De Poëte Beurs

Poëte Beurszaterdag 16 augustus 2014 – Op deze anonieme prent uit 1742 wordt de spot gedreven met de populariteit van prenten en gedichten over de Oostenrijkse Successieoorlog. Op de achtergrond zie je twee boekwinkels, waarvan één met de naam Bibliopolium, en een koffiehuis. Het is duidelijk Amsterdam dat we hier zien.

De uitbaters sponnen goed garen bij de politieke onrust in het land. Iedereen wilde wel lezen of meediscussiëren over de vraag of de Republiek wel bij machte was om de oprukkende Fransen halt toe te roepen. Oranje werd node gemist (maar niet door Amsterdam). Maar eerst moest de onneembare vestingstad Bergen op Zoom nog in handen vallen van de Fransen (1747). Pas daarna kwam er een einde aan het Tweede Stadhouderloze Tijdperk.

Onder de prent staat ‘Beurs der Poéte’. Wie goed kijkt naar de linker boekwinkel, ziet op de valluiken het woord ‘verrader’ staan. Aan de boekenkast hangt een vel papier met ‘in octavo’ en onder de voeten van de lezende klant in het portaal staan de letters O.E. Wat dat betekent, weet ik niet. De Atlas van Stolk suggereert dat hiermee wellicht ‘onecht’ wordt bedoeld.

Op den voorgrond links haalt een gekrulsnorde Spanjaard met opgeheven degen uit naar de vervaardiger van de Praagse Rarekiek. Rechts van de Spanjaard lopen een man en een vrouw samen te discussiëren. Het onderwerp laat zich raden. De dame houdt de Leonidas in de hand, geschreven door Willem van Haren. Het gedicht, waarin deze Friese orangist oproept om te strijden voor recht en vrijheid, en actief deel te nemen aan de oorlog, riep heel veel reacties op. Naar verluidt waren er binnen drie dagen 100.000 exemplaren van verkocht. Eén van de reacties op Leonidas was de Echo. Dit planootje ligt op de grond en wordt bijna vertrapt door de gesprekspartner van genoemde dame.

Rechts van dit stel loopt een man hard weg. Hij houdt een papier in zijn hand waarop geschreven staat Oproer in Neederlant. Achter hem bevindt zich een marskramer. Bij nadere bestudering blijkt het een brillenkoopman. Op zijn mars staat geschreven: ‘brille voor de Poété’.

De prent is gedrukt op een plano waarop in twee kolommen een vers is afgedrukt, dat ook als apart pamfletje met losse prent is verspreid. Volgens de prentbeschrijver van de Atlas van Stolk wordt hierin uitgevaren tegen Louis Foubert, werkzaam in de Heremietsteeg, achter de Beurs in Amsterdam. Hij zou de prent hebben gedrukt en uitgegeven. Foubert zou zijn ‘Printjes’ in het afgebeelde koffiehuis voor een dukaat hebben uitgevent. – Zelf zie ik dit niet zo gauw, maar wellicht zijn er beter ziende lezers? Wel blijkt uit de prent en het vers dat de maker sympathiseerde met Frankrijk en Beieren. Ook dat geeft weer te denken. — RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *