Van den Bosch, kolonieman

Streven naar perfectie, met oog voor het haalbare

donderdag 19 november 2020 – Het kan niemand zijn ontgaan: de biografie die Angelie Sens over Johannes van den Bosch schreef – onder de titel De Kolonieman – heeft zo’n beetje het wereldrecord nominaties (twee! voor beste biografie, voor beste historisch boek) behaald. Het is een fijn boek over een man die na de eeuwwende alomtegenwoordig was en geheel in de ban kwam van het verlichte ideaal van de vervolmaakbaarheid van mens en maatschappij.

Johannes van den Bosch is zeker in deze tijd, nu!, waarin allerlei bakens verzet zijn, toe aan een nieuwe evaluatie. Ga maar na: hij werkte langdurig, in diverse (hoge) functies in Indië, Suriname en de Antillen, hij was in de periode 1834-1839 zelfs minister van Koloniën en zijn naam is verbonden met het zo omstreden cultuurstelsel. Met zo’n loopbaan zijn vuile handen haast onvermijdelijk. Zijn streven naar vervolmaking van Indië en Suriname werd vrijwel steeds gehinderd door een gebrek aan arbeidskrachten. Voor de verwerkelijking van zijn opbouwende gedachten nam hij zijn toevlucht tot ontmenselijking van degenen die dat werk moesten uitvoeren. Als er voor hem in het verleden een standbeeld zou zijn opgericht, zou dat nu een plaats van protest zijn.

In Nederland verwierf hij vooral naam als stichter van de Maatschappij van Weldadigheid. In onherbergzame oorden in Drenthe en Overijssel ontstonden zogenaamde ‘koloniën’, waar land in cultuur gebracht werd en waar wezen en werkwillige armen aan het werk gezet werden. Het ging er zelden zachtzinnig aan toe. Van den Bosch kon het ook slecht hebben wanneer er kritiek klonk. In de beschrijving van Angelie Sens zit er nogal wat afstand tussen de nobele beginselen van Van den Bosch en wat zij dan soms eufemistisch de ‘weerbarstige praktijk’ noemt.

Wat me opviel bij Van den Bosch, maar ook bij Kraijenhoff, is het vertrouwen dat zij op allerlei momenten in hun loopbaan stellen in familieleden. Er is niet alleen vertrouwen, maar ook bevoordeling. In onze ogen is dubieus wat in die van Van den Bosch en Kraijenhoff de gewoonste zaak van de wereld was. Dat geldt overigens niet alleen voor de begunstiging van familieleden.

Van den Bosch was in veel opzichten een nieuwlichter. Dat bracht hem in conflict met rechtzinnigen. Zo noteerde Willem de Clercq in zijn dagboek geschokt dat Van den Bosch – tijdens een gesprek over apen – ‘over de mogelijkheid van vermenging tusschen apen & menschen’ had gesproken. Mens en orang utan waren verwant, meende Van den Bosch, maar met zijn speculaties over ‘vermenging’ ging hij wel wat verder dan Stoffel die juffrouw Laps er slechts van beschuldigde ‘een zoogdier’ te zijn.

Angelie Sens laat goed zien hoe Van den Bosch in de loop van zijn werkzame leven langzaam zijn ideologische veren verloor. In haar boek komt Angelie Sens tot een evenwichtige beoordeling van de ‘volksverheffer’ en ‘koloniaal’. En het leest als een tierelier. – Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.