Kartuizerseks?

donderdag 21 oktober 2021 – Een paar weken geleden verscheen het nieuwe Jaarboek De Achttiende Eeuw, jaargang 53 (2021), met als aansprekend thema ‘Liefde en lust’. Met plezier in het Jaarboek geneusd. Fijn: een artikel over Feiths Ferdinand en Constantia – veel liefde, minder lust – en eentje over de erotomaan Beverland. Met verwondering en nieuwsgierigheid de bijdrage van Sven Molenaar gelezen, over een Antwerps verzamelhandschrift uit 1696 waarin een libertijnse geest waaide. Het artikel van Peter Thissen sprak me het meest aan, over ‘Dom Bougre en het beeld van de kartuizer monnik in de achttiende-eeuwse Nederlanden’.

In 1741 verscheen Histoire de Dom Bougre, portier par des chartreux, naar het oordeel van Thissen een voorbeeld van ‘wijsgerige pornografie’. In de Republiek werd er in de achttiende eeuw naar de roman verwezen alsof het een goede bekende was.

De analyse van de roman laat Thissen volgen door een beschouwing over het beeld van de kartuizers in de achttiende eeuw. Voor de beeldvorming van kartuizers doet Thissen een beroep op Jacob Campo Weyerman, die immers in de periode 1720-1730 een toonaangevende schrijver was. Weyerman was in zijn typering behalve een satiricus ook een ’schuinsmarcheerder en querulant, die regelmatig door de Zuidelijke Nederlanden reisde en zelf ook graag pornografie mocht lezen’.

Om in de geschiedenis van de beeldvorming van kartuizers Weyerman en Dom Bougre als gelijkwaardige en gelijkaardige stemmen op te kunnen voeren, is die typering van Weyerman als pornoconsument behulpzaam, maar in een latere alinea gaat Thissen nog een interessante stap verder:

De lezers van Weyerman en die van Dom Bougre maakten deel uit van hetzelfde sociaal-culturele ‘veld’, waarbinnen satire, kritiek op dominante religieuze structuren en rationele analyse van de verhouding tussen natuur en cultuur vanzelfsprekend waren en waarbinnen beschrijvingen van seksende geestelijken tot het vanzelfsprekende repertoire behoorden.

Dat lijkt me echter meer een veronderstelling dan een conclusie of het resultaat van vergelijkend onderzoek. Het is wel een aantrekkelijke veronderstelling overigens. Complicerend punt is natuurlijk wel dat de genres verschillen (roman tegenover tijdschriften en Aanmerkingen van Weyerman) en de taal (Frans tegenover Nederlands). En Weyerman mag dan wel eens in een pornoboekje hebben geneusd, dat betekent niet dat zijn werk pornografisch was als Dom Bougre. Bezwaarlijker is misschien nog het geringe kartuizer coëfficient van Dom Bougre.

Wat natuurlijk prachtig is, is dat Thissen gretig gebruik gemaakt van de bestaande Weyerman-literatuur: in de noten en de literatuurlijst zien we een vloot aan Campisten voorbij komen. Slotsom van Thissen is dat bij Weyerman en Dom Bougre de stille kartuizers met een zekere mildheid worden getekend. Zij waren in elk geval niet ‘onkuis’ en het ‘antikatholieke en antimonastieke sentiment in de Republiek’ maakte een gunstige uitzondering voor de kartuizers. Geen kartuizerseks dus. – Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.