‘Falsaris of Huychelaar’ uit Terwispel

Bossch misdaadnieuws

dinsdag 3 november 2020 – Lang geleden ging ik veel en graag naar de bibliotheek van de Tilburgse universiteit. In de kelder was er ruimte voor de raadpleging van oud bezit. De zo rijke Brabantia-collectie werd er bewaard. In afwachting van de krant van Gerrit Paape, andere stukken en bijzondere diversen neusde ik in het gastenboek en steeds weer trof ik de naam van Frans Wetzels.

Een pamfletje, voor het genoegen aangevraagd, bevatte een Bossche sententie: het ging over de Fries Sjoerd Johannes, die de naam van ‘Boerhave’ voerde en zich uit de nood geboren (veepest) de weg van het bedrog insloeg. Ik schreef de tekst met plezier over en dacht vast aan een bekende geleerde die de achternaam met die van de falsaris deelde, maar deze geleerde ontkende iedere betrokkenheid en kwam er veelzeggend niet meer op terug. 

Later las ik veel werk van een Friese polyhistor die ook geboren was in Terwispel en ook hem zond ik de tekst. Of hij zich betrapt voelde of juist aangeraakt door een verhaal dat hij graag op eigen wijze wilde bewerken, weet ik niet. 

Om deze pijnlijke stilte te doorbreken, geef ik nu de tekst aan al wie er belang in stelt. Onderzoek naar deze Johannes – in de Friese, Groninger of Bossche archieven – heb ik overigens niet verricht. Hier ligt nog wel een prettig klusje.

Deze tekst werd in Tilburg bewaard onder signatuur Tre C 2826. Veel leesplezier. – Peter Altena

[1:]
SENTENTIE
Van de Ed: Geregte der Stadt s’Hertogenbosch tegen SIOERD JOHANNES
.

