De achttiende eeuw in het voorbijgaan (50)
zaterdag 19 april 2014 – Geertruidenberg is zijn glans als vestingstad voor een deel kwijtgeraakt. Ik vind dat je van alle kanten moet kunnen zien hoe de structuur van een oude woonkern is geweest. Naarden bijvoorbeeld stemt mij op dat punt tevreden. Geertruidenberg heeft nog wel een bolwerk en een halve vestinggracht, maar de nieuwbouwwijk tussen de historische kern en de rivier (de Amer) had ik daar liever niet gezien.
Gelukkig valt er in het centrum genoeg te zien. Er is een riante markt met een reeks huizen van voor 1700 en er staan nog allerlei militaire gebouwen. De belangrijkste daarvan zijn negentiende-eeuws: een bakkerij, een wachthuisje en iets dat ze bastion noemen maar dat mij een kazerne lijkt.
De achttiende eeuw is er ook in ruime mate vertegenwoordigd. Ik begin bij het Oud Mannen en Vrouwenhuis. Aan de Gasthuisstraat is alleen de achtergevel te zien, de voorgevel staat aan een binnenplein. Geertruidenberg kende al in de Middeleeuwen godshuizen. Geleidelijk zijn allerlei instellingen gefuseerd tot een instelling die zich ‘de Stedelijke Godshuizen’ noemt en nog op diverse locaties in de stad woonruimte verhuurt. Zo zijn er in het Gasthuis dertien wooneenheden te vinden en natuurlijk een regentenkamer (niet opengesteld).
De beelden aan de gevel zijn moderne replica’s van de originele beelden uit 1769 en 1778. De originelen zijn in bruikleen gegeven aan het Zorgcentrum Mauritsstaete.
Toevallig kwam ik daar op weg naar Drimmelen langs. Ik heb toen geprobeerd ze te zien te krijgen, maar meerdere mensen in het zorgcentrum verzekerden me dat ze daar een half jaar geleden weer weggehaald zijn. Ze wisten niet waar ze heen gebracht zijn. Mysterie!
Het Gasthuis in Geertruidenberg dateert uit 1775-1778. Het gebouw verving twee eerdere huizen voor ouderen die elders in de stad stonden. In de zijmuur van het complex zitten een paar apart gevormde muurankers.
Heel wat huizen aan de markt hebben een zeventiende-eeuwse gevel. Die panden zullen in de kern nog wel ouder zijn, al heeft men er in de achttiende eeuw ook niet stil gezeten. Het raadhuis, dat in de kern veertiende-eeuws zou zijn, kreeg bijvoorbeeld in 1769 een nieuwe façade.
Vorige week schreef ik al dat aan de markt in de achttiende eeuw een Franse kostschool gehuisvest was, maar dat daar helaas later weer een nieuwe gevel voor gezet is.
Een paar stappen van dat pand verwijderd staat een burgermanswoning die nog wel een fraaie achttiende-eeuwse gevel heeft. De bierbrouwer Thomas Schattelijn liet dit huis rond 1786 neerzetten. In 1809 heeft Lodewijk Napoleon er nog als gast van de stad gelogeerd.
Geertruidenberg verdiende niet alleen aan de militairen, ook de visserij was een belangrijke inkomstenbron. In 1772 werd de oude vishal door een nieuwe vervangen. De vishal oogt klein voor een gemeente van waaruit de vis tot ver in het buitenland verkocht werd, maar het is wel een elegant bouwwerk.
Op de foto is ook een van de achttiende-eeuwse stedelijke pompen te zien, en een pilaar van een van de hekken die de toegang tot de kerk afgrendelen. Net als in Raamsdonk lijken de pilaren bij de kerk in de achttiende eeuw vernieuwd te zijn. In Geertruidenberg was er een aannemer die zich dankzij dit soort klussen een mooi huis aan de markt kon permitteren. — JF