Weyerman en de Dood

woensdag 28 september 2022 – In het weekblad Den Echo des Weerelds staat een interessante tekst, getiteld: ‘Des Echos aanspraak aan de Dood’.[1] De Dood wordt hierin niet afgeschilderd als een verschrikkelijk monster, maar wordt aangesproken met: ‘O ghy veylig Eynde onzer Ween!’.

Vroeger was de Dood een vloek, maar na de zondeval, waarbij de eerste mensen uit het Paradijs verjaagd werden, is de Dood veranderd van een straf in een ondersteuning:

[…] ghy zyt een Balsem en een Hulpmiddel geworden aan den Mensch, want door uw geniet den Mensch de eertyds verbeurde Gelukzaligheyt, en door uw Bemiddeling kan hy die nooit meer verliezen.[2]

De Dood schenkt ons ‘een weezendlyk Goed’ en wordt de ‘beste zo wel als zekerste Zaak hier op Aarde’ genoemd.

De tekst van Weyerman is gedeeltelijk in proza en poëzie. Ik vroeg me af of Weyerman hiervoor een buitenlandse tekst als uitgangspunt had genomen. Na enig zoeken kwam ik erachter dat Weyerman een bewerking gemaakt heeft van het gedicht ‘On Death’ uit de bundel Poems (1686) van Anne Killigrew (zie haar zelfportret hierboven).[3] Het gedicht ‘On Death’ telt 34 versregels. Weyerman heeft daarvan zes versregels omgezet in poëzie en de rest in proza.

Anne Killigrew – Van Anne Killigrew (1660-1685) had ik nooit gehoord, totdat Jac Fuchs ontdekte dat het ‘Harderspel’ in het postuum uitgegeven tijdschrift Het Oog in ’t Zeil (1780) ontleend was aan ‘A Pastoral Dialogue’ van dezelfde Engelse dichteres.[4]

Ze was vertrouwd met de hoogste kringen van het hof. Haar vader Henry Killigrew was kapelaan van Karel I en van Jacobus, hertog van York, de latere koning Jacobus II. Haar moeder was hofdame van de vrouw van Karel II, koningin Catharina van Bragança. Toen de hertog van York trouwde met de Italiaanse Maria van Modena, was Anne Killigrew een van de zes bruidsmeisjes.

Killigrew was een zeer getalenteerd dichteres en schilderde niet onverdienstelijk. Haar gedichten waren zo goed, dat men eraan twijfelde of zij ze zelf geschreven had. Daarop reageerde zij met het gedicht ‘Upon the saying that my verses were made by another’. Killigrew stierf jong aan de pokken, nog maar 25 jaar oud.

Plagiaat? – Is ‘Des Echos aanspraak aan de Dood’ het zoveelste geval van plagiaat? Volgens onze huidige normen was het beter geweest als Weyerman Killigrew en haar gedicht in een voetnoot had vermeld. Maar wie de moeite neemt om de Engelse tekst naast de Nederlandse te leggen zal hier snel overheen stappen en alleen met grote bewondering kijken naar hoe Weyerman de Engelse tekst in het Nederlands heeft omgezet. Daaruit spreekt een groot taalgevoel.

Anne Killigrew, ‘On death’
No subtile Serpents in the Grave betray, 
Worms on the Body there, not Soul do prey; 
No Vice there Tempts, no Terrors there afright, 
No Coz’ning Sin affords a false delight: 
No vain Contentions do that Peace annoy, 
No feirce Alarms break the lasting Joy.

Weyerman, ‘Des Echos aanspraak aan de Dood’
Geen heyloos Boom-serpent bedroog ons ooit in ’t Graf,
Geen Worm aast op de Ziel, maar wel op Adams Kaf,
            Op drooge Kley en Aarde.
Geen Ondeugd grypt daar plaats, geen Vreeze, Smart, of Druk,
Nog geen bedrieglyk Kwaad schaft daar een valsch Geluk,
Nog geen Alarm verstoort een Vreugd die nooit verraarde [= veranderde].

In de vergetelheid – De vondst van het Engelse origineel is zeer interessant, want ze laat zien dat Weyerman al in 1726 bekend was met het werk van Anne Killigrew. Misschien is ‘Harderspel’ ook wel in deze tijd vertaald en pas veel later in druk verschenen.

In de Nederlandse Wikipedia lezen we dat Killigrew in de vergetelheid is geraakt. Door Weyermans bewerkingen treedt zij weer even voor het voetlicht. Weyerman onderkende haar kwaliteit als dichteres en heeft, waarschijnlijk als eerste en enige, haar werk onder de aandacht van Nederlandse lezers gebracht. – Jan Bruggeman


[1] Jacob Campo Weyerman, Den Echo des Weerelds, dl. 1, afl. 35 (17 juni 1726), p. 274-275.

[2] Weyerman, Echo des Weerelds, dl. 1, afl. 35 (17 juni 1726), p. 274.

[3] Anne Killigrew, Poems (Londen 1686), p. 13-14.

[4] Zie Weyerman, ‘Harderspel’, in: idem, Het Oog in ’t Zeil, afl. 16 ((28 nov. 1768) en 17 (12 dec. 1768). Vgl. ‘A Pastoral Dialogue’, in: Anne Killigrew, Poems (Londen, 1686), p. 63-75. Zie ook: Jan Bruggeman en Jac Fuchs, ‘“Altoos bestulpt met oude boeken, en gedompelt in vermufte papieren”. Onderzoek naar de bronnen en het auteurschap van Het Oog in ’t Zeil, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 33 (2010), p. 89-101.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.