De Achttiende Eeuw bijna bij

Nieuw nummer besluit wonderjaar 2013

DAE 2013-2dinsdag 22 juli 2014 – Het moet voor redacties van tijdschriften een ware kwelling zijn: ernstige vertraging in de verschijning. Jaren geleden was het met De Achttiende Eeuw veel dramatischer gesteld en liep het blad wel zo’n anderhalf jaar achter. Nu is de schade beperkt, zeker nu in een bestek van enkele maanden de 45e jaargang verscheen en het jaar 2014 eindelijk ook voor De Achttiende Eeuw aanbreekt.

Wat me destijds trof en ook nu weer treft, is de lichtvaardigheid waarmee, zeker voor de buitenwereld van de abonnees, de gekweldheid onderdrukt wordt: geen enkele zichtbare paniek bij de redactie, geen enkele waarneembare poging om de achterstand in te lopen en op zoek te gaan naar kopij. Bij jaarvergaderingen stijgt er weliswaar uit de kring van aanwezigen enige onvrede op, maar jaarlijks ook wordt die onvrede bezworen: het komt allemaal goed. Tot overmaat van ongeluk ‘peert’ het tijdschrift dan ook nog, wat de kans op vertraging alleen nog maar vergroot. 

En dan nu het goede nieuws: de nieuwe aflevering van het verzorgde tijdschrift is er en het bevat vier interessante artikelen. Twee van die artikelen las ik – dat van Jeannette E. Koch over geluk, geld en geloof en Alexander Pope in Sara Burgerhart en dat van Marja van Tilburg over de reisverslagen van de Forsters – en eentje bewaar ik voor later: het artikel van Floris Verhaart over Burman en Le Clerc. Het artikel van Dirk Van Waelderen lijkt me beter geschikt voor De Zeventiende Eeuw.

Het artikel van Jeannette Koch is vooral interessant waar de verbinding van Wolff en Deken met Pope aan de orde komt. Waar het gaat over geluk, geld en geloof (G3) zijn de bevindingen niet zo opzienbarend. De confrontatie met Pope levert veel meer op. Van de Forsters weet ik veel minder en ligt de drempel van mijn verbazing dan ook veel lager.

Wat me bij beide artikelen wel treft, is het ontbreken op de literatuurlijst van eerder verschenen belangrijke artikelen of boeken – vaak over het zelfde thema. Over de Nederlandse verbindingen van Georg Forster schreef Simon Vuyk in het Nieuw Letterkundig Magazijn enkele jaren geleden een verrassend artikel, later werd dat (of delen ervan) opgenomen in een Nederlandse Forster-vertaling. Vertaling en Vuyk ontbreken op de lijst, waar Forster slechts in Engelse vertaling op voorkomt. Is het Duits een brug te ver?

In het artikel van Koch ontbreekt iedere verwijzing naar het werk van de anglist C.W. Schoneveld die liefst twee keer publiceerde over de lotgevallen van Essay on Man in Nederland en het Nederlands. Me dunkt dat ook het recent verschenen deel ‘Tekst in Context’ over Sara B. als ijkpunt gememoreerd had moeten worden. Eerlijk gezegd ontgaat het me waarom dergelijk gemakkelijk BNTL-werk nagelaten is. — PA

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *