Noodlottige diefstal met een boortje (1777)

Franse smokkelaars in Brugge het haasje

Het Burgplein met links het 18e-eeuwse gedeelte van het Landhuis van het Brugse Vrije

Het Burgplein met links het 18e-eeuwse gedeelte van het Landhuis van het Brugse Vrije

dinsdag 12 augustus 2014 – In het al eerder gesignaleerde nummer van Biekorf is nog een gewelddadige geschiedenis vastgelegd: in ‘Een geval van “grensoverschrijdende criminaliteit” in 1777’ beschrijft Danny Everaert de lotgevallen van twee Franse smokkelaars in Vlaanderen.

Gaspar Malo (52) en Augustin Quinet (35) voldoen aan het signalement dat is gegeven van de dieven die begin mei 1777 toesloegen in Leffinge en Merkem. De eerste diefstal leverde weinig op, de tweede was wel succesvol: de hele kledingwinkel van de weduwe Delye werd leeggeroofd. Opvallende overeenkomst bij beide diefstallen was het gebruik van boortje: in beide gevallen werd een gat geboord in het watervenster (= het vensterluik) om zo binnen te komen.

Malo en Quinet worden gevat – in hun bagage wordt een ijzeren boor aangetroffen en een briefje met het adres van weduwe Delye – en uitgeleverd aan de Brugse autoriteiten. Uiteraard ontkennen beide smokkelaars. Ze smokkelen wel, maar stelen niet. De ondervraging gaat gepaard met ‘tortuur’ en Malo bekent. Quinet houdt het langer vol, maar biedt uiteindelijk geen weerstand en legt een bekentenis af.

Er is in Brugge geen genade en ook bepaald geen traagheid in opsporing en rechtsgang: op zaterdag 14 juni 1777 worden beide Fransen op het Burgplein, voor het Landhuis van het Brugse Vrije, opgehangen. Malo mag als eerste omdat hij zo vlot had bekend. Hun lijken worden na de middag naar het galgenveld langs de Diksmuidse Heirweg gebracht, waar ze op een rad geplaatst worden, om zo nieuwe avonturiers uit Frankrijk te ontmoedigen.

In zijn artikel schenkt Everaert veel aandacht aan de buit in Merkem: de inventaris van de stoffenwinkel wijst op een bijzondere welstand. Vlaanderen was in 1777 rijk!!

En Franse smokkelaars dom. Het lijkt niet erg goochem om na een geslaagde diefstal belastend materiaal – het boortje, het briefje met het adres – op zak te houden.

Everaert begint en besluit zijn artikel met een verbinding met de actualiteit: ‘Franse criminele durvers die een raid uitvoeren over de grens’, dat was in ‘de huidige berichtgeving’ geen nieuws. En in 1777 ook al niet. Of de gangsters die nu vanuit Frankrijk Vlaanderen onveilig maken net zo onnozel zijn als Malo en Quinet, ik help het de Vlaamse justitie hopen. — PA

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *