Haatzaaien

Haatzaaien 1784zaterdag 13 september 2014 – In 1784, toen Nederland zijn wonden likte na de Vierde Engelse Oorlog en men de besluiteloze stadhouder met foute vrindjes voor de hoofdschuldige hield, kreeg de tegenstelling orangisten-patriotten een explosief karakter. Decennialang had die tegenstelling als een veenbrand gesmeuld, maar nu stond Nederland pas echt in brand. Haatzaaien was één van de middelen om de ander van het politieke gelijk te overtuigen. Daarbij werd er lustig op los gepersonaliseerd. Man en paard werden genoemd, in effigie gemarteld, onthoofd, geradbraakt, opgehangen en wat al niet.

Op deze spotprent uit 1784 wordt een aantal zeer herkenbare prinsgezinden terechtgesteld. Op de voorgrond ligt Kaat Mossel met oranjestrikken vastgebonden op een kruis om door de beul geradbraakt te worden. Op de linker paal zit de Leidse bakker Adriaan Trago, reeds geradbraakt, op een rad. Rechts daarvan staat een galg waaraan het levenloze lichaam van de Leidse hoofdschout Brender à Brandis bungelt. De predikant Petrus Hofstede en de dikke hertog van Brunswijk (met achter zich de Nederlandse Vrijheidsmaagd) wacht een soortgelijk lot. Links onder de boom kijkt de stadhouder toe maar durft, uiteraard, niets te zeggen.

Of deze prent ooit verboden is geweest, weet ik niet. In het Regionaal Archief Leiden – verdorie: eerst GAL, toen RAL en nu ELO; niet fijn voor de notenfetisjist – heb ik van enig verbod geen sporen gevonden. Kennelijk vond men dit haatzaaiende ‘galgje’ nog binnen de grenzen van het toelaatbare. En er waren zat mensen die zich verkneukelden over de martelingen die hun ideologische tegenstanders op de prent moesten ondergaan. — RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *