Egypte in het werk van Weyerman

Het uitbroeden van kuikens in Caïro (9)

woensdag 6 juli 2022 – Het uitgangspunt voor deze artikelenreeks was Weyermans satirische vergelijking van grote aantallen heiligen en wonderen met in ovens uitgebroede kuikens in Piet fopt Jan en Jan fopt Piet. De zoektocht naar Weyermans bronnen voor die vergelijking werd in de vorige aflevering afgesloten. Meer dan dertig reizigers en auteurs die dit fenomeen in hun werk noemden, kwamen voorbij. Weyerman was bekend met het werk van enkele van hen en waarschijnlijk las hij daarin over de kuikens in Caïro. Het bleek helaas niet mogelijk de enige echte bron hiervoor aan te wijzen. 

Maar het verhaal over het uitbroeden van kuikens is nog niet klaar. In deze slotaflevering gaat het om de vraag hoe het verder ging met de broedovens. 

In de negentiende eeuw wordt gestaag doorgewerkt aan de verbetering van de broedmachine, want het is intussen duidelijk wat de voordelen hiervan zijn. Kunstmatig uitbroeden van kuikens is een desideratum in vele landen. 

Broedmachine 2.0 – In The oldest hatcheries are still in use wordt een mooi overzicht van de ontwikkelingen gegeven, niet alleen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten:[1]

De Britse uitvinder William James Cantelo toont in 1851 op de First Great Exhibition in het Crystal Palace in Londen zijn nieuwe broedmachine aan het publiek. In 1879 ontwikkelen de Canadese student medicijnen Lyman Byce en de tandarts Isaac Dias in Petaluma (VS) een broedmachine, waarin de temperatuur gecontroleerd kan worden. Deze incubator vormt een doorbraak in de pluimvee-industrie van de VS en Petaluma wordt op de kaart gezet als de ‘World’s Egg Basket’.

In 1881 wordt een broedmachine mét thermostaat ontwikkeld door de Engelse Charles Edward Hearson en door de United States Patent Office gepatenteerd.

Door het succes van de nieuwe praktische broedmachines is men niet langer geïnteresseerd in de Egyptische broedovens. In april 1927 publiceert National Geographic Magazine het artikel ‘America’s debt to the hen’ van Harry R. Lewis, waarin niet alleen de broedmachine van Lyman Byce wordt genoemd, maar ook aandacht is voor de Egyptische broedovens. Een gedetailleerde tekening van Charles E. Riddiford, getiteld ‘A pictorial diagram of the strange and ingenious arrangements of the great Egyptian incubators’, laat deze zien.

In hetzelfde jaar exposeert de Egyptische overheid op het derde World’s Poultry Congress in Ottawa een model van een traditionele Egyptische broedoven van aanzienlijke afmetingen.

Egyptische broedovens als inspiratiebron – Het uitbroeden van eieren in de mest en in broedovens heeft door de eeuwen heen veel aandacht gekregen. In onze tijd weet iedereen dat het uitbroeden van eieren veelal volautomatisch gebeurt, maar dat de broedovens van Egypte hiervoor als inspiratiebron hebben gediend, is doorgaans niet bekend. 

In 2008 bleek uit een onderzoek naar de vogelziekte H5N1 door de Food and Agricultural Organization (FAO) van de Verenigde Naties dat kuikens in Egypte niet alleen in moderne broedovens werden uitgebroed, maar ook nog steeds op traditionele wijze. In de gouvernementen Gharbia, Fayoum en Sohag werden in totaal 84 traditionele broedovens ontdekt. In de periode van het onderzoek werden hierin wekelijks 510.000 eendagskuikens en 192.300 eendagseenden geproduceerd. Alle eigenaren van deze traditionele broederijen gaven in 2008 echter te kennen dat zij wilden overstappen op automatische incubatiemethoden wegens het hogere slagingspercentage van uitgebroede eieren, de betere kwaliteit en de hogere prijzen voor eendagskuikens.[2]

Hoeveel traditionele broederijen er in 2022 nog in Egypte te vinden zijn, heb ik niet kunnen achterhalen. Ongetwijfeld wordt de oude, beproefde methode van het uitbroeden van kuikens in broedovens nog ergens toegepast.

Volgens het FAO-rapport kwamen alle mannen die in de broederijen in het gouvernement Gharbia werkten, uit het dorp Berme in de Delta. De Franse jezuïtische priester Claude Sicard vermeldde aan het begin van de achttiende eeuw al dat het broedproces in de ovens een handelsgeheim was van het dorp Berme in de Delta, dat van generatie op generatie werd overgeleverd (zie aflevering 6). En ook in het FAO-rapport is te lezen, dat het kunstmatig uitbroeden van kuikens in ovens lange tijd een specialisme was van enkele oude families, die de technieken van dit beroep beheersten en bewaakten, en deze van generatie op generatie doorgaven. Het Arabische woord voor arbeider in een broederij is dan ook ‘bermawy’, dat ‘man uit het dorp Berme’ betekent.[3]

Slot – Weyerman heeft de vergelijking met de kuikens in Caïro in Piet fopt Jan en Jan fopt Piet gebruikt, waarschijnlijk zonder te weten hoe belangrijk deze manier van uitbroeden voor Egypte door de eeuwen heen is geweest. En zonder ook maar te kunnen vermoeden dat deze Egyptische vinding het begin is geweest van een enorme pluimvee-industrie wereldwijd. 

Dat een volautomatische broedmachine ook tegenwoordig nog teleurstellende resultaten kan opleveren, blijkt uit een reactie van een koper op 5 april 2021 op de website van Bol.com, waar broedmachines in diverse uitvoeringen, prijsklassen en kwaliteit online verkrijgbaar zijn:

Een absolute ramp!!!! 
Bij het eerste gebruik hield de schouwlamp er direct mee op. Na 3 weken begeeft de temperatuursregeling het. Uiteindelijk zijn 3 misvormde kuikens uitgekomen die ik allemaal moest euthanaseren … Ik kreeg de indruk dat de electronica van de machine niet tegen hoge luchtvochtigheid kan, waardoor die het na enkele weken begeeft … Een enorme afrader! Niet kopen!’[4]

Het uitbroeden van kuikens is dus geen sinecure. U bent gewaarschuwd! – Janny Roos

Afbeeldingen
(1) Deel van een muurschildering in Petaluma (VS), waarop Lyman Byce met zijn broedmachine staat afgebeeld. Uit: E. Corti en E. Vogelaar, The oldest hatcheries are still in use (Aviculture Europe 2012), p. 4.
(2) Hearson’s patent ‘Champion incubator’, uit: Corti en Vogelaar, The oldest hatcheries, p. 4.
(3) Omslag van National Geographic Magazine, LI (april 1927).
(4) Tekening van Charles E. Riddiford in National Geographic Magazine (april 1927), in: Corti en Vogelaar, The oldest hatcheries, p. 5.
(5) Kaart van Egypte met de gouvernementen Fayoum, Gharbia en Sohag, uitAbd-Elhakim, Thieme, Schwabenbauer en Ahmed, ‘Mapping traditional poultry hatcheries in Egypt’, p. 7.


[1] E. Corti en E. Vogelaar, The oldest hatcheries are still in use (Aviculture-Europe 2012), p. 3-6.

[2] M. Ali Abd-Elhakim, O. Thieme, K. Schwabenbauer en Z.S. Ahmed, ‘Mapping traditional poultry hatcheries in Egypt’, in: AHBL, Promoting strategies for prevention and control of HPAI (Rome, FAO, 2009), p. 14.

[3] Abd-Elhakim, Thieme, Schwabenbauer en Ahmed, ‘Mapping traditional poultry hatcheries in Egypt’, p. 14.

[4] Website Bol.com (geraadpleegd 25-6-2022).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.