‘Sonder knorren of preutelen’

Pastoor zoekt meid

Biekorfdinsdag 5 augustus 2014 – Het tijdschrift dat de hoogste ogen gooit als het erom gaat welk periodiek het best de weerbarstige geest van De Navorscher levend houdt, is het Westvlaamse Biekorf.

In de ondertitel afficheert het blad zich als het ‘leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen’ en dat is weer zo heerlijk tegelijkertijd bescheiden (‘leesblad’) en onbescheiden (‘voor alle verstandige Vlamingen’). Benieuwd of de intelligente historicus Bart De Wever het blad leest. 

Het tijdschrift is aan de 114e jaargang toe. In de tweede aflevering is een artikel opgenomen waarin ervoor gepleit wordt om voortaan ‘Duinkerke’ te schrijven en de slot-–n van ‘Duinkerken’ te vergeten. Een dringend betoog dat in mij een ongelovige vindt: in mijn jonge jaren heette de stad ‘Duinkerken’ en die spelwijze wil ik niet kwijt, wat andermans tradities en gezond verstand ook anders willen. Beijing bestaat immers niet, Peking wel.

Het artikel in Biekorf dat me het meest intrigeerde, is geschreven door Dirk Geirnaert: ‘Pastoorsmeid in het Ancien Régime. Een profielschets op rijm’. Het artikel biedt een editie van een 82-regelig vers, waarin een Brugse priester een ‘joncwijf’ vraagt en precies beschrijft waaraan ze moet voldoen en over welke ondeugden ze niet moet beschikken. De auteur van het gedicht is onbekend, maar Geirnaert waagt met alle terughoudendheid de suggestie dat de dichter ‘misschien’ lid is van de 18e eeuwse Brugse rederijkerskamer.

Het gedicht opent zakelijk:

Binnen Brugghe woont een priester fijn
die geen joncwijf en heeft op dit termijn.

De aan te werven meid mag niet al te bazig zijn, want:

daert ’t henneken boven het haenken craeijt,
daer gaet het binnen den huijse al verdraeijt.

Later in het gedicht leest de meid vooral wat ze niet mág:

Sonder knorren of preutelen te geender tijt,
noch proencken uijt gramschap, maer met jolijt
hoorende haer berispen als sijt verdient.

De omschrijving die hier van het gezochte ‘joncwijf’ geboden wordt, lijkt in harmonie met dat wat mannen en jongens die van het celibaat geen last hadden in een aanstaande zochten. De Brugse ‘priester fijn’ is dan even Alleman. — PA

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *