Voetnoot 236

Weyerman tegen Weyerman

dinsdag 16 november 2021 – Op 11 oktober 1723 verscheen het eerste nummer van Den Ontleeder der Gebreeken. Meteen was duidelijk dat Jacob Campo Weyerman de auteur van dat weekblad was: hij beschreef zichzelf als degene die, ‘nog Hermes zynde’,  Argus (Hermanus van den Burg en zijn Amsterdamsche Argus) het leven zuur gemaakt had. Nog voor het einde van het jaar had hij al tweemaal de naam Campo laten vallen bij het bezingen van zijn geliefde Ifis.

Drie maanden later, op 11 januari 1724, kwam een briljant plan van Weyerman tot uitvoering. Op die dag verscheen het eerste nummer van Den Ontleeding van de Ontleeder der Gebreeken. De auteur, die zich niet bekend maakte, beloofde eenmaal in de twee weken – en als het een succes werd wekelijks – commentaar te leveren op Den Ontleeder der Gebreeken. Weyerman stelde zo een winstverdubbelaar in werking.

Van Den Ontleeding zijn uiteindelijk maar vier nummers verschenen. Die zijn in veel gevallen bij de jaargangen van Den Ontleeder mee ingebonden. Dat suggereert dat het blad redelijk goed verkocht werd. Waarom Weyerman er na de vierde aflevering mee stopte, is mij dan ook niet duidelijk. Was misschien bekend geworden dat hijzelf de auteur was? Ik heb geen idee.

In de eerste aflevering van Den Ontleeding zette de anonieme Weyerman, zoals dat gebruikelijk was, zijn plannen uiteen. Dat deed hij bijzonder gewiekst. Hij prijst de auteur van Den Ontleeder: die heeft enorm veel wetenswaardigheden vergaard, zijn stijl is goed en hij heeft vele kwaliteiten. Maar als auteur van Den Ontleeding kan hij met recht claimen dat hij minstens evenveel te vertellen heeft en dat zijn stijl niet onderdoet voor die van de auteur van Den Ontleeder. Verdere beweert hij dat hij ‘te water en te Lant, lauweren verzamelt’ heeft: hij is een wandelend talenwonder en kan ‘schermen, danssen, speelen, tuysschen [= dobbelen]’. Kortom, de auteur van Den Ontleeding doet niet voor Weyerman onder. Maar hij heeft respect voor de auteur van Den Ontleeder en belooft dat hij niet op de man zal spelen: hij zal zijn kritiek leveren ‘met een beschaafdheyd, die de hedendaagsche Schryvers zelden of noit practiseeren’. De anonieme Weyerman zal dus wel proberen de niet-anonieme Weyerman te evenaren, maar zal hem het vuur niet al te na aan de schenen leggen …

Na meer mooie woorden en een lang gedicht, sluit de anonieme Weyerman af met een waar meesterstuk, ‘Een Gelykenis’. Hij vertelt het verhaal van de komediant Phormio, die met een zak onder zijn mantel het toneel betreedt, in die zak knijpt en daarbij, met zijn hoofd onder de mantel gestoken, geluiden van een varken imiteert. Het publiek denkt dat er een varken in de zak zit, maar uiteindelijk blijkt de zak leeg. Phormio oogst grote bijval. Een boer zegt dat hij dat beter kan. De volgende dag doet hij ook de act met een zak onder zijn mantel. Wanneer de toehoorders en masse te kennen geven dat ze de imitatie van Phormio veel beter vonden, laat de boer zien dat er in zijn zak een écht varken zit. Hij wrijft hun in dat zij, in ieder geval wat het beoordelen van varkensgeluiden aangaat, volslagen onoordeelkundig zijn …

De anonieme Weyerman zet met die vergelijking de kroon op zijn inleiding: als het publiek Den Ontleeder al positief beoordeelde, dan moet het in zijn Den Ontleeding toch wel de ware literaire meesterarbeid herkennen!

Deze fabel van Phormio heeft een lange traditie. Oorspronkelijk is het de vijfde fabel uit het vijfde boek van de fabels van Phaedrus, ‘Scurra et Rusticus’ (de potsenmaker en de boer).[1]  Deze is noch door Jean de la Fontaine, noch door Roger L’Estrange, bewerkt. Wel is de fabel door meerdere andere auteurs naverteld. Het is hierdoor niet goed mogelijk aan te geven bij wie Weyerman het verhaal gelezen heeft.[2] 

Toch wil ik één kandidaat naar voren schuiven. Alain-René Le Sage (1668-1747) vertelt de fabel in het eerste deel van zijn Histoire de Gil Blas de Santillane.[3] De avonturen van Gil Blas verschenen over decennia verspreid in vier delen: 1715, 1724, 1735 en 1747. Het eerste deel was direct een succes. Al in 1716 waren er vertalingen in het Engels en in het Nederlands verkrijgbaar. Als Weyerman Gil Blas gelezen heeft, in welke taal zou dat dan geweest zijn?

Weyerman refereert in zijn werk nauwelijks aan deze schelmenroman, maar hij geeft één verwijzing die heel bruikbaar is. In De zeldzame leevens-byzonderheden van Laurens Arminius vertelt hij een en ander over de carrière van Robert Hennebo, die acteur was geweest:[4]

Doch tot een bewys dat ‘er niets bestendig is onder de zonne, wiert Robert den Eerste kort daar aan dat beroep wars op nieuws. Robert gaf voor de tweede maal het Schouwburg den bons. Die nam de pen op als Autheur, of om beter te zeggen: hy wierp zich op tot een Vertaaler uyt het Fransch en Engelsch, waar in hy tamelyk slaagde voor een persoon van een gemeene opvoeding. De Historie der Britsche Zeeroovers, en het Leeven van Gil Blas de Santillane, zyn de voornaamste Meesterstukken van zyn Pen.

Weyerman vertelt hier dus niet alleen dat zijn vriend Robert Hennebo de vertaling van (het eerste deel van) Gil Blas gemaakt had, maar hij beveelt ons die vertaling ook aan en wekt sterk de indruk deze vertaling met genoegen gelezen te hebben. Hij zou de anekdote dus heel uit de Nederlandse editie gehaald kunnen hebben.

Weyerman is bij mijn weten de eerste die de humorist een naam heeft gegeven. Hoe is hij op de naam Phormio gekomen? Die naam komt in de oudheid meermalen voor: er was bijvoorbeeld een Atheense vlootvoogd met die naam. Maar vermoedelijk moeten we de naam associëren met de komedie Phormio van Terentius. In dat stuk is Phormio een ritselaar van bescheiden afkomst.

Er bestaat een gecombineerde uitgave van komedies van Terentius en de fabels van Paedrus, maar die kwam twee jaar te laat uit om Weyerman op het idee gebracht te kunnen hebben.[5] In Weyermans periodieken duikt negen keer een citaat uit komedies van Terentius op. Daar zit één citaat uit Phormio tussen, dat hij tweemaal gebruikte. De woorden ‘Ita me Dii ament’ (akte V, scène 6, regel 43) vinden we zonder enige bronvermelding in een voetnoot in de Rotterdamsche Hermes en met de naam Terentius, maar zonder dat het stuk genoemd wordt, in een voetnoot in de tweede jaargang van de Amsterdamsche Hermes.[6] Hoe Weyerman ertoe kwam dat citaat te gebruiken, is mij niet duidelijk. Of hij het met de komedie Phormio in verband bracht, kan ik dus ook niet vertellen.

Er is nog een verband tussen Phormio en Weyerman denkbaar, maar dat is al even speculatief. In Den Ontleeder en Den Ontleeding nam Weyerman een reeks bewerkingen van teksten van Abraham Cowley op.[7] In zijn eerste essay, ‘Of Liberty’, nam Cowley een citaat uit Phormio over, en in meerdere edities wordt die bron in de marge verantwoord. Het zaadje kan dus bij Weyerman gezaaid zijn toen hij in de werken van Cowley bladerde, al gebruikte hij juist dat essay pas in 1733 in Den Kluyzenaar in een Vrolyk Humeur, en voor zover ik weet nog niet in Den Ontleeder of in Den Ontleeding. – Jac Fuchs


[1] De link verwijst naar een tweetalige uitgave uit 1695, waarin het de zesde tekst uit boek 5 is, omdat ook de proloog tot dat boek meegeteld is: Johannes Hilarides, Phaedri Fabulae Aesopiae […] Dat is Phaedrus Esopische vertellingen in Neerduijtsen dichte vertaald door Johannes Hilarides (Dokkum 1695). 

[2] De Fables van Jean de la Fontaine en de Fables of Aesop and other eminent mythologists van Roger L’Estrange zijn twee omvangrijke fabelbundels, waaruit Weyerman meermalen geput heeft, zoals in meerdere voetnoten op deze site te lezen valt. 

[3] Alain-René Le Sage, Histoire de Gil Blas de Santillane (Parijs 1715), p. 340-341.

[4] Jacob Campo Weyerman, De zeldzaame leevens-byzonderheden van Laurens Arminius, Jakob Campo Weyerman, Robert Hennebo, Jakob Veenhuyzen, en veele andere beruchte personaadgien (Amsterdam 1738), p. 30.

[5] Richard Bentley, Publii Terentii Afri comoediae, Phaedri fabulae Aesopiae, Publii Syri et aliorum veterum sententiae (Cambridge 1726).

[6] Rotterdamsche Hermes, nr. 53 (24 juli 1721), p. 365; Amsterdamsche Hermes, jrg. 2, nr. 32 (4 mei 1723), p. 252.

[7] Zie Voetnoot 41 en Voetnoot 119.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.