Het Britse koningshuis

De Queen's Library in het St James's Palace, door Charles Wild (1819)

De Queen’s Library in het St James’s Palace, door Charles Wild (1819)

dinsdag 8 juli 2014 – Voor de Britten is 2014 een gedenkwaardig jaar. Niet alleen omdat de Grote Oorlog wordt herdacht (100 jaar) en het naderende einde van het napoleontische tijdperk (200 jaar), maar ook omdat het Huis Hannover 300 jaar op de troon zit. Sinds 1917 noemt het Britse koningshuis zich House of Windsor – Hannover klonk in WO I te Duits – maar feitelijk is er niets aan de Duitse roots veranderd.

Feestje dus. Dat gebeurt met de expositie in de Queen’s Gallery van Buckingham Palace: The First Georgians: Art & Monarchy 1714–1760

Het is driehonderd jaar geleden dat de protestantse Queen Anne het leven liet. Ze was 18 keer zwanger geweest, maar had bij haar overlijden man noch nazaten. Omdat de katholieke tak van de familie de troon dreigde te bestijgen, werd er van hogerhand naarstig uitgezien naar een geschikte protestantse kandidaat van elders. Georg Ludwig keurvorst van Hannover was de gelukkige. Hij werd als George I de eerste constitutionele monarch van het land.

Toch lieten de Jacobieten, aanhangers van de katholieke Stuarts, dit niet zonder meer over zich heen gaan. Old Pretender Jacobus Edward Stuart zette bijvoorbeeld een rivaliserende rechtbank op in Parijs en Rome, en zijn zoon Bonnie Prince Charlie (aka de Young Pretender) leidde een opstand in 1745-1746 om de Jacobietse aanspraak op de troon te doen gelden. Weyerman maakte de Stuarts in zijn tijdschriften genadeloos af. Zo was de Old Pretender voor hem hét ultieme voorbeeld van een oversekste mislukkeling (bron).

George I daarentegen kon wel Weyermans goedkeuring wegdragen. De kersverse Britse vorst woonde in St James’s Palace, maar vertoefde graag in Kensington Palace, dat destijds net buiten Londen lag (frisse lucht!) en dat zo’n 25 jaar daarvoor door Willem III was aangekocht. King George liet dit paleis eindeloos verfraaien, helemaal volgens de laatste artistieke mode.

Op de tentoonstelling The First Georgians zijn schilderijen, beelden en gebruiksvoorwerpen te zien uit de periode van George I, die tot 1727 op de troon zat, en zijn weinig geliefde zoon George II, die tot 1760 de scepter zwaaide. Alle geëxposeerde stukken zijn afkomstig uit de Royal Collection. Ze vertellen het verhaal, aldus het persbericht waarin niet zuinig op de borst wordt geklopt, van ‘Britain’s emergence as the world’s most liberal, commercial and cosmopolitan society, embracing freedom of expression and the unfettered exchange of ideas.’

Er is echter ook aandacht voor satire in tekst en beeld. Zo stak William Hogarth in zijn The Bad Taste of the Town de draak met de Britse voorkeur voor buitenlandse fratsen als palladiaanse architectuur, commedia dell’arte, bal masqué’s en Italiaanse opera (plaatje).

Het exuberante leven aan het hof wordt eveneens getoond. De populaire Frederick, prins van Wales en kleinzoon van George I, was een bon-vivant die zich ’s avonds te goed deed aan informele dinertjes. Op het menu van zo’n maaltijd stonden bijvoorbeeld leeuweriken, duiven, patrijzen, truffels, kalfsvlees, kalkoen, lam, tarbot, zalm, wintertaling, merel, asperges, broccoli, zwezerik, koffieroom en gelei. Ook hij was een groot kunstliefhebber. Zijn moeder had echter meer een passie voor tuinieren en was altijd bezig de tuinen en parken van Kensington Palace te verfraaien. — RvV

¶ De tentoonstelling The First Georgians: Art & Monarchy 1714–1760 duurt tot 12 oktober 2014. Plaats: Buckingham Palace, The Queen’s Gallery. Entree: £9.75. Informatie hier. Lees hier de inhoudsopgave van de lijvige catalogus (met honderden illustraties in kleur).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *