Het Graf en het graf

vrijdag 28 juni 2024 – Een paar weken geleden verscheen in het Jaarboek van de Maatschappij het levensbericht van Piet Buijnsters. Als het gaat om Buijnsters, was en ben ik een buitenstaander, maar omdat niemand zich opwierp als zijn levensbeschrijver heb ik me veroorloofd om dat levensbericht te schrijven. Niet zonder hindernissen. Niet iedereen werkte gemakkelijk mee én op weg naar een gesprek in Haarlem kwam ik in Amsterdam, op perron 1, lelijk ten val. Met een bebloed hoofd heb ik het gesprek afgezegd. Het is er overigens ook niet meer van gekomen, van dat gesprek in Haarlem.

Grootste obstakel kwam in zicht toen ik de ambitie te kennen gaf om in het bericht de geleerde levens van Piet Buijnsters én zijn vrouw Lin te beschrijven. Nee, dat kon niet, Lin Buijnsters was geen lid van de Maatschappij geweest enz. en het streed met de gewoonte. Mij leek die strijdigheid met de traditie juist een aanbeveling, maar nee, het ging niet. Een foto van beiden, dat kon dan wel. Uiteindelijk is er in de tekst niets veranderd en beschrijf ik in het levensbericht beiden, maar het vergde wel enig slikken en extra luchthappen om de woede te laten overwaaien.

De tekst is uiteindelijk verschenen, de digitale versie is de wereld in, maar blijkbaar stimuleert een bio digitalibus de lectuur niet. Slechts van een beminnelijke Ad kreeg ik reactie. Het is dus wachten op de papieren – of zoals dat heet: de fysieke – versie.

De dubbelbio van Piet en Lin Buijnsters verschijnt in het Feith-jaar 2024, tweehonderd jaar na Rhijnvis’ dood. Buijnsters’ proefschrift gold het leerdicht Het graf en in zijn enthousiasme voor de tekst heb ik Buijnsters niet echt kunnen volgen. Decennia geleden heb ik het wel gelezen, de associatie met een worsteling heugt me. Veel interessanter vond ik Buijnsters’ proefschrift, rijk aan perspectieven.

Bij wijze van saluut heb ik vorige week een bezoek gebracht aan begraafplaats Rustoord in Nijmegen. Over die begraafplaats schreef ik een paar jaar geleden met mijn oud-collega Peter de Beukelaer een fijn boek, met de levensverhalen van tientallen mensen die aan de Postweg hun laatste rustplaats vonden. Buijnsters lag er toen nog niet, anders had hij met zijn vrouw vast een plaats in het boek gekregen. Van hun dochter was er wel een graf. Enkele keren, bij de voorbereiding van het boek, zag ik Lin Buijnsters in stilte en verdriet een bezoek brengen aan dat graf. Ik dacht aan Feith en de pijn je kind te verliezen. Nu liggen Piet en Lin nabij hun dochter.

Vlak achter hen is het graf van de rode jonker te vinden, Marinus van der Goes van Naters. In het graf van Van der Goes is ook een ereplaats voor zijn echtgenote en hun jonggestorven zoon. – Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.