Egypte in het werk van Weyerman

Het uitbroeden van kuikens in Caïro (4)

dinsdag 24 mei 2022 – Reizigers naar de Oriënt komen op hun tocht tal van opmerkelijke zaken tegen. Terug in eigen land vertellen zij natuurlijk over hun avonturen. Een van die verhalen gaat over het uitbroeden van grote hoeveelheden eieren in Egypte zonder de moederkip. Weyerman gebruikt dit verhaal in zijn Piet fopt Jan en Jan fopt Piet.

Zowel de vele leugenachtige wonderen die voortkomen uit bijgeloof, als het grote aantal mannelijke en vrouwelijke heiligen worden vergeleken met het grote aantal kuikens dat in Caïro wordt uitgebroed. In deze vierde aflevering komt een aantal zeventiende-eeuwse Oriënt-reizigers ter sprake die hierover hebben geschreven. 

Cornelis Jacobszoon Drebbel – De Alkmaarder Cornelis Jacobszoon Drebbel (1572-1633) krijgt deze verhalen over het uitbroeden van kuikens in Egypte misschien ook wel te horen. Voor hem was dat wellicht de aanleiding om in 1609 te werken aan de uitvinding van een broedmachine voor eieren, een zogenaamde athanor.[1] Deze broedmachine was voorzien van een thermostaat. 

Het apparaat bestond uit een door een kolenvuur verwarmde kast, waarin warme lucht geleid werd rondom een doos waarin de eieren zaten. De doos werd beschermd door een waterlaag waarin een buis met alcohol als thermostaat fungeerde. Als de alcohol uitzette, werd er kwik omhoog geduwd in een U-buis, waardoor een klep gesloten werd en het vuur gesmoord. Hiermee wist Drebbel de temperatuur zo constant te houden dat de eieren uitkwamen zonder moederkip en de eieren niet per ongeluk werden gekookt.[2]

Op de website van het Drebbel Kennis Centrum wordt Drebbel de Edison van zijn tijd genoemd: een briljant empirisch onderzoeker en innovator, wiens constructies en uitvindingen vooral betrekking hebben op meet- en regeltechniek, pneumatiek, optica, chemie, hydraulica en pyrotechniek. Drebbel was onder meer beroemd door zijn perpetuum mobile, de eerste onderzeeboot en een draagbaar oventje met optimaal verbrandingsrendement, dat op constante temperatuur brandde door een regulateur of thermostaat.[3]

Constantijn Huygens, die Drebbel regelmatig ontmoette, had grote bewondering voor hem. Pas na Drebbels dood kwam er meer belangstelling voor zijn uitvindingen. Tekeningen van de door hem uitgevonden broedmachine circuleerden over de hele wereld, tot zelfs in China.[4]

William Lithgow – Vroeg in de zeventiende eeuw trekt de Schotse reiziger en schrijver William Lithgow (ca. 1582-1645) negentien jaar rond door Europa, Azië en Afrika. Hij beweerde dat hij in al die jaren 57.936 km te voet had afgelegd. Lithgow ondergaat heel wat ontberingen. Het begint er al mee dat vier broers van een zekere Miss Lockhart hem met dit meisje betrappen en hem vervolgens de oren afsnijden, wat hem de bijnaam ‘lugless’ of ook wel ‘cut-legged Willie’ oplevert (lug = (oor)klep).[5]

Tijdens zijn reizen lijdt Lithgow enkele malen schipbreuk. In Malaga wordt hij eind oktober 1620 door de gouverneur opgepakt, beschuldigd van spionage voor de Engelsen, gevangengezet en beroofd van zijn gouden en zilveren munten. Vervolgens wordt hij beschuldigd van ketterij en ondervraagd en gemarteld door de Inquisitie. Met Pasen 1621 komt hij vrij door bemiddeling van de Engelse consul.[6]

De eerste publicatie over zijn reizen, waarin zijn verblijf in Egypte is opgenomen, verschijnt al in 1616. Hij schrijft over Caïro, de piramides en de sfinx, maar rept hier met geen woord over kuikens die in ovens worden uitgebroed. Lithgow zou niet in dit overzicht zijn opgenomen, als hij niet in de eerste volledige publicatie van zijn werk uit 1632 uitgebreid over het uitbroeden van kuikens in ovens in Tunis had geschreven. 

Interessant is wat hij vertelt over het financiële verlies dat iedere deelnemer voor een deel draagt, als niet alle eieren goede kuikens opleveren. Die afspraak is gebruikelijk in bijna geheel Afrika, aldus Lithgow. Over Tunis lezen we verder niets. De broedovens moeten grote indruk op hem hebben gemaakt omdat hij juist dit als enige over Tunis kwijt wil in zijn boek. Na een verblijf van vijf weken in Tunis vertrekt hij met het schip de ‘Meermin van Amsterdam’ naar Malta en Venetië.[7]

Vincent de Stochove – Ook vanuit de Zuidelijke Nederlanden trekken reizigers naar het Midden-Oosten. Zo reist Vincent de Stochove (1605-1679), heer van Sinte Catharina en oud-burgemeester van Brugge, in 1630 mee in het gevolg van de Franse ambassadeur naar Constantinopel, waar hij vijf maanden verblijft. Vandaar trekt hij door naar Smyrna, Cyprus, Bagdad, Syrië, Libanon, het Heilige Land en Egypte. In 1632 is hij weer terug in Brugge. Het verslag van zijn reis wordt in 1643 gepubliceerd.[8]

Over het uitbroeden van kuikens in ovens heeft Sochove interessante informatie. In Caïro staan 25 broedovens, schrijft hij, die ieder 7000 tot 8000 eieren bevatten. Het uitbroeden vindt in de maanden april en mei plaats. De uitgebroede kuikens worden uitgedeeld in de dorpen rondom de stad, volgens een bepaalde verdeelsleutel. In de Nederlandse vertaling van zijn werk, Het bereysde Oosten, staat hierover: 

[…] de gene diese queecken, verdeylense in dryen, te weten: een derde voor den Stadthouder, het ander derde voor de ghene die de ovens toehooren, ende de reste voor de gene die de selve queecken.[9]

Anthonius Gonzales – Stochove vertelt ook dat er enkele pogingen zijn geweest om dit broedproces in christelijke landen uit te voeren, maar dat die mislukt zijn. Hij zegt er niet bij waar dat is gedaan, maar hierover geeft een tweede reiziger vanuit de Zuidelijke Nederlanden, de minderbroeder-recollect Anthonius Gonzales (1604-1683), opheldering. Hij reist in het jaar 1665 naar het Heilige Land, Syrië en Egypte. Zijn reisbeschrijving wordt in 1673 in twee delen gepubliceerd onder de titel Hierusalemsche reyse. Gonzales wijdt twee pagina’s aan een beschrijving van de broedovens in Egypte.7

Ick ben niet alleen eenmael maer op verscheyde reysen ghegaen tot de voorstadt van groot Cairo, om te mogen sien ende bescheydelijck te weten hoe, ende op wat maniere dat geschiet. Noteert, daer sijn inde voorsteden van groot Cairo ende op verscheyde andere plaetsen, steden, ende dorpen, ovens seer gelijck aende ovens van ons lant daermen broot in backt, maer een luttel grooter […]

Gonzales heeft dus meerdere malen in de voorsteden van Caïro de broedovens gezien, die hij vergelijkt met broodovens in eigen land. Hij zag ovens waarin 7000 eieren lagen, maar ook andere met 5000 en 3000 eieren. Volgens Gonzales worden kuikens gedurende vier tot vijf maanden in het jaar uitgebroed, namelijk als het heel warm is in Egypte. Hij voegt hieraan toe dat in het Heilige Land en in Syrië eieren door hennen uitgebroed moeten worden, omdat het daar minder warm is dan in Egypte. Hij heeft ook gehoord dat de groothertog van Florence pogingen heeft ondernomen om kuikens op Egyptische wijze te laten uitbroeden.

[…] ende tot desen eynde heeft hy met groote onkosten uyt Egypten doen komen eenighe inwoonders oft Arabiers die de ovens ghemaeckt hebben op de maniere van Egypten, settende daer in dry duysent eyeren, waer van alleen dry oft vier hondert sijn uyt ghebroyt gheweest, alsoo dat hy klaerlijck heeft ghesien ende bevonden dat het selve kan gheschieden, maer dat de hitte des lochts veel grooter moet wesen.[10]

Ferdinando II de’ Medici – De groothertog om wie het hier gaat, is Ferdinando II de’ Medici (1610-1670), groothertog vanaf 1621. Hij was zeer geïnteresseerd in wetenschappelijke experimenten. In 1644 liet hij twee ambachtslieden uit Caïro naar Florence komen om Egyptische broedovens te bouwen en te bedienen. De ovens werden in een grote ruimte in de Giardino di Boboli geplaatst (tegenwoordig deel uitmakend van de tuinen van het Palazzo Pitti). 

De eerste resultaten van de broedovens waren slecht. Gonzales vertelt dat van de 3000 eieren er slechts 300 of 400 werden uitgebroed. Een andere bron verhaalt dat 144 eieren slechts 61 kuikens opleverden. Het experiment werd herhaald en met behulp van een alcoholthermometer kon de temperatuur in de ovens in de verschillende fasen van het broedproces in de gaten gehouden worden. Ondanks de betere resultaten werd vastgesteld dat het niet mogelijk was om op deze manier kuikens met succes uit te broeden.[11]

Tot slot – Bronnen uit de zeventiende eeuw leveren veel nieuwe informatie op, variërend van de spectaculaire uitvinding van de broedmachine door Drebbel tot het experiment met broedovens door de groothertog van Florence in de Boboli-tuinen.

Helaas zijn er geen aanwijzingen dat Weyerman een van de besproken reisbeschrijvingen als bron heeft gebruikt. Mogelijk vinden we die wel in de vervolgaflevering over de zeventiende eeuw. – Janny Roos

Afbeeldingen
(1) Broedoven van Cornelis Drebbel, illustratie door Jonathon Rosen (2014).
(2) William Lithgow op de pijnbank in Malaga, in: Willem Lithgouws 19. jaarige lant-reyse uyt Schotlant, naer de vermaerde koninckrijcken Europa, Asia ende Africa, dl. 2 (Amsterdam 1652), p. 77.


[1] Een athanor is een type oven dat onder andere voor alchemistische doeleinden werd gebruikt. De oven zorgde voor een constante en langdurige verhitting. In de middeleeuwen werd de athanor gebruikt voor de zoektocht naar de steen der wijzen, waarmee men lood in goud zou kunnen transformeren. Zie Wikipedia, lemma Athanor

[2] Francis Franck (ed.), ‘Cornelis Drebbel’s uitvindingen en instrumenten: referenties en beschrijvingen’, op de website van het Drebbel Kennis Centrum.  

[3] Zie Hubert van Onna, ‘[Biografie] Cornelis Drebbel’, op de website van het Drebbel Kennis Centrum.

[4] ‘Drebbel in China en Japan’, op de website van het Drebbel Kennis Centrum.

[5] Onna, ‘[Biografie] Cornelis Drebbel]’

[6] Wikipedia, lemma William Lithgow (traveller and author).

[7] Wiliam Lithgow, The totall discourse, of the rare adventures, and painefull peregrinations of long nineteene yeares travayles, from Scotland, to the most famous kingdomes in Europe, Asia, and Affrica (Londen 1632), p. 380-381; William Lithgow, Willem Lithgouws 19. jaarige lant-reyse uyt Schotlant, naer de vermaerde koninckrijcken Europa, Asia ende Africa, dl. 2 (Amsterdam 1652), p. 24.

[8] Wikipedia, lemma Vincent Stochove

[9] Vincent de Stochove, Voyage du sieur de Stochove faict es années 1630. 1631. 1632. 1633 (Brussel 1643), 468-469; Vincent de Stochove, Het bereysde Oosten (Brugge 1681), p. 399-400.

[10] Antonius Gonzales, Hierusalemsche reyse, dl. 2 (Antwerpen 1673), p. 464-465.

[11] Walter Landauer, The hatchability of chicken eggs as influenced by environment and heredity (Connecticut 1961), p. 21-22.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.