Dordtse burgemeestersvrouw zoekt asiel

Praalgraf van Catharina Alida van der Dussen in de Grote of Barbarakerk te Culemborg

Praalgraf van Catharina Alida van der Dussen in de Grote of Barbarakerk te Culemborg

dinsdag 29 april 2014 – Net als Vianen werd Culemborg getypeerd als een vrijplaats voor misdadigers en frauduleuze bankroetiers (bron). Weyerman maakte handig gebruik van dit slechte imago door in zijn Voorloper van de kronyk der bankrotiers te dreigen onaangename details over asielzoekers naar buiten te zullen brengen.

Omdat hij Culemborg – hij noemde het stadje Kuilenburg – een roversnest had genoemd, had men hem daar de toegang ontzegd. Wie wel asiel kreeg, was de Dordtse burgemeestersvrouw Catharina Alida van der Dussen (1690-1745). Over de achtergronden van haar verblijf in Culemburg schreven de huidige bewoners van ‘haar’ huis een boekje, dat onlangs in beperkte oplage verscheen. 

Catharina Alida van der Dussen had in 1733 haar toevlucht genomen in Culemborg omdat haar man, burgemeester Damas van Slingeland, een drankorgel was die zijn vrouw mishandelde. Ze had al eerder de benen genomen, maar was toen bij sententie veroordeeld om weer bij haar man te gaan wonen. In de Deductie, Catharina Alida vander Dussen […] impetrante […] contra […] Damas van Slingeland, gedaagde die toen werd opgesteld, staat het brute optreden van haar man tot in detail beschreven. Al ten tijde van hun ondertrouw had hij op botte wijze gescholden op haar eindeloze getut voor de linnenkast (art. 67). Ook was hij

bequaam geweest: om te maaken een zeer verre misbruyk van ’t geen de woorden van maritale magt in zyn gedagten betekenden (art. 74).

Zijn horkerige gedrag beperkte zich niet tot het ‘knorren, kyven en rasen’ (art. 77). Hij liet haar ook met haar bagage tobben (art. 90), schreeuwde en tierde (art. 162), ‘somtyds nugteren, somtyds dronken’ (art. 178). Catharina van der Dussen werd er letterlijk ziek van. Damas van Slingeland was een beest, dat wordt wel duidelijk als je haar beschuldigingen in de Deductie leest.

Maar deze keer, in 1733, kreeg ze een vrijgeleide in Culemborg, waar ze tot aan haar overlijden in 1746 bleef wonen. Dankzij de meegenomen juwelen, het geld en de effecten kon ze zich in de vrijplaats goed in haar onderhoud voorzien. In de Verbroken alliantie concludeert de schrijver dat het niet alleen ging om een huwelijksvete maar dat er ook sprake was van een ingewikkeld politiek-religieus machtsspel. — RvV

¶ Jan de Graaf, Een verbroken alliantie. Achtergronden van Catharina Alida van der Dussen. Uitgave in eigen beheer. Prijs: € 18 (127 blzz.). Bestellen hier. Info hier.

Aanvulling JF: Kuilenburg was een vrij algemene naam voor Culemborg. Het is zoiets als Gorcum-Gorinchem en Woudrichem-Workum. Een echte sneer van Weyerman aan het adres van Culemborg is te lezen in de Voorloper van de Kroniek (zie Geconfineert p. 98). Daar heeft hij het over ‘Nederlandsch Algiers, Tripoli, en Salé, om niet te zeggen Ysselstein, Kuylenburg, en Vianen’. Culemborg als tegenhanger van Tripoli.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *