Voetnoot 232

Nogmaals Weyerman over de Stilzwygendheyt

vrijdag 8 oktober 2021 – In Voetnoot 231 besprak Jan Bruggeman ‘een Vertoog over de Stilzwygendheyt’ van Weyerman. Tijdens het lezen daarvan herinnerde ik me een andere passage waarin Weyerman het over dat onderwerp heeft, en waarover ook wel een en ander te zeggen is. Weyerman haakte in Den Ontleeder der Gebreeken van 18 december 1724 aan bij een krantenbericht:[1]

Romen. Zyne H. heeft aan het Romeyns Collegie der Jesuieten, die hier gelyk als elders gewoon zyn, meer Wyn te drinken als Sneeuwwater, Vrydom van Accys verleent voor Duyzent Oxhoofden in ’t Jaar.

In de Amsterdamse Courant van 9 december 1724 had inderdaad deze mededeling gestaan:

Romen den 28 November. […] Zyn H. heeft aen het Collegio Romano der Vaders Jesuiten 1000 vaten Wyn, vry van impost tot hun gebruyk toegestaen, tot erkentenisse van alle de uytmuntende diensten die deze Ordre in het handhaven van het gezag der Apostolise Stoel bewyst.

In zijn commentaar op dit bericht gaat Weyerman los over het drankmisbruik en andere slechte eigenschappen van deze Roomse strijders. Hij haalt ‘een Roomsch Dichter’ aan, die vertelt hoe een engel in een klooster de Stilzwygendheyt zoekt, maar er in plaats van gewijde stilte allerhande ondeugden aantreft. Verschrikt vlucht hij weg uit die poel van verderf. Weyerman verantwoordt zijn bron in een voetnoot: ‘Orlando Furioso Canto 14. Stanza 69.’.

Orlando Furioso is het even omvangrijke als beroemde gedicht van Ludovico Ariosto (1474-1533). Het werd in 1516 uitgegeven, maar Ariosto reviseerde de tekst voor de tweede druk van 1521 en ook voor de derde van 1532. Het bestaat uit 46 (oorspronkelijk 40) zangen (Canti) van tussen de 70 en 150 coupletten (Stanze) van elk acht regels. Het vertelt de sprookjesachtige avonturen van de ridder Orlando (Roeland) in zijn strijd tegen de Saracenen. In de loop van het verhaal raakt Orlando van liefdesverdriet en jaloezie buiten zinnen, waar de uitdrukking ‘razende Roeland’ vandaan komt. Die uitdrukking gebruikte Weyerman een paar keer in zijn werken.

Wie naar Weyermans bewerking en naar zijn voetnoot kijkt, ziet dat er iets vreemds aan de hand is. Weyermans weergave telt 17 versregels; hij heeft meer dan één stanza van 8 regels vertaald. En wie de Orlando Furioso erop naslaat, ziet nog iets vreemds: de tekst komt niet uit stanza 69 van canto 14, maar is op de stanze 79-82 gebaseerd.

Er blijkt sprake te zijn van meer dan alleen een verschrijving of een zetfout. Waar Weyerman hard tegen de kerk van Rome aan schopt, zijn Henry Care en The Weekly Pacquet of Advice from Rome doorgaans niet ver weg.[2] Dat blijkt ook hier weer het geval: Weyerman nam de Orlando-bewerking én de onjuiste verwijzing over uit The Weekly Pacquet.[3] Wie ‘Weekly Pacquet’ zegt, moet er ook even De Historie des Pausdoms op naslaan, waarin deze versregels inderdaad ook vrijwel letterlijk zijn terug te vinden.[4] 

Ik stipte al aan dat Weyerman in zijn werken meermalen de uitdrukking ‘een razende Roeland’ gebruikte. Maar hoe zit het verder tussen Weyerman en Ariosto en diens Orlando Furioso?

In Het Oog in ’t Zeil noemt Weyerman Ariosto terloops in zijn vertaling van Joconde van Jean de la Fontaine:[5]

[…] Wat aangaat Arioste,
Geen minder zangheld dan een Droste,
Die man staat voor geen leugenaar
Geboekt; […]

Weyerman blijft daar dicht bij zijn voorbeeld. La Fontaine noemde de waarheidlievende Ariosto in zijn Joconde óók: hij schreef er ‘Et l’Arioste ne ment pas’.

In De Rotterdamsche Hermes heeft Weyerman het eveneens over Arioste, in plaats van over Ariosto. Ook daar blijkt dat te komen doordat hij uit het Frans vertaalde: hij leende daar bij Dominique Bouhours.[6] In het toneelstuk Den Persiaansche Zydeweever voert de advocaat Praatje Ariosto (met een -o) als deskundige op en haalt acht regels van hem aan. Dat citaat haalde Weyerman uit The anatomy of melancholy van Robert Burton. Zie hierover Voetnoot 177.

Daarmee blijft er bij mijn weten nog één verwijzing naar Ariosto over. In De Rotterdamsche Hermes van 10 april 1721 blikt Weyerman terug op het leven van paus Clemens XI, die een maand eerder was overleden. Weyerman voert hem als geest in een droom op. Die geest steekt een redevoering af waarin hij zijn prestaties opsomt en zegt onder meer:[7]

Ik heb Ariosto, die eertyts zong dat de tweedragt door St. Michiel in een Klooster gevonden is; dat de Abdyen vergaderplaatzen van geschore Tovenaars, byeenkomsten van hommels, schuilplaatzen van lediggangers; en dat de Monniken gevoederde Katers, en de Nonnen gemarterde Puissen waren; door myn’ yver van Zedenverbetering leugenachtig gemaakt; […]

Zo’n veroordeling van kloosterlingen die is gekoppeld aan het opsporen van de tweedracht door de engel Michael in Orlando Furioso, heb ik als voetnoot in allerlei tekstuitgaven gezien: bij Le Lutrin van Boileau, in Vergilius-edities en uitgaven van de satiren van Juvenalis, in Le Moine sécularisé van de abt Claude Dupré, en natuurlijk in edities van Orlando Furioso zelf. Maar nergens was de kritiek op de kerk zo uitgebreid en zo scherp geformuleerd als bij Weyerman. Is dit dan toch een bewijs dat Weyerman Orlando Furioso zelf gelezen heeft?

Ik denk dat Weyerman goed op de hoogte was van de betekenis van Ariosto en zijn magnum opus, en dat het heel wel mogelijk is dat hij dat werk gedeeltelijk of geheel gelezen heeft. Maar ik denk ook dat de laatstgenoemde verwijzing, net als de andere, geleend is van een andere auteur, en dat alleen ditmaal Weyerman zijn bron zo geestrijk bewerkt heeft dat ik er niet in zal slagen die bron te herkennen. Maar dat is een veronderstelling, en geen vaststaand feit … – Jac Fuchs

¶ De afbeelding toont een prentje uit de Zuidelijke Nederlanden van rond 1685, uit het bezit van het British Museum.


[1] Den Ontleeder der Gebreeken, jrg. 2, nr. 10 (18 december 1724), p. 78.

[2] Zie voor Henry Care en zijn periodiek van rond 1680: Jac Fuchs, ‘”To give you a thorough insight shall be the scope of these successive sheets”. Enige nieuwe aanmerkingen over Weyermans Historie des Pausdoms’, in: MedJCW 32 (2009), p. 29-38. Zie ook Voetnoot 56, Voetnoot 62, Voetnoot 65, Voetnoot 67, Voetnoot 69, Voetnoot 70, Voetnoot 72, Voetnoot 112, Voetnoot 122, Voetnoot 149, Voetnoot 210 en Voetnoot 220

[3] Henry Care, The Weekly Pacquet of Advice from Rome: or, the History of Popery, jrg. 1, nr. 23 (9 mei 1679), p. 182.

[4] De Historie des Pausdoms, deel 1 (Amsterdam 1725), p. 174.

[5] Het Oog in ’t Zeil, nr. 40, p. 316.

[6] De Rotterdamsche Hermes, nr. 13 (25 oktober 1720), p. 52; Dominique Bouhours, La Manière de bien penser dans les ouvrages de l’esprit. Dialogues (Parijs 1687), p. 13. De link verwijst naar de tweede druk (1688), p. 17. 

[7] De Rotterdamsche Hermes, nr. 38 (10 april 1721), p. 247-248.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.