Lotgevallen van de nalatenschap van Newton

Newton Paperswoensdag 23 juli 2014 – Toen Isaac Newton in 1727 op 84-jarige leeftijd overleed, liet hij een schat aan ongepubliceerde manuscripten en beschreven papiertjes na. Niemand kende de inhoud daarvan. De natuurkundige, die zijn hele leven vrijgezel was gebleven, had geen testament laten opstellen met instructies voor wat te doen met zijn honderden notitieboekjes, zijn brieven, kopij, stapels beschreven foliovellen, knipsels en snippers.

Onlangs verscheen The Newton Papers van wetenschapshistorica Sarah Dry, waarin zij beschrijft wat er met de paperassen van Newton is gebeurd. Ze kwamen in eerste instantie in handen van zijn half-nicht en echtgenoot, ene John Conduitt. Deze probeerde vervolgens op basis van het geërfde materiaal een biografie te schrijven van de beroemde geleerde. Zonder succes.

Na advies te hebben gevraagd aan iemand van de Royal Society besloot Conduitt het merendeel van de papieren, zijnde onbruikbaar, voor goed op te bergen. Er was hem veel aan gelegen dat er geen krassen verschenen op het blinkende imago van Newton. Alles wat in de documenten riekte naar ketterij, mocht daarom het daglicht niet aanschouwen. Citaat:

The papers contained damning evidence of Newton’s heretical disbelief in the notion of the Trinity of God the Father, Son and the Holy Ghost—which he believed to be a mere scriptural corruption. Newton’s fascination with alchemy was also evident from these papers, as was his unseemly obsession with abstruse matters of church history and doctrine.

Newton was geobsedeerd door alchemie en geloofde bijvoorbeeld dat de bijbel vol stond met numerologische codes. Ook zelf wilde hij niet dat een aantal van zijn manuscripten gepubliceerd zou worden. Hij wist dat ze explosief materiaal bevatten, waarmee hij clerus, geleerden en overheid tegen zich in het harnas zou jagen.

In The Newton Papers lees je over het lot van deze beroemde nalatenschap na het overlijden van het echtpaar Conduitt. De papieren, inclusief verschillende kopijversies van Newtons Philosophiae Naturalis Principia Mathematica en zijn Opticks, werden eeuwenlang achter slot en grendel bewaard. In de 19e eeuw kwamen ze weer uit de kast. Een wetenschappelijke commissie in Cambridge was 16 jaar lang bezig met de catalogisering van de manuscripten. Geleerden beten hun pen stuk en pijnigden de hersens bij hun pogingen om Newton te duiden (plaatje).

In 1936 werd het merendeel van de papieren door Sotheby’s geveild. Tientallen kopers over de hele wereld wisten er de hand op te leggen. Een van hen was de joodse handschriftenverzamelaar Abraham Shalom Yahuda (bron). Maar liefst 3.400 foliovellen uit de nalatenschap kwamen in zijn bezit. In 1940 verhuisde hij, geholpen door Einstein, naar New York.

Het was eveneens Einstein die Yahuda adviseerde de collectie beschikbaar te stellen aan wetenschappers, ten behoeve van het Newtononderzoek. Maar verkopen, nee dat deed Yahuda niet. Na zijn overlijden in 1951 besloot zijn weduwe de papieren te schenken aan de bibliotheek van de Hebrew University in Jeruzalem. Na een hoop heibel, uiteraard, bevindt een groot deel van Newtons nalatenschap zich nu in Israel. — RvV

¶ Sarah Dry, The Newton Papers. The Strange and True Odyssey of Isaac Newton’s Manuscripts. Oxford University Press 2014. ISBN 978-0-19-995104-8. Prijs: £19.99 (gebonden, 256 blzz.). Lees hier een voorpublicatie en hier een interview met de auteur.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *