Naïeve hebberigheid

Goeree Overflakkee (ca 1751)donderdag 3 april 2014 – Toen JF enkele weken geleden met een rood hoofd over Flakkee wandelde en verslag deed van zijn bezoeken te Mellissant, Dirksland en Middelharnis, reed ik ook in de buurt. Ik ging echter de andere kant uit, naar Goeree. Ook met een rood hoofd. Om dezelfde reden. Omdat gedeelde smart minder pijn doet, reken ik zijn verontschuldiging over deze vergissing graag tot de mijne. 

Mijn reisdoel was het Streekarchief Goeree-Overfakkee. Voor mijn gestaag vorderende biografie over de even orangistische als veelbespotte schrijver Philippus Verbrugge (1750-1806) wilde ik daar stukken over een erfeniskwestie raadplegen.

De zeer vermogende ongetrouwde Petronella Kole overleed namelijk te Goeree op 11 december 1771 zonder over haar goederen beschikt te hebben. De erflaatster was de laatste in een gezin, waarvan een broer en een zuster eveneens ongetrouwd waren en een andere zuster weduwe was.

Over Flakkee deden al lang hardnekkige geruchten de ronde dat de Kole’s te lelijk waren om een partner te vinden en hun vermogen niet wilden delen met huwelijkspartners. Zij lieten geen levend kroost na, maar wel een enorme boedel, onder meer onroerende goederen, een goed renderend bedrijf, waardepapieren, goud, zilver, kleding en tenminste honderdduizend gulden aan contanten. Er waren dus alleen maar claims van verre verwanten te verwachten.

Het gerecht van Goederee stelde in 1772 twee curatoren over de gesekwestreerde boedel aan, stadssecretaris Gerrit Goekoop, die zelf ook tot de erfgenamen behoorde, en baljuw Pieter Grinwis. Nadat curatoren advertenties in verschillende kranten hadden geplaatst waarin zij erfgenamen opriepen zich te melden reageerden tientallen mensen. Zij allen wisten zeker van de overledene af te stammen. Zo ook de familie Verbrugge, die onder aanvoering van Philip bij verschillende notarissen een claim voor een flink deel van de nalatenschap deponeerde. Hun claim zal ik in de biografie behandelen.

Maar de claims van anderen zijn evenzeer de moeite van het raadplegen waard. Sommige vermeende erfgenamen schakelden juristen in, zoals de bekende advocaat Hendrik Arnold Kreet, die zelfs een rekening-courant met Goekoop onderhield en er aardig aan verdiende. Anderen vroegen curatoren om onderzoek naar hun voorouders te doen. Uit de boedel konden de kosten gemakkelijk voorgeschoten worden, want die kwam hun rechtens ‘immers’ toe! Tot de laatste categorie behoorde de Rotterdamse aardappelhandelaar Gerrit Bliek die Goekoop het volgende verzoek stuurde.

brief  gerrit bliek

Een aandoenlijk briefje, dat wel. En een mooie bijvangst. Goekoop antwoordde de aardappelhandelaar niet, maar wie in deze Rotterdammer een voorouder herkent zal misschien ook even van kleur verschieten. Vanwege de historische sensatie natuurlijk. — PvW

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *