Op de lachende kar van Meindert Hobbema

Op de lachende kar van Meindert Hobbema (coll. Rijksmuseum)

maandag 16 juni 2014 – Vorige week zaterdag stond ik in het Rijksmuseum oog in oog met een schitterende Hobbema. Het schilderij hing er nog maar net. In de nabijheid van de aanwinst werd er door bezoekers al heel wat afgekwebbeld, met overgewichten aplomb.

Het was een hete dag en ik bepaalde me tot kijken. Thuis zou ik wel lezen wat Houbraken en Weyerman over Meindert Hobbema (1638-1709) hadden geschreven. Bij thuiskomst bleek: niets. Hobbema bestond nog niet. Verwonderlijk. Ben benieuwd hoe Hobbema zo wist te ontsnappen aan de aandacht van de wakkere tijdgenoot. 

In het midden van de afbeelding is een zandweg, waar een kar met een uitgelaten gezelschap zich een weg baant. Op het pad bevinden zich ook een hondje en enkele mensen die de vrolijkheid van de passagiers groetend beantwoorden. Over de weg hangen bomen, die het zandpad het karakter van een tunnel verlenen. In het geboomte zijn boerderijen te onderscheiden en door de bomen heen schemert een torenspits. Veel luchten daarboven. Het schilderij wordt gedateerd op 1665.

De kar – en nu steek ik hopelijk de babbelzieke wijsneuzen van vorige week naar de kroon – deed me denken aan vergelijkbare lachende karren. De mooiste karren die ik ooit eerder zag, waren geschilderd door Jan van Goyen en die kende ik dan weer van de boekomslagen van bundels van H.H. ter Balkt, Tegen de bijlen (1998) en Laaglandse hymnen II (2002). In 2002 stond er op het omslag ‘Landschap met wagen’ van Van Goyen en het hangt in het Westfries Museum. De reizigers zien we daar op de rug, het zand oogt onaangenaam rul.

Ter Balkt schreef er een sonnet over: ‘Landschap met wagen (Jan van Goyen) of: de ooggetuige’. Van eerdere lectuur van het werk van Ter Balkt staan me heel wat karren bij.

Vanwaar die lachende karren in het werk van Van Goyen en Hobbema en Ter Balkt? De kar, dat is beweging, het leven zelf. In het licht van de eeuwigheid, op wegen die nauwelijks gebaand zijn, zoeken de mensen leven in gezelschap en zij zijn onderweg. Dat klinkt ontzettend pastoraal. Volgende week zoek ik in de Eregalerij andermaal het schilderij van Meindert Hobbema op. Voor wie luisteren wil, doe ik dan – ‘wij zijn allen onderweg’ – even Dominee Gremdaat of Huub Oosterhuis na, maar zelf kijken is altijd beter. — PA

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *