Oplichters

Portrait of Giuseppe Francesco  Borri, 1675dinsdag 19 augustus 2014 – Borri, Syberg, Ludeman: er hebben in de 18e eeuw heel wat charlatans in de Republiek rondgezworven die met hun geneeskundige of alchemistische praktijken lichtgelovige burgers een pootje hebben gelicht. Als ze niet over de Steen der Wijzen beschikten, konden ze wel met de planeten communiceren.

Over Giuseppe Borri gaat de lezing van Juliette Roding, op 23 september aanstaande, in de UB Leiden. De lezing maakt deel uit van een korte reeks van vier, behorend bij de tentoonstelling Books, Crooks and Readers: the Seduction of Forgery, 1600-1800, eveneens in de UB Leiden.

De drie andere lezingen gaan over een zogenaamd nieuw werk van de filoloog Casaubonus, de Rijmkroniek van Klaas Kolijn en het verdwenen en hervonden Vortigern van Shakespeare. Die laatste lezing wordt verzorgd door Jack Lynch, die sinds zijn Deception and Detection in Eighteenth-century Britain (2008) bekend staat als dé specialist van list en bedrog in de 18e eeuw.

Terug naar Franscisco Guiseppe Borri (1627-1695), in Nederland ook wel Franciscus Joseph Borry genoemd. Deze Italiaan maakte het zo bont als zijn collega’s: ook hij had een universeel geneesmiddel ontwikkeld waarmee hij iedereen met een goed gevulde goudbeurs kon genezen van elke kwaal. Wonend in Milaan profileerde hij zich als een profeet, waar de kerk uiteraard niet van gediend was. In 1661 werd hij geëxcommuniceerd.

Hij vluchtte naar Amsterdam, waar hij een grachtenpand huurde en een stal voor zijn paarden. Men moest vooral niet denken dat hij platzak was. Liever etaleerde hij de rijkdommen die hij met zijn alchemistische kunsten had verdiend (of nog moest verdienen). Naar verluidt had hij zes Frans sprekende lakeien in huis en een gekooide tijger als huisdier. Zijn patiënten kwamen van heinde en verre naar hem toe.

Lang heeft Borri zijn flessentrekkerij in Amsterdam niet kunnen voortzetten. Al een jaar later werd hij betrapt: hij had op verdachte wijze bij een puissant rijke patiënt, vlak voor diens onverwachte overlijden, een lening gesloten. De omstandigheden waren verdacht. Weyerman hierover:

[…] Een belofte ofte handschrift van tweehondert duyzent guldens, ten behoeve van een zeker persoon genaamt Demers [=Gerard Demmer], die dien Roozenkruys Ridder van alles had voorzien, kan zulkt getuygen:
Doch dien Chevalier van deux aas had dat handschrift zo hoeks en kabelliauws opgestelt, en den som zo vreeslyk verwart op ’t papier gepent, dat den Amsterdamschen schoolvos Nachtegaal, en den Rotterdamschen rekenkonstenaar Kruyk, ‘er nooit hoofd noch staart zouden in hebben gevonden.

In 1665 veroordeelde het Hof van Holland Borri tot teruggave van het bedrag aan de erfgenamen. Zijn imago was inmiddels al behoorlijk geschaad. En aangezien charlatans alleen zaken kunnen doen wanneer hun blazoen nog schittert, besloot hij de benen te nemen. Via Hamburg, Kopenhagen, Stockholm en Wenen belandde Borri in 1670 in Rome. Daar werd hij opgeborgen in de Engelenburcht. In 1695 kreeg hij koorts en schreef zichzelf kinine voor, maar het bestelde geneesmiddel arriveerde helaas voor hem te laat. — RvV

¶ De lezingen vinden plaats op dinsdag 2, 16, 23 en 30 september (19:30-21u) in de UB Leiden (Vossiuszaal). Informatie vind je hier. Over de tentoonstelling stond op de JCW-website al eerder een bericht. Een eigentijdse biografie van Borri (1692) vind je op de website van het Rijksmuseum.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *