dag ervoor. In Papenburg meende men dat ik in een vis veranderd was. Onderweg nog wel aan Maria van Antwerpen gedacht: de vele soldaten die in Bourtange in garnizoen lagen moeten zich hebben gevoeld als sardines in blik. – Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.