Alzo Sjoerd Johannes, ook voerende de Naam van Boerhave, Geboortig van Ter Wispel, gelegen onder de Grieteny van Op­ster-Land in de Provincie van Vriesland, oud, zo hy zegt, ontrent Veertig Jaaren, en een Bakker van zyn Handtering binnen deze Stadt geapprehendeert, en altans op de Gevangene Poort alhier in detentie, aan Heeren Schepenen der Hoofd-stadt s’Hertogenbosch, goedwillig heeft bekent ende beleeden, en buyten dien ook is gebleken;
            Dat hy laastelyk binnen de Stadt Groningen Woonachtig zynde geweest het Fortuyn hem aldaar is tegen geloopen; Dat hy om een stuyvertje by een te zamelen zig heeft bedient gehad van Valse en Gefabriceerde Brieven, quasi geschreven uyt den Naam van verscheyde Kerken-Raaden en andere Persoonen, waar by deze en geenen, soo Predikanten, als Proponenten wierden onderstaan, of dezelve tot het bekleeden van diverse quasi Vacant gewordene Predikants Plaatsen
[2:]
Geinclineert waren, en in welke Valse Brieven den Gevangene zig zelve doet voorkoomen als een Pretenselyk Godvrugtig Man, die volgens zommige brieven uyt de Roomsche, volgens andere weder uyt die der Mennoniten tot de Gereformeerde Religie zoude zyn overgegaan, en door het Afbranden van zyn Huys en verliesen van zyn Vee ter gelegentheyd van de Grasseerende ziekte van het Runder-Vee tot een bedrukte staat geraakt en als besteller der voorsz: Brieven Gerecommandert wordt in de liefdegiften van de geene, aan wien deze Brieven Geadresseert wierden; Dat een meenigte van diergelyke Brieven by hem zyn gevonden, hebbende hy gevangene verklaart een volkome bewust­heyt te hebben, dat alle dezelve Brieven Vals en Verdigt  waren; Dat hy Gevangene van die Brieven gebruyk gemaakt heb­bende in den Zomer van het gepasseerde Jaar zig heeft vervoegt na een Universiteyt dezer Landen en aldaar by zeker Pofessor zig uytgegeven voor een Ouderling van de Kerk van de Lange en korte Zwaag in Vriesland, alwaar een Beroep van een Predikant Vacant zoude zyn, en pretenselyk onderstaan, of voorsz: Pro­fessor hem daar toe een bequaam Subject konde opgeven, en als doen uyt den zelven verstaan, dat des Woensdags aldaar stond te Prediken een Proponent den Dienst waarnemende op een nabu­rige Plaats;
[3:]
Dat hy Gevangene vervolgens onder schyn van een uyterlyke Godvrugtigheyd den voorsz: Proponent heeft hooren Prediken, en na het afloopen van deze Predikatie, by den voorschreeve Professor is te rug gekomen, mitsgaders betuygt, dat den gemelde Proponent hem veel genoegen had gegeven, met byvoeging dat niet twyfelde, of den voorsz: Proponent zoude tot de Vacante Plaats Beroepen worden, vermits de mede Leden van den Kerken-Raed in de Lange en Korte Zwaag in hem Gevangene veel vertrouwen stelde; Dat hy Gevangene van voorschreve Professor daar op is afgescheyden, wanneer denzelve hem een Brief van Recommandatie in faveur van voorsz: Proponent aan den Kerken-Raad in de Lange en Korte Zwaag heeft ter hand gestelt, en daar benevens gedaan een vereering van een halven gouden Ryder; Dat den Gevangene na verloop van eenigen tyt is gekomen ter plaatse, alwaar den voorsz: Proponent den Dienst was waarnemende, en aan denzelven een gefingeerden Brief, quasi door een Ouderling van de KerkenRaad van de Lange en Korte Zwaag, hebbende betrekking tot voorsz: Beroep heeft ter hand gestelt; Dat den Gevangene ook om die tyt andermaal is geweest by opgemelde Professor en aan hem mede een Brief tot Antwoord, even alsof dezelve van voors: Kerken-Raad was gekomen heeft te rug
[4:]
gebragt; Dat den Gevangene al mede in den gepasseerden Zomer van den Jaare 1700 ses-en-vyftig, met een gesupposeerde Brief van de Kerken-Raad van Goerdyk in dato den zes-en-twintigste Juny 1700 zes-en-vyftig is geweest by zeker Proponent hem in een naburige landstreek onthoudende en woonagtig, waar by den Gevangene wederom wordt afgegeven te zyn een Ouderling van de Kerk van Goerdyk voorsz: meldende denzelven Brief de groote genegentheyd, die de Gemeente van dezelve Plaats had, om den gemelde Proponent aldaar tot haar Leeraar te Beroepen, dat den voorsz: Proponent door de bedriegeryen van den Gevangene misleyd zynde, hem als doen heeft gedaan een vereering van vier goude Ducaaten; Dat den Gevangene al nog aan vier diverse Predikanten zig heeft geaddresseert gehad met vier gelyke Brieven van datums den Zes-en-twintigste July, Negen-en-twin­tigste dito, en zestiende Augusty 1700 Zes-en-vyftig, alle quasi geschreven uyt Anloen betrekking hebbende tot voorsz: gewaande Beroep van Anlo, en waar by dezelve worden onder­staan, of zy lieden tot deze quasi Vacante Plaats van Anlo genegentheyt hadden; Dat den Gevangene hem nog al wyders heeft uytgegeven gehad voor een afgezondene uyt den Kerken-Raad, of Gemeente van Oosterhaule met een Brief geschreven den zevende Augusty 1700 Zes-en-
[5:]
vyftig, insgelyks in schyn, of aldaar een Beroep Vacant was en denzelven Brief overhandigt aan zeker Predikant alhier te Lande, tenderende quasi ten fine als voor; Dat den Gevangene van een van deze Predikanten is voorzien geworden met een zwarte Rok, en van andere tot vereeringen heeft ontfangen gehad drie Guldens, twee Agt-en-twintigen en twee Schellingen, en by zommige Predikanten heeft vernagt en met haar Gegeten en Gedronken; Alle welke listige Bedriegeryen en begaane Falsi­teiten om door middel van dezelve Geld te bekomen, en uytge­voert onder den Dek-Mantel van een uyterlyke dan Godloose Schynhyligheyd, vermits in een Land van goede Politie en Justitie niet mogen worden geleden, maar andere ten Exempel moeten worden gestraft: ZO IS ‘T dat Myn Heeren Schepenen der Hoofd-Stadt s’Hertogenbosch gezien hebbende de Schriftelyke Remonstrantie van den Hoog Geboren Gestrengen Heere REINARD BURGHARD RUTGER, GRAVE VAN RECHTEREN, VRY HEER VAN GRAMSBERGEN &C.&c.&c. Hoog ende Laag-schout der Stadt en Meyerye van s’Hertogenbosch, Nom: Off: aan Heeren Schepenen overgegeven, verzoekende op des Gevangenes Confessie Extra Ordinaris Regt, gezien tot dien het Decreet van Corporeele Apprehensie den zesden October Zeventien-hondert zes-en-vyftig te-
[6:]
gens den Gevangene verleent, en op alles wel en rypelyk gelet, by dezen wysen en verklaaren voor regt; Dat den Gevangene zal worden gebragt ter plaatse, alwaar men binnen deze Stadt gewoon is te doen, de Executie van de Crimineele Justitie en door den Meester van den Scherpe Geregte aldaar gestelt onder de Galg, met een Bord, of Brief boven zyn Hoofd, beschreven dat hy is een Falsaris of Huychelaar, dat hy wyders met den Strop om den Hals door den voorschreve Meester van den Scherpe Geregte strengelyk zal worden Gegeesselt en Gebrandmerkt, mitsgaders voor altoos gebannen, gelyk hy gebannen wordt by dezen, uyt de Stadt en Meyerye van s’Bosch, welke eerste hy aanstonts, en de laaste binnen tweemaal vier-en-twintig uren, na zyne Relaxatie zal hebben te verlaten, zonder ooit daar weder binnen te koomen, op poene van daar over nader te werden gestraft, den Gevangene tot de voorschreve straffe en Bannis­sment, gelyk ook in de Kosten en Misen van Justitie Condemne­rende, Actum den elfden January 1700 Zeven-en-vyftigh, Prae­senten de Heeren Schepenen, Mr. HENDRIK DE KEMPENAER, JOHAN PHILIP VAN EYS, LEONARD JAN SMITS, JAN BOWIER, JACOB DE GYSE­LAAR, ANTONY VAN HANSWYK, Mr. ANTONY JAN DE
[7:]
VLIEGER, Mr. CORNELIS LAMBERTUS ACKERSDYCK. Gepronuniceert den 15. January daar aan volgende.

Ter Ordonnantie van Heeren Schepenen der Hoofd-Stadt 
s’Hertogenbosch
Ant: Martini
Abs: Graph:
——————-
Gedrukt te s’HERTOGENBOSCH,
By J. PALIER, Boek-drukker en Boek-verkoper op de Groote Markt 1757.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